Carmen van Bruggen

Gezichten van het platteland – met huisarts Arie van Drongelen naar Museum aan de A

Interview
8 september 2023

Voor een nieuwe reeks trekt Mister Motley elke maand een andere Nederlandse provincie in: wat zijn de geuren en kleuren van de streek, wat speelt er nu bij de kunstinstellingen? Carmen van Bruggen trapt af door op pad te gaan in haar eigen provincie Groningen. Samen met huisarts Arie van Drongelen kijkt ze naar portretten van bijna een eeuw van elkaar verwijderde generaties op het Groningse platteland.

1920: matte glasplaat erin, dop eraf, scherpstellen, dop erop, matte glasplaat eruit, afgedekt glasnegatief erin, glasnegatief ontsluiten, dop eraf, dop erop, glasnegatief bedekken, glasnegatief eruit

2023: scherpstellen, klik, rolletje doordraaien, klik

Portretfotografie, mogelijk gebruikt als pasfoto, Kloosterburen, 1920 - 1940 Jacob Molenhuis© / Nationaal Archief / Collectie Spaarnestad.
David Vroom – Kruisweg, winter 2023, Daniel.

De Mix Nederland is een serie tentoonstellingen waarin een hedendaagse fotograaf reageert op een oude fotograaf door nieuw werk te maken. Het gaat om ‘typisch Nederlandse, regionale en lokale onderwerpen’, zo is te lezen op de website. Daarnaast vinden de tentoonstellingen zoveel mogelijk plaats ‘door het hele land’ en ‘dichtbij de mensen’.

Zo ook in Groningen. In Museum aan de A is tot 7 januari 2024 de tentoonstelling Tussen land en lucht te zien waarin de zwart-witfotografie van Jacob Molenhuis (1894-1987) een dialoog aangaat met het kleurrijke werk van David Vroom (1987). Ook op Station Groningen, boven op de fietsenstalling, is een selectie van de foto’s te zien. Molenhuis woonde in het Groningse dorpje Kruisweg en werkte als fietsenmaker en fotograaf. Hij legde met zijn platencamera als enige fotograaf uit de omgeving vele bewoners uit omliggende dorpen vast. Maar liefst zesduizend glasnegatieven liet hij na. Dat is niet eens al zijn werk, aangezien hij een deel ook gebruikte om zijn schuurtje op te hogen en een deel verloren ging tijdens de oorlog. Op de tentoonstelling is een selectie foto’s uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw te zien. David Vroom (1987) reageerde op de foto’s door vier maanden in dezelfde streek te verblijven en daar nieuwe portetten te maken. Bijna een eeuw van elkaar verwijderde generaties hangen nu zij aan zij. Logischerwijs dringen zich vragen op als: Wat is er veranderd? Zie je dat aan de mensen?

Ik bezoek de tentoonstelling met Arie van Drongelen (1945), een belezen man, chique gekleed, kunstkenner. Een groot deel van zijn werkende leven was hij huisarts in het Groningse dorp Finsterwolde waar hij nog steeds woont met zijn vrouw. Ze hadden niet alleen een apotheek aan huis, maar ook een donkere kamer en genoeg ruimte om te schilderen en beeldhouwen. 

Hoewel hij een heel ander beroep had, toont zijn leven verwantschappen met dat van Molenhuis: het werk aan huis, de ruimte voor artistieke projecten en de verbondenheid met de dorpsgemeenschap. ‘Je was vierentwintig uur per dag huisarts, en daardoor ook altijd thuis’, vertelt hij me. Dit betekende weinig vrije tijd of vakantie, maar ook een grote toewijding aan de mensen. ‘Voor een sterfgeval ging je midden in de nacht je bed uit.’

Familieleden en kinderen van Jacob Molenhuis, en de kinderen van zijn [half]zus Jantje Meijer-Molenhuis, Jacob Molenhuis©, Nationaal Archief, Collectie Spaarnestad.

We lopen het Museum aan de A in. Het is een museum in transitie. Voorheen was het een traditioneel Scheepvaartmuseum, nu is het bezig een museum voor verhalen van en over Groningen te worden. Enkel het Gronings deel van de scheepvaartcollectie blijft in bezit, passend bij de huidige aandacht heeft voor ‘de regio’.
In een zijvleugel van het gebouw vinden we de bescheiden tentoonstelling van Molenhuis en Vroom. De werken hangen door elkaar. Een deel is afgedrukt op grote iets doorschijnende doeken die in het midden van de zaal hangen. Een ander deel bevindt zich in een meer klassieke opstelling op een grote zijwand.
We staan stil bij een portret van Molenhuis: een jonge tengere man met een schuchtere blik. Een gekreukeld dasje – mode of argeloosheid? – steekt uit zijn nette pak. Arie wijst op de pen in zijn borstzak. ‘Zou hij een schrijvend beroep hebben?’ Zijn gelaat drukt een bepaalde tragiek uit, meent hij. Wat zit daarachter? Een armoedig leven of kon hij zich geen houding geven door de langzame act van het fotograferen met een platencamera?

Molenhuis was een strenge fotograaf. Glasnegatieven waren duur, en je had doorgaans maar twee pogingen per portret. Door de lange sluitertijd van de camera was het belangrijk om goed stil te zitten. Zaak was dat zowel de fotograaf als de gefotografeerde zich goed concentreerden als de foto werd genomen. Het moment was geladen. Er stond iets op het spel.
Verderop zien we twee tieners. Hun voorkomen – jasje, dasje, haren achterover – poogt wanhopig hun jeugdigheid te verhullen. De uitdagende blikken breken daar echter dwars doorheen. Ze lijken te zeggen: wie doet mij wat? En: wij zijn wel klaar voor een avontuur.

Een andere man – keurig gekleed – toont een zelfingenomen lach. Hij lijkt geen ongemak te ervaren voor de camera. Het portret vormt een match met een hedendaags portret van Vroom, dat ook een bepaald soort lef uitstraalt. Zelfbewust kijkt een man op van zijn scootmobiel, peuk in zijn mond, wenkbrauwen ongelijk opgetrokken. Op zijn hoodie die allesbehalve Scandinavisch aandoet staat iets over Scandinavische kwaliteit. Het is misschien kwetsbaar om je als gefotografeerde te onderwerpen aan de analyserende blik van de kijker, maar deze man lijkt hier tegen bestand. Het is alsof zijn ogen zeggen, doe jij je ding dan doe ik het mijne. Een bepaalde authenticiteit ziet Arie erin. Hij herkent dit van mensen uit zijn dorp. Ze laten zich niet kneden door de blik van de ander. ‘Ze poseren niet.’

In zijn tijd als huisarts had Arie weleens de neiging om mensen die naar de praktijk kwamen op de foto te zetten. ‘Soms hadden ze zulke boeiende koppen. Vooral oudere mensen, die soms nog voor 1900 waren geboren.’ Toch heeft hij dat nooit gedaan. ‘Het fotograferen van mensen heeft iets intiems, dat paste niet bij mijn rol als huisarts.’ Als huisarts was hij enerzijds zeer betrokken bij de dorpsgemeenschap – hij kende iedereen en zag natuurlijk veel intieme problemen – en moest hij tegelijkertijd een bepaalde afstand tot die gemeenschap bewaren. ‘Je was er intensief onderdeel van, en stond erbuiten op een bepaalde manier.’

 

Portret van man, mogelijk gebruikt voor pasfoto's, Kloosterburen, 1940-1960 Jacob Molenhuis © / Nationaal Archief / Collectie Spaarnestad.

Hoeveel zag Molenhuis van de mensen toen hij achter de camera stond? Kende hij ze goed, als klanten van zijn fietsenwinkel? Zag hij meer van ze op het moment dat hij onder het doek van zijn camera kroop?
Vanuit de foto’s is het lastig iets van de levens te reconstrueren. Elke poging lijkt meer over de kijker, over ons, dan de geportretteerden te zeggen. ‘De lucht nam de verhalen met zich mee en blies ze alle richtingen uit. De aarde trok de onvertelde verhalen geruisloos mee de diepte in’, stelt een zaaltekst, geschreven door Rianne Denissen. Deze tekst hangt op een van de doorschijnende doeken, waar ook foto’s op gedrukt zijn. Door de transparantie zie je zo meerdere beelden en de tekst in elkaar overlopen – alsof het wegebben van de levens zich voor je neus voltrekt.

Wat ons opvalt is dat Molenhuis geen waarde leek te hechten aan opsmuk. Zijn kinderen fotografeert hij voor een ingestorte schuur, portretten neemt hij tegen simpele effen doeken (of steeds weer dezelfde beschilderde wand), en poses zijn rechttoe-rechtaan. Arie, die zelf eens met zijn vrouw geportretteerd is door de Amsterdamse fotograaf To Sang – ‘veel kitsch, theatrale achtergronden en de kleding netjes in plooi gebracht’ – is gecharmeerd van het pure dat de foto’s hierdoor krijgen. Het past misschien wel bij hoe hij sommige dorpsgenoten van vroeger typeert: eenvoudig, zonder veel opleiding en tegelijkertijd intelligent en toegewijd aan de gemeenschap. ‘Dat is wat nu vaak ontbreekt. Mensen willen hun tijd niet meer aan de gemeenschap besteden, maar willen zelf vrije tijd.’ Een voorbeeld dat hij noemt is dat vakanties langer zijn geworden. In de begintijd van hun praktijk hadden ze amper een week vakantie. ‘Nu kunnen zelfs huisartsen parttime werken.’

Portret van jonge vrouw. De foto's zijn mogelijk gebruikt als pasfoto, Kloosterburen, 1930-1950 Jacob Molenhuis© / Nationaal Archief / Collectie Spaarnestad.

Ik bespeur in Arie’s verhalen teleurstelling over hoe de hedendaagse mens ruimte voor zichzelf opeist. Is er een groeiende hang naar meer vrije tijd? Naar een werk-privé balans? En is dat erg? Geert Mak probeert hier in Hoe God verdween uit Jorwert (1996) – zijn boek over het veranderende boerenbedrijf vanuit het perspectief van een Fries dorp – de vinger op te leggen. ‘Altijd had, in een wereld die zo vol was van arbeid, en zo schaars aan geld, de productie voorrang boven de consumptie. Alles was, zoals de oude boer zei “alleen voor ’t nut, niet voor ’t genot”’, aldus Mak.
Landbouwmachines, auto’s, koelkasten of wasmachines, maakten dat veel van dit ‘nut’ steeds meer overbodig werd. Mak schrijft over het dorsen (de graankorrels uit de aren halen): ‘Daaraan spendeerde zo’n dagloner maar liefst drieënzestig procent van zijn tijd, honderddertigdagen per jaar. Het was buitengewoon stoffig en ongezond werk.’ De eerste dorsmachines uit de negentiende eeuw brachten deze tijd terug tot een kwart van de tijd. Het is echter de vraag hoeveel vrije tijd al deze mechanisering heeft opgeleverd. Voor de boeren die nu in hun eentje een boerderij met vijftig koeien runnen wellicht niet zoveel, stelt Arie. ‘Het melken, kalven en weiden, vraagt dag en nacht zorg, soms net als het werk van een huisarts.’
Maar zien we deze boeren op de foto’s van David Vroom? We zien een man op het land met een moderne donsjas aan, rugtas om, speelse blik. Boer of backpacker? Een wat oudere man, geruite blouse, bodywarmer, robuust gezicht. Hij kwalificeert. Een jonge man op het land met een felgekleurd retro trainingspak aan en een raadselachtig leeg biertje in zijn hand. Werkt hij op het land terwijl hij bier drinkt? Een jonge vrouw, wandelend met koptelefoon, kat aan de lijn. Ze lijkt te genieten van het landschap. Misschien na het werk?

Veel over het veranderende leven op het platteland geven de beelden echter niet prijs. Oké, er is een kruidenierswinkel die je niet meer ziet. We zien een loopplank voor een paard en wagen, waar een auto zo doorheen zou zakken, goedkope tuinhekjes van kippengaas en gedateerde mode. Maar de mensen zelf zwijgen.
Wel spreekt de technologie boekdelen. De grote zware platencamera die Molenhuis zijn hele leven gebruikte, staat in schril contrast met de wetenschap dat nagenoeg iedereen tegenwoordig een handzame camera 1meedraagt. Het fysieke werk dat elke foto opleverde (en misschien wel paste bij een fietsenmaker die overal aan sleutelde) is niet te vergelijken met hoe makkelijk we vandaag beelden kunnen schieten. Heeft de klik van de camera de noeste arbeid van het fotograferen overbodig gemaakt?

Na mijn ontmoeting met Arie bel ik David Vroom om daar meer over te weten te komen. Hoe verhoudt zijn manier van werken zich tot die van Molenhuis?

Het grootste verschil is dat Vroom onderdeel was van de gemeenschap die hij fotografeerde, terwijl Vroom in een periode van vier maanden bewust naar die gemeenschap op zoek ging. ‘Mijn werk is dan ook voor een groot gedeelte sociaal, misschien zelfs sociologisch,’ vertelt hij. ‘Daar denken mensen niet altijd aan bij een fotograaf.’ Vanuit het netwerken in de regio ontstonden bijzondere ontmoetingen, waarop hij voortborduurt met zijn foto’s. Maar uiteindelijk heeft hij eenzelfde soort uitkomst op het oog: ‘Ik wil ook een tijdsdocument maken, net als Molenhuis.’

David Vroom – Familie Tilburg, 2023.

Wat vervolgens belangrijk is voor Vroom is de concentratie op het moment van fotograferen. Dat bewondert hij ook in het werk van Molenhuis. Hij ziet op de portretten een hoge mate van concentratie. ‘Dat moest ook wel, glasnegatieven waren erg duur.’ Juist door de spanning die dit met zich mee moet hebben gebracht op technisch vlak, lijkt er, ondanks de vaak functionele aard van de foto’s, iets menselijks door te dringen, iets wat mij en Arie ook al opviel. Zelf kiest Vroom er daarom ook voor om analoog te werken, het een handzame Mamiya 7. ‘De beperking van het aantal pogingen’ – zes gunt hij zichzelf – ‘pushen je om een betere foto te maken.’ Ook houdt hij van de kleuren van de analoge fotografie en het feit dat het een ‘natuurkundig proces’ is, in plaat van ‘alleen maar rendering’. Maar vooral gaat het hem om de spanning van het gefotografeerde moment. Juist daarin komt de ontmoeting die hij zo belangrijk vindt en het moment van fotograferen samen. 

‘Doe bist net een Molenhoes!’, zei een man die eerder door Molenhuis gefotografeerd is gekscherend tegen Vroom. Het geladen, bijna strenge moment van de fotografie was door het project Tussen land en lucht weer voelbaar in de Marnestreek. Al is het op kleine schaal: een hele omgeving die zich jarenlang bij een enkele fotograaf aandient is niet meer denkbaar in een wereld waarin bijna iedereen een camera bezit. Alleen dat gegeven al heeft de notie van een gemeenschap veranderd. Vroom spreekt vol respect over Molenhuis. ‘Hij had waarschijnlijk zelf niet in de gaten wat voor bijzondere collectie hij naliet. Er zijn maar weinig tijdsdocumenten die zo compleet zijn. Wist je dat hij in het Photography Book van Phaidon tot een van de 500 beste fotografen ter wereld wordt gerekend?’

‘En dat lege bierflesje?’, vraag ik hem. ‘Die foto is van na het carnaval,’ antwoordt hij, ‘hij heeft zijn feestkleding nog aan.’ 

David Vroom – Kloosterburen, lente 2023, Olga.
David Vroom – Kruisweg, lente 2023, Onno.
David Vroom – Kruisweg winter 2023, Pablo.

———

De tentoonstelling Tussen land en lucht is nog tot en met 7 januari 2024 te zien in Museum aan de A, Groningen, en gedeeltelijk op station Groningen tot en met 27 november 2023.

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl ? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

#mc_embed_signup{ font:14px Riposte, sans-serif; font-weight: 200; } #mc_embed_signup h2 { font-size: 3.6rem; font-weight: 500 } #mc_embed_signup .button { border-radius: 15px; background: #000;} #mc_embed_signup /* Add your own Mailchimp form style overrides in your site stylesheet or in this style block. We recommend moving this block and the preceding CSS link to the HEAD of your HTML file. */

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht
Email formaat
(function($) {window.fnames = new Array(); window.ftypes = new Array();fnames[0]='EMAIL';ftypes[0]='email';fnames[1]='FNAME';ftypes[1]='text';fnames[2]='LNAME';ftypes[2]='text'; /* * Translated default messages for the $ validation plugin. * Locale: NL */ $.extend($.validator.messages, { required: "Dit is een verplicht veld.", remote: "Controleer dit veld.", email: "Vul hier een geldig e-mailadres in.", url: "Vul hier een geldige URL in.", date: "Vul hier een geldige datum in.", dateISO: "Vul hier een geldige datum in (ISO-formaat).", number: "Vul hier een geldig getal in.", digits: "Vul hier alleen getallen in.", creditcard: "Vul hier een geldig creditcardnummer in.", equalTo: "Vul hier dezelfde waarde in.", accept: "Vul hier een waarde in met een geldige extensie.", maxlength: $.validator.format("Vul hier maximaal {0} tekens in."), minlength: $.validator.format("Vul hier minimaal {0} tekens in."), rangelength: $.validator.format("Vul hier een waarde in van minimaal {0} en maximaal {1} tekens."), range: $.validator.format("Vul hier een waarde in van minimaal {0} en maximaal {1}."), max: $.validator.format("Vul hier een waarde in kleiner dan of gelijk aan {0}."), min: $.validator.format("Vul hier een waarde in groter dan of gelijk aan {0}.") });}(jQuery));var $mcj = jQuery.noConflict(true);

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaagse kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later