Rita Ouédraogo

Geef alles in je werk, maar geef niet alles aan iedereen – over het werk van Bodil Ouédraogo

Essay
8 april 2026

“Geef alles in je werk, maar geef niet alles aan iedereen.” De woorden van Bodil Ouédraogo vormen een manifest voor een generatie die zich een weg baant door de aandachtseconomie die totale transparantie, onmiddellijke leesbaarheid en spectaculaire onthullingen eist – schrijft haar zus Rita Ouédraogo. ‘Haar weigering sluit aan bij Glissants pleidooi voor ondoorzichtigheid die benadrukt dat we aspecten van identiteit en cultuur moeten behouden die zich verzetten tegen reductie tot westerse modellen van transparantie en begrip.’ Dit essay werd geschreven naar aanleiding van de tentoonstelling Crossing Threads, eerder te zien in gelijk is ongelijk, een projectruimte voor hedendaagse kunst op het voormalige eiland Marken.

Wat betekent het om geen antwoorden maar vragen te erven? Om van hen die ons voorgingen geen zekerheid te krijgen, maar het vermogen om complexiteit te omarmen? Het werk van Bodil Ouédraogo toont zich als een voortdurende bevraging van deze erfenis. Als een relationele praktijk die de valse belofte van transparantie afwijst en tegelijkertijd vasthoudt aan het potentieel van wat Édouard Glissant opacité noemde: het recht om niet volledig begrepen, doorgrond of gereduceerd te worden.

Op het snijvlak van textieltradities, sculpturale herinneringen en diasporische transformatie creëert Bodil installaties die hun grenzen overschrijden: werken die zich opstapelen en op elkaar inwerken – waarbij iedere laag de andere versterkt en compliceert. Haar benadering belichaamt wat Glissant donner-avec noemde – geven-met – onzekerheid omarmen in plaats van onmiddellijke leesbaarheid te vereisen. In een tijdperk dat vraagt om onmiddellijk begrip en spectaculaire gebaren biedt Bodil iets radicalers: subtiele destabilisatie waarin betekenis zich langzaam en collectief ontvouwt door betrokkenheid in plaats van extractie.

WEVEN DOOR GENERATIES HEEN
De kern van haar praktijk wordt gevormd door een vraag die verder reikt dan het persoonlijke en zich uitstrekt tot het structurele: bestaat het individu überhaupt wel? Of wordt wat we ‘de zelf’ noemen altijd gevormd door collectiviteit, door de verzamelde gebaren van degenen die ons zijn voorgegaan?
Haar werk met bazin riche, de stijve, glanzende damaststof die veel gebruikt wordt in West-Afrikaanse ceremoniële kleding, is een materieelonderzoek naar hoe identiteit zich verplaatst tussen lichamen, generaties en geografieën. De grand boubou, met zijn overvloedige plooien en aanwezigheid in de ruimte, vertegenwoordigt de rijke plooien waartoe bazin riche aanzet. Een bundeling van materiaal die niet alleen individuele rijkdom weergeeft, maar ook staat voor het collectief en voor vormen van zorg die door de tijd heen zijn doorgegeven.
Wanneer Bodil het visuele vocabulaire van deze stof vertaalt naar hedendaagse vormen, bijvoorbeeld naar streetware in samenwerking met het Amsterdamse merk Patta, is ze niet simpelweg bezig met het moderniseren van traditie. Ze vraagt zich af: wat gebeurt er wanneer West-Afrikaanse kledingstijlen in dialoog treden met de codes van Amsterdam? Hoe verandert representatie in het licht van verbondenheid?
Dit is een erfenis die niet wordt gekenmerkt door een statische overdracht, maar door een actieve circulatie en herinterpretatie. De bazin riche beweegt zich tussen Ouagadougou en Amsterdam, tussen een ceremonieel verleden en het prozaïsche heden, en verzamelt nieuwe betekenissen zonder de oude te verwerpen. Net als Glissants opvatting van identiteit als relatie in plaats van als wortel, biedt de stof weerstand tegen een lineair tijdsbesef en bestaat het tegelijkertijd in meerdere momenten, op meerdere lichamen.

Foto: Johannes Schwartz
Foto: Johannes Schwartz

DE SCULPTURALE HERINNERING VAN LICHAMEN
In Framed Intimacy 01 breidt Bodil dit onderzoek uit naar sculpturale vormen. Hierbij behandelt ze West-Afrikaanse houten sculpturen niet als bevroren artefacten, maar als actieve deelnemers van hedendaagse betekenisgeving. Ze ‘ontdooit’ hun vormen door een interactie aan te gaan met manieren van poseren, dragen en positioneren. Het werk suggereert dat identiteit niet alleen wordt bepaald door wat we dragen, maar ook door de herinnering van het lichaam aan voorouderlijke vormen: aan gebaren die ons zijn voorgegaan, aan houdingen die we zonder bewuste keuze hebben geërfd.
Framed Intimacy 01 presenteert sculpturen die opnieuw zijn vormgegeven vanuit de persoonlijke collectie van onze vader: Mamadou Ouédraogo. Als stukken van onze erfenis laten de sculpturen zien hoe degenen die ons voorgingen hun lichaam presenteerden. Met haar werk vraagt Bodil wat we kunnen leren van deze lichamen en hun houdingen.
Door de sculpturen in pasfotoformaat af te beelden – sublimatieprints op textiel, waarbij portretten van mensen over gezichten van houten sculpturen heen zijn gelegd – roepen zij vragen op over herkenning en waardigheid. Wat betekent het om een pasfoto te hebben? Vertegenwoordigt dit bureaucratische kenmerk persoonlijkheid? Of menselijkheid?
De gelaagdheid van menselijke portretten en sculpturale vormen op textiel creëert een materiële overlap waarin grenzen vervagen: vlees en hout, het levende en het voorouderlijke, de gedocumenteerde burger en het museumobject delen hetzelfde oppervlak. Door de gebruikelijke sokkel te vervangen door een fotokader daagt Bodil hiërarchieën uit die zowel mensen als objecten verheffen. Ze herinterpreteert wat het kader van het herkenbare subject kan vullen, terwijl het sublimatieproces zelf – waarbij het pigment tot in de vezels doordringt in plaats van erop te liggen – een diepere vorm van integratie suggereert: een worden-doorrelatie die het medium zelf tot stand brengt.
Het stapelen en de gelaagdheid weerspiegelen de gebundelde plooien van bazin riche: beide zijn vormen van accumulatie en collectiviteit die zich niet laten isoleren. Hier wordt haar persoonlijke erfenis een methodologie. De band die we als zussen delen, ons begrip van onze relatie met onze vader, met voorouders wier specifieke kenmerken misschien vervagen, maar wier aanwezigheid we blijven voelen.
Dit zijn niet slechts biografische details, maar structurele principes. Ze vormen een manier van ‘zijn’ die identiteit als relationeel ziet: gevormd door een veelheid aan verbindingen in plaats van uitdrukkingen van autonomie.

Foto: Johannes Schwartz
Foto: Johannes Schwartz

ONDOORZICHTIGHEID ALS OFFER
“Geef alles in je werk, maar geef niet alles aan iedereen.” De woorden van Ouédraogo vormen een manifest voor een generatie die zich een weg baant door de eisen van een aandachtseconomie die totale transparantie, onmiddellijke leesbaarheid en spectaculaire onthullingen eist. Haar weigering sluit aan bij Glissants pleidooi voor ondoorzichtigheid dat benadrukt dat we aspecten van identiteit en cultuur moeten behouden die zich verzetten tegen reductie tot westerse modellen van transparantie en begrip.
Dit is geen achterhouden, maar een vorm van bescherming, een manier om complexe aspecten van identiteit te eren zonder ze over te leveren aan krachten die ze willen vastleggen, categoriseren en beperken. Ondoorzichtigheid niet als obscurantisme, maar juist als vrijgevigheid. Door te weigeren teveel uit te leggen, door werken te creëren die tegelijkertijd futuristisch en nostalgisch zijn, opent Bodil ruimte voor de toeschouwers om hun eigen complexiteiten en vragen mee te brengen.
Haar installaties creëren mogelijkheden om zowel te kijken als te ervaren. Een ‘geconcentreerde beweging’ die uitnodigt tot vragen over hoe we mensen en objecten waarnemen, waardoor nieuwe realiteiten en hiërarchieën kunnen ontstaan. In die zin biedt haar praktijk een alternatief voor het spectaculaire gebaar. In plaats van onmiddellijk begrip of emotionele catharsis na te streven, creëert ze ruimtes van subtiele destabilisatie. De werken vloeien in elkaar over en gaan telkens nieuwe interacties met elkaar aan: allemaal gelaagd, allemaal eclectisch – weigerend om gereduceerd te worden tot enkelvoudige verhalen. Net als de gebundelde plooien van bazin riche of de gestapelde composities van haar lopende onderzoek ID Portraits, wordt betekenis opgebouwd door middel van relaties. Door middel van erfenis.

