Mira Thompson

Haperingen als bron voor verbeeldingskracht

Essay
1 oktober 2026

Lichamelijke tekortkomingen omkeren en naar hun hand te zetten, getuigen van hun onmogelijke werkelijkheid. Dat doen de kunstenaars die Mira Thompson voor Mister Motley voor het voetlicht bracht binnen haar reeks Land zonder grenzen. Vandaag sluit ze de serie af met een essay waarin ze Karin Spaink, JJJJJerome Ellis, Lizzy Rose en Melvin Moti uitlicht en misschien ook wel bedankt. ‘Zij laten op eigen wijze zien dat het lichaam meer is dan een fysieke entiteit. Wanneer onbekommerd functioneren geen automatische vanzelfsprekendheid is, openen zich luikjes die door ervaring en gebrek ingegeven zijn.’

Wanneer we plaatsnemen, zie ik het pas: aan de tafel naast mij en bevriende collega C. zit een geroemde toneelcoryfee. De toneelcoryfee schuift inschikkelijk haar tas opzij wanneer ze ziet dat ook wij het kleine beetje schaduw willen benutten, plaatsmakend voor mijn weinig soepel bewegende elektrische metgezel. Een gemotoriseerde rolstoel lijdt net zo goed onder de hoge temperaturen.

Bevriende collega C., die zo’n twee keer mijn leeftijd telt, kent onze terrasbuurvrouw uit de wandelgangen van het theater, neemt knipogend plaats tegenover mij, en legt een tentoonstellingsfolder onder mijn neus: ‘Kijk, deze nam ik voor je mee uit London. Op de expositie was alleen kunst te zien van kunstenaars met een chronische ziekte of handicap’. C. is net terug in Nederland en begint geestdriftig te vertellen over de inhoud van de folder.

Het lichtblauwe boekje, eenvoudig van design, bevat geen beeldend materiaal, maar beschrijvingen die de kunstwerken van achtergrondinformatie voorzien. Anders dan objectlabels in musea, zijn hier visuele descripties toegevoegd. In minutieus detail krijgt de lezer mee wat er te zien is. Een noodzakelijkheid voor bezoekers met een visuele beperking, maar ook geïnteresseerden op afstand plukken hiervan de vruchten. 

C. zegt iets over een walvis in de tentoonstelling. ‘Excuus, ik ben wat afgeleid vanwege de drukte,’ hoor ik mezelf antwoorden, maar ik weet dat ik de schuld aan het afschuiven ben. De werkelijke aanleiding van mijn afwezige aanwezigheid schuilt in de blauwe papieren die voor mij op tafel liggen en mijn gedachten een andere richting opstuwen.

Eerder die dag viel mijn oog op een door mij meermaals gelezen titel in mijn boekenkast, De vallende vrouw: autobiografie van een lichaam, geschreven door de onlangs overleden publicist, schrijver en redacteur Karin Spaink. Voor Mister Motley liet ze zich niet lang voor haar zelfverkozen einde door mij interviewen. We spraken over haar glansrol in het Cantaballet, vergankelijkheid en hoe een lichaam een politiek doel kan dienen. 

Zowel in haar werk als in haar persoonlijke leven wist zij haar lichamelijke tekortkomingen steeds opnieuw om te keren en naar haar hand te zetten. Vlijmscherp onderving Spaink waar redenaties rammelden, hoe een gebrekkig gestel een metafoor kan zijn voor maatschappijkritiek, hoe haar steeds fluctuerende gezondheid haar leven weliswaar sterk beïnvloedde, maar ook vormgaf, soms zelfs kleur bracht. 

De scheppende macht van de kunstenaar die met een onmogelijke werkelijkheid te maken heeft: de folder die voor me ligt doet me aan Karin denken. 

Terwijl C. een wc-bezoek brengt, maak ik van de gelegenheid gebruik. De tentoonstelling Flare-Up, in Goldsmiths Centre for Contemporary Art London brengt kunstenaars samen “wiens werk zich verhoudt tot de poëtica en esthetiek van ziekte, beperking, neurodivergentie en doofheid. De tentoonstelling, die werk van negentien kunstenaars in Goldsmiths CCA presenteert, brengt beeldhouwkunst, installaties, schilderkunst, film, poëzie, muziek en performance samen als middelen voor expressie en activisme.”

 

A cyan-tinted photo of a forest edge. Cloudless sky, conifers, rocks. A saxophone, a synthesizer, a flute, a microphone, and a computer rest on the ground. Album cover designed by Rissa Hochberger and JJJJJerome Ellis.

Ik lees een beschrijving van het kunstwerk The Clearing (2022). De stotterende multidisciplinaire kunstenaar JJJJJerome Ellis verheft taal tot visuele en auditieve kunst. Dysfluent Water, begint de partituur. 

Door Ellis’ “dysfluent“, manier van uitdrukken, wordt er een eigen idioom geproduceerd. Een van pauzes, witregels, gefragmenteerd gevormde zinnen en letters die dwars over elkaar heen tuimelen. De in de tentoonstelling opgenomen partituur kan tevens gelezen worden als politiek pamflet: Ellis’ werk bevat historische, politieke en Bijbelse verwijzingen en thematiseert de koloniale connotaties van taal en slavernij

Bij thuiskomst kruip ik achter mijn laptop en bestudeer ik de partituur: 

“They called us river folk

cuz’ we met on the riverbank of the Potomac at night,

And sang across (t t t t t t t t) to the slaves (i i i i i i) in Virginia 

I cut my tongue on the cut

garnet 

of tableaux dust

River folk not just because we waded in the water

Not just because when Tubman sang

“Moses go down Egypt, / 

Til ole Pharao’ let me go;

Hadn’t been for Adam’s fall, / 

Shouldn’t have to die at all

that meant whites were nearby 

and we needed to stay hidden behind ( th th th th th th) 

the trees

Not just because Moses’ name means water 

“to pull out of the water”

impediment is a flowing water.” 

Geschreven en gesproken taal zijn niet Ellis’ enige instrumenten. Er is ook ander, door het lichaam voortgebracht spreken. Ellis is saxofonist, pianist, zanger en vermengt muzikale improvisatie met het geschreven woord. “What if the stutter is not something I need to get rid of? Maybe I can approach it as an instrument, that I can learn to play,’’ zegt Ellis in een interview.

A cyan book cover with black text that reads: The Clearing, JJJJJerome Ellis The Clearing book cover designed by Rissa Hochberger. Photo by Justin Lubliner.
Photo by Justin Lubliner.

Maybe. Het benutten van een vermeend gebrek als creatief middel lijkt een gevestigde gedachte. Het is de aarzeling, de maybe, die doet vermoeden dat de stotter voor Ellis iets is waar steeds over onderhandeld moet worden. De hapering als praktijk waarbinnen Ellis telkens opnieuw onderzoekt wat de implicaties zijn van zo’n onderbreking. Het is niet de vraag of de stotter ‘overwonnen’ of getransformeerd kan worden tot een instrument, maar wat zich voordoet wanneer die twijfel telkens opnieuw wordt omgekeerd. 

“in time rather than on time 

is that

we allow ourselves 

to um

to be

vessels and and 

and be present 

with

um

with a belief

that whatever comes 

is 

um

is what’s supposed to come

because it

doesn’t you know

it’s it’s not

it’s not ours.’’

Op een opname van een performance, waarbij de partituur op een groot scherm te zien is, wandelt Ellis al saxofoon spelend door het publiek. Snel merk ik dat mijn aandacht een andere afslag neemt. De aanwezigheid van Ellis brengt een ambivalente fysicaliteit teweeg. Ellis bespeelt de ruimte, maar onttrekt zich er ook aan. Alsof niet de partituur leidend is, maar de muziek het visuele in gang zet. Mens en muziek, muziek en geschreven tekst raken versmolten. Ellis wordt als het ware omhelsd door de partituur en speelt tegelijkertijd de hoofdrol. Niets ligt volledig vast: niet wat de muziek stuurt, niet waar de partituur eindigt, niet waar het lichaam van Ellis begint of ophoudt. De kruisbestuiving tussen ruimte, lichaam en muziek laat zien dat betekenis juist ontstaat waar de grenzen tussen deze werelden in elkaar overlopen.

Evenals Ellis schreef Spaink met het lichaam mee. Het lichaam niet alleen als drager van het werk, maar als een actieve voorwaarde ervan. Tot haar laatste levensdagen behield Spaink grip op de wijze waarop zij betekenis gaf aan de grootste onvermijdelijkheid van het leven. Taal als in-en uitgang. 

Lizzy Rose - Sick, Blue Sea (2018)

Zolang C. nog niet is teruggekeerd blader ik verder. “Sick, blue sea” (2018) van kunstenares Lizzy Rose voert een fictieve potvis ten tonele. Aha! De walvis waar C. aan refereerde. 

Ook hierbij komt het internet wanneer ik thuis ben goed van pas: het werk is online beschikbaar. Op een Tumblrblog met de naam Sickbabyblue houdt de potvis een openbaar dagboek bij. Het videokunstwerk, waarin Rose laat zien wat Sickbabyblue bezighoudt, zien we de potvis’ eerste blogpost:
“One time in 2012 a sperm whale with access to the internet and a keyboard starts an online blog.
She isn’t quite sure what her blog will be about. She decided to start with talking about her day, interesting things that happened, random thoughts and observations.
She isn’t really expecting anyone to read it. She might share it with some of her friends. Anyway it is nice to have somewhere to unload her thoughts. It would be cool if other whales would read it she supposes; maybe they have had similar experiences? It can be a bit lonely down there in the deep blue sea.” 

De film van Rose doet op het eerste oog komisch aan. Met vervormde stem horen we de potvis vertellen over haar dagen: “I didn’t have much to do today so I decided to spend the day making myself a nice dinner. I went diving again. It took me ages to find some squid, but when I finally found some I tried to suck it in.” Slurpende geluiden. “Ahhhhh, I didn’t manage to catch it. So annoying! I’m so annoyed. Why me?”

Lizzy Rose - Sick, Blue Sea (2018)

Lange tijd houdt Sickbabyblue haar humoristische toon vast. Maar ook potvissen kunnen zich niet altijd groothouden. 

“I feel too sick to dive, too sick to do anything. I can’t think, I feel too sick. I cant think, I feel too sick. I hope it ends soon. When will it end?”

De film van Rose duurt slechts tien minuten, en toch weet ze de kijker volledig mee te voeren in een wereld waarin zwemmen, duiken, eten en misselijkheid elkaar afwisselen.
Maar er is ook iets groters aan de hand. De zee is ook ziek. Het water raakt vervuild. Het kan zomaar gebeuren dat ze een plastic boodschappentas naar binnen slokt. 

“What if whatever’s in there can’t come out? My body is trying to break it down. 450 years it takes. How long do sperm whales live? 60 years. I don’t think I can feel this sick for 60 years. Never mind 450.”

Rose doet iets wat mij vaker opvalt in het werk van kunstenaars wier fysieke bewegingsruimte beperkt is. De verbeeldingskracht, waarmee iedere kunstenaar de grenzen van het voor de hand liggende overstijgt, wordt niet alleen als artistiek middel aangesproken, maar ook tot artistiek vraagstuk verheven.
Multidisciplinair kunstenaar Melvin Moti, over wie ik eerder schreef, vormt in zijn animatiefilm On A Clear Day de veranderende omstandigheden van zijn zieke geliefde om tot een fantasiewereld waarin dansende kikkers een nieuwe werkelijkheid vormen. De kikkers symboliseren in zijn film niet enkel een onberekenbare gezondheid, maar verbeelden een droom. Een droom waarin ziekte weliswaar een allesomvattende rol speelt, maar ook aangevuld wordt door al het andere van betekenis. 

Moti doet, evenals Rose, een poging om ingrijpende en levensveranderende gebeurtenissen te vertalen naar een eigen taal. Het aanspreken van de verbeeldingskracht in een poging grip te krijgen op een bij vlagen onverteerbare, maar soms ook wrange of zelfs komische werkelijkheid. Een meedogenloze werkwijze: er zit niets anders op dan de realiteit recht in de ogen te kijken, te onderzoeken wat er allemaal nog meer over te zeggen valt.

Melvin Moti – On al Clear Day.

Spaink, Ellis, Rose en Moti delen deze nietsontziende aanpak. Allen laten zij op eigen wijze zien dat het lichaam meer is dan een fysieke entiteit. Wanneer onbekommerd functioneren geen automatische vanzelfsprekendheid is, openen zich luikjes die door ervaring en gebrek – een oxymoron, zou je denken – ingegeven zijn.

De golfbewegingen waarmee de potvis getuigenissen de ether in slingert, blijven onbeantwoord. Geen enkele respons. Haar gedachten worden uitgesproken, maar nooit beantwoord.
De ingebouwde stiltes in de film, waarin zelfs de ruis van de microfoon ontbreekt, versterken deze droevige realiteit. Sickbabyblue zoekt naar verlossing, maar juist daarin huist een paradox. Ontsnapping lijkt enkel mogelijk door eerdere uitspraken te herhalen. Steeds opnieuw. Een poging betekenis te geven aan een werkelijkheid die zich aan ieder wederwoord onttrekt.  

“Nausea is quite bad today. Still feeling sick. I actually can’t think to type anything else. No thoughts. Can’t think, too sick. Can’t think, too sick. No thoughts, can’t think too sick.”

C. verschijnt weer en op datzelfde moment maakt de geroemde terrasbuurvrouw aanstalten te vertrekken. Zonder dat ik er erg in had heb ik haar ingebouwd tussen muur, deur en mijzelf. 

Wanneer ik vraag of ik iets kan doen om haar vertrek te vlotten – eerder leidde opzij gaan tot beleefd protest en onmiddellijk dwarsbomen van protest is nooit een goed idee – kijkt ze me ondeugend aan: “Eerst opstaan. Op mijn leeftijd is dat nog een kunst.”

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht