Ahmet Öğüt & Jesse Lemmens

Brief aan Jonge Kunstenaars

Column
25 maart 2021

*English translation below

In het kader van @all_inn_graduates publiceert Mister Motley de komende weken een aantal artikelen van afgestudeerde kunstenaars uit heel Nederland, de delegatie van 2020. Zij studeerden af in het befaamde Covid-19 jaar en stapten bedeesd, maar vol goede moed een vertraagde kunstwereld binnen. Deze artikelen vormen uiteindelijk een uitnodiging om de tentoonstelling ALL INN – tot twee keer toe verschoven – in een ander licht te zien.

Vandaag publiceren we geen artikel, maar een brief van kunstenaar Ahmet Öğüt (1981) aan de jonge kunstenaar. Een brief waarin hij schrijft over het belang van vriendschap en solidariteit.

Vertaling door Jesse Lemmens

Op uitnodiging voeg ik me, middels deze brief, bij de ALL INN-afgestudeerden om de kunstpraktijk te demystificeren en te vragen wat we niet durfden te vragen, tot nu toe.

In meer dan vijftien jaar kunstpraktijk waren wát ik doe, waaróm en hóe ik dat doe allemaal gebaseerd op iets, waarvan ik weet dat het nooit zal veranderen; mijn persoonlijkheid. Ik heb nooit geloofd in de aanmoediging van een verheerlijkte sarcastische houding als middel om medeplichtigheid te legitimeren. In het leven zijn er aangewezen mentoren; er zijn ook mentoren die we zelf kiezen, die zijn er voor het leven. Zij zijn degenen die tot de laatste jaren van hun artistieke praktijk nooit hun bescheiden, maar principiële en voor zichzelf waarachtige persoonlijkheid hebben veranderd. Ik heb het geluk om een paar van hen te ontmoeten (zoals Mladen Stilinović), waardoor ik er zeker van blijf dat er een andere manier mogelijk is! Hun interesse in jongere kunstenaars zwakte nooit af, hun woorden resoneerden altijd – ook nu – in onze geesten. Het kan zo simpel zijn als de “How to Work Better”-tips van Peter Fischli (°1952) en David Weiss (1946-2012): “doe één ding tegelijk; ken het probleem; leer luisteren; leer vragen te stellen; onderscheid zin van onzin; beken fouten; zeg het simpel; wees kalm en lach!” Of zo eenvoudig als Eva Hesses lessen: “twijfel is menselijk, speel, niets is buiten de perken, word vies en pak het groots aan”.

Toen John Baldessari (1931-2020) doceerde aan het experimentele CalArts, deelde hij opdrachtformulieren uit aan de klas, waaronder: “Straf: schrijf “Ik zal geen kunst meer maken”/ “Ik zal geen saaie kunst meer maken” / “Ik zal goede kunst maken” (of iets vergelijkbaars) duizend keer op een muur”. De opdrachten van Baldessari gingen niet slechts over sarcastisch nihilisme, maar vormen een ware en ironische herinnering aan waar we ons op moeten richten: goede kunst! En om goede kunst te maken (niet één of twee toevallige goede kunstwerken, maar meer dan dat) moet men ervoor zorgen dat arrogantie en verheerlijkt, sarcastisch nihilisme geen vat krijgen op ethiek, principes, oprechtheid, emoties, het intellectuele debat en kritiek. Dat is niet enkel goed en leuk voor jezelf, maar beantwoordt de vragen die we niet durfden te stellen voor volgende generaties: hoe kunnen vormen van kunstproductie aanstekend werken voor niet één iemand, maar voor iedereen?”
Zoals Toni Morrison (1931-2019) zegt: “…onthoud dat het je werkelijke taak is om, als je vrij bent, een ander te bevrijden. Als je enige macht hebt, is het je taak om iemand anders te bekrachtigen.” We zouden onprettige debatten over economische zaken, inkomensongelijkheid, tarieven in kunstenaarscompensatie, loonstagnatie en stijgende kosten van lesgeld niet uit de weg moeten gaan. Zolang we niet de juiste vragen stellen, eindigen we met slecht betaalde of onbetaalde bijbanen.


 

Ahmet Öğüt, Happy Together: Collaborators Collaborating | 2015 | specially constructed TV set, public event and a film installation | commisioned by Chisenhale Gallery | photo courtesy by Mark Blower

In het leven zijn er aangewezen mentoren; er zijn ook mentoren die we zelf kiezen, die zijn er voor het leven.

Vriendschap in plaats van competitie

Wanneer we samenkomen, hebben we de macht om de echokamer van de op medeplichtigheid gebaseerde, hedendaagse kunstwereld en kunstpraktijk als probleem aan te kaarten en er afstand van te nemen.

Eind jaren ’80 gaf Jacques Derrida (1930-2004) een reeks seminars over vriendschap, die later door Verso in boekvorm werden gepubliceerd onder de titel “The Politics of Friendship”1. In zijn boek beschreef Derrida het onderscheid tussen twee soorten vriendschap: “ware en perfecte” vriendschap en “vulgaire en middelmatige” vriendschap. Voor hem bestond het onderscheid uit een rekenkundige twist. Om van vriendschap te houden, zegt Derrida, “is het niet genoeg te weten hoe de ander te dragen in rouw, men moet van de toekomst houden”. Derrida’s begrip van vriendschap kan mogelijkerwijs dienen als model voor zowel de politiek als de kunst.

Toen we in Liverpool bijeenkwamen voor het seminar Woordenlijst voor Algemene Kennis, stelde Nick Aikens (°1981) voor om te praten over “vriendschap”, geïnspireerd door de publicatie “The Company She Keeps” van Céline Condorelli. De vragen van Nick waren duidelijk: “Hoe zouden we de rol van vriendschap in relatie tot een project van ‘the commons’ (een gemeengoed, namelijk de verbondenheid door de gemeenschap van middelen) kunnen begrijpen? Hoe zouden we vriendschap kunnen beschouwen als een vorm van solidariteit? Hoe hebben vriendschappen tussen zij die buitengesloten zijn de bodem en middelen verschaft om weerstand te bieden tegen machtssystemen en elites? En hoe zou het concept van de veelheid – zo nauw afgestemd op dat van gemeenschappelijkheid – overwogen kunnen worden in termen van een oneindige vriendschap?”


 

Ahmet Öğüt, Happy Together: Collaborators Collaborating | 2015 | specially constructed TV set, public event and a film installation | commisioned by Chisenhale Gallery | photo courtesy by Mark Blower

Hoe zouden we vriendschap kunnen beschouwen als een vorm van solidariteit?

In deze definitie constitueert Nick Aikens het gemeenschappelijke niet als een abstract, ‘discursieve illusie’ – maar eerder iets dat we zouden kunnen begrijpen op een meer menselijk, subjectief en emotioneel niveau. Vriendschap als een vorm van toewijding om een andere manier van inrichten voor te stellen. Het is een surplus-model, dat gebaseerd is op vrijgevigheid, zorg, solidariteit en sociabiliteit – niet te verwarren met een normatieve, economische aanpak.Daarom bestaat het fundament niet uit een aantal onsamenhangende, eenmalige samenwerkingsverbanden, maar eerder uit een langdurige solidariteit van vriendschappen. Geen conservatieve, maar een generatie-overschrijdende en voortdurend groeiende samenwerking.

En het is tenslotte nog steeds mogelijk om kunst weer leuk te maken door de regels om te buigen. Laten we de kunstpraktijk samen ontraadselen!

Ahmet Öğüt

Maart, 2021

————————–

Letter to Young Artists

Upon invitation, with this letter, I’m happy to join ALL INN graduates to demystify art practice and ask what we did not dare to ask up until now. 

Over 15 years of practice, what I do, why and how I do, all were grounded on one thing I know that never changed; my personality. I never believed in the encouragement of glorified sarcastic attitude as a means of legitimizing complicity. In life there are appointed mentors; and there are also mentors we choose ourselves, those ones are the lifetime ones. They are those who never changed their modest but principled, true to themselves personalities, until the last years of their artistic practice. I’m lucky enough to meet some of them (like Mladen Stilinović), therefore I remain sure there is another way possible!  Their interest in younger artists never got less, their words always resonated in our minds, even now. It can go as simple as “How To Work Better” Tips by Peter Fischli (b. 1952) and David Weiss (1946-2012): “do one thing at a time; know the problem; learn to listen; learn to ask questions; distinguish sense from nonsense; admit mistakes; say it simple; be calm and smile!” Or as simple as Eva Hesse’s lessons; “doubt is human, play, nothing is off limits, get dirty and go big” 

When John Baldessari was teaching at the experimental CalArts, he handed out the assignment sheets to his class including; “Punishment: Write “I will not make any more art” / “I will not make any more boring art” / “I will make good art” (or something similar) 1000 times on wall. Baldessari assignments were not simply about sarcastic nihilism, but a true and ironic reminder for what we need to focus; good art! And in order to make good art (not one or two coincidental good art works but beyond) one should not let arrogance and glorified sarcastic nihilism to dominate echics, principles, sincerity, emotion, intellectual discourse, critique, that is not only good and fun for oneself, but answers the questions we did not dare to ask for the next generations; how modes of art production can be detonators not only for one but for all? “As Toni Morrison says; “…just remember that your real job is that if you are free, you need to free somebody else. If you have some power, then your job is to empower somebody else.” 

We should not avoid unpleasant debates around economic issues, income inequality, rates of artist compensation, wage stagnation, and rising tuition costs. Often not being able to ask the right questions; we end up with low-paid or unpaid side jobs. 

Friendship instead of Competition

When we get together, we do have the power to problematize and disengage from the echo chamber of complicit version of the art world and art practice today. 

In the late nineteen-eighties, Jacques Derrida delivered a series of seminars about friendship which later published by Verso as a book under the name of “The Politics of Friendship”1. In his book Derrida specifies distinction between the two friendships; ‘true and perfect’ friendship and ‘vulgar and mediocre’ friendship. For him the distinction works only with an arithmetical twist. In order to love friendship, Derrida says; “it is not enough to know how to bear the other in mourning; one must love the future.” Derrida’s conception of friendship that may have the potential to offer a model for politics and art. 

When we met for the glossary of common knowledge seminar in Liverpool Nick Aikens proposed to talk about “friendship” inspired from the publication “The Company she Keeps” by Céline Condorelli. Nick’s questions were clear: “How we might understand the role of friendship in relation to a project of the commons, how we might consider friendship as a form of solidarity, how friendships between the excluded have provided the grounds and means with which to resist systems of power and elites, and how the concept of the multitude – so closely aligned with that of the commons – might be thought of in terms of an infinite friendship”. In his definition what Nick does is to define the commons not as an abstract, ‘discursive illusion’ – but rather something we could understand on a more human, subjective and emotional level. Friendship as a form of commitment to imagining a different way of instituting. It’s a surplus model based on generosity, care, solidarity and sociability not to be mixed with normative economic model of operating. Therefore it’s foundation is not a number of unrelated one time collaborations, but rather a long lasting solidarity of friendships. Not a conservative one but a cross generational and constantly growing one.

And after all, it’s still possible to make art fun again by bending the rules. Let’s demystify art practice together!

Ahmet Öğüt

March, 2021

1 https://www.versobooks.com/books/37-the-politics-of-friendship

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl ? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaags kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later