NIEUWE WERELDEN INADEMEN
Wat het werk van Bodil uiteindelijk biedt, is een manier om nieuwe werelden te verbeelden. Niet door vanuit het niets te beginnen of door afstand te doen van wat er eerder was, maar door donner-avec, door te geven-met. Dit is erven als actieve praktijk die vraagt op welke collectieve manieren we onszelf, in al onze complexiteit, het meest authentiek kunnen voelen.
Het antwoord, zo suggereert haar werk, komt naar voren door het erkennen van de vele verbindingen, relaties en koppelingen die zowel teruggaan als verder reiken. Elk gebaar van aankleden, elke houding die in hout werd gesneden, is alleen mogelijk door het web van relaties dat verder reikt dan elk afzonderlijk lichaam. Er bestaat niet zoiets als een geïsoleerd individu. Er zijn enkel individuele vragen, persoonlijke worstelingen die verband houden met grotere systemen en gesprekken op gang brengen met het voorouderlijk geheugen.
Dit is geen nostalgie naar een puur verleden of een utopische projectie naar een ingebeelde toekomst. Het is de erkenning dat we altijd meervoudig zijn geweest, altijd in relatie, altijd ademend door netwerken van verbindingen die we niet hebben gekozen, maar die ons niettemin vormen.
Bodils werk lost deze complexiteit niet op, maar eert en viert haar. Daarmee creëert ze ruimtes waar we anders kunnen leven: samen, gelaagd, ondoorzichtig – en juist in die ondoorzichtigheid, radicaal vrij.

 


 

gelijk is ongelijk is een projectruimte voor hedendaagse kunst op het voormalige eiland Marken. De naam verwijst naar een timmermansgezegde over ‘werkend hout’ – dat onder invloed van tijd en omgeving voortdurend verandert. Dit idee van verandering vormt het conceptuele kader voor een programma waarin materiële cultuur, veranderende betekenissen en historische doorwerking centraal staan. De projecten verbinden hedendaagse kunstpraktijken met lokale geschiedenissen en onderzoeken hoe beelden, verhalen en objecten blijven circuleren en transformeren.
De publicatie Crossing Threads komt voort uit de gelijknamige tentoonstelling (14.11.2025–17.1.2026), met werk van FreelingWaters, Dilyara Kaipova, Nazif Lopulissa, Jan Moenis en Bodil Ouédraogo. De tentoonstelling en publicatie, met teksten van Piet Korstman, Rita Ouédraogo, Amanda Pinatih en Robbie Schweiger, reflecteren vanuit specifieke onderdelen van het Marker erfgoed op bredere vragen rond kolonialiteit en representatie. Daarbij wordt zichtbaar hoe geschiedenissen zich ontvouwen, doorwerken en telkens opnieuw worden geïnterpreteerd. Erfgoed verschijnt zo niet als een vaststaand gegeven, maar als een dynamisch veld van betekenissen dat voortdurend wordt heronderhandeld.
Na de verhuizing van oprichter en curator Robbie Schweiger naar Marken begon gelijk is ongelijk eind 2023 als projectruimte aan huis. Sinds 14 februari is de ruimte te bezoeken op de nieuwe locatie aan de Kruisbaakweg 5B op Marken. Meer info op de website: Home — Gelijk Is Ongelijk
Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht