Hoe we omgaan met de enormiteit van de dag – over Peter Hujar’s Day
De dag doorkomen. Opstaan, aankleden, koffie zetten, naar de eerste afspraak toe. De film Peter Hujar’s Day zit vol met basale, alledaagse overwegingen. De mate van zorg die de fotograaf voor al die details droeg, legt bloot hoe Hujar dacht, en hoe hij tot zijn kunst kwam, schrijft Laure van den Hout. En daarin schuilt ook de kracht van zijn meest iconische foto’s.
In 1974 wordt fotograaf Peter Hujar (1934-1987) door een vriendin, schrijver Linda Rosenkrantz (1934), gevraagd om op een zelfgekozen dag 24 uur lang te noteren wat hij doet. De volgende dag treffen ze elkaar in zijn appartement waar Peter haar vertelt wat hij heeft opgeschreven. Het gesprek wordt opgenomen op band. De opname raakt kwijt, maar in 2019 wordt een transcript teruggevonden. Het wordt in boekvorm uitgegeven en vormt het uitgangspunt voor Ira Sachs’ gelijknamige film Peter Hujar’s Day (2025) met Ben Wishaw als Hujar en Rebecca Hall als Rosenkrantz.
Hujar merkt op dat hij vaak het idee heeft dat hij helemaal niks doet op een dag. ‘That’s why I’m doing this actually, to find out how people fill their days’, antwoordt Linda. Peter Hujar’s Day is een film waarin details een sleutelrol spelen. Sachs heeft oog voor hoe het licht verandert, hoe zorg geuit wordt door het maken van koffie en thee, hoe je je tot iemand verhoudt wanneer je je op je gemak voelt.
Natuurlijk zijn het New York van weleer en de grote namen die terloops de revue passeren deels verantwoordelijk voor het onweerstaanbare karakter van de film – Peter vertelt dat Susan Sontag hem belde, dat hij Allen Ginsberg moet fotograferen voor The Times, dat iemand hem vraagt om het telefoonnummer van Paul Thek. Het zijn namen die in de kunstgeschiedenisboeken staan, kunstenaars wiens werk je aantreft in de zalen van moderne musea over heel de wereld. Maar voor mij is de intimiteit de échte aantrekkingskracht van de film. Tussen twee vrienden, tussen een appartement en diens bewoner, tussen een fotograaf en degene die hij vastlegt.
Het uitgangspunt van de film is taal. Geen voor het doek geschreven dialogen, nee, een gesprek dat daadwerkelijk heeft plaatsgevonden tussen twee vrienden. Dat deze spreektaal vervolgens in een geënsceneerde setting zo naturel overkomt, is wat de film magnetisch maakt.
Er wordt al pratend een wereld buiten het appartement opgetrokken terwijl ik niets anders te zien krijg dan twee mensen in dat appartement. We zien Hujar, niet zijn fotografie. Maar de intimiteit van de tekstbehandeling doet me denken aan die in Hujar’s werk.
In 2024 zag ik in Santa Maria Della Pièta (Venetië) de 41 foto’s die zijn opgenomen in het enige fotoboek dat Hujar bij leven uitbracht: Portraits in Life and Death (1976). Portretten van onder anderen Paul Thek, Fran Lebovitz, Vince Aletti, Susan Sontag, gecombineerd met foto’s van de catacomben van Palermo.
Het portret van Sontag, die ook een introductie schreef voor het boek, raakt me elke keer opnieuw wanneer ik het in het echt zie. Ze ligt op haar rug, de armen achter haar hoofd gevouwen, ellebogen aan weerszijden uitstekend. Haar blik is bij haarzelf, de foto lijkt genomen te zijn op een moment van overgave, van compleet vertrouwen. Precies, van intimiteit.
‘Als ik elke dag een foto zou maken van dezelfde boom – wat ik heel graag zou willen, als ik eraan zou denken – zou het voor mij gaan om het nemen van die foto, om het proces en het ritueel, als een manier om de dag te markeren en de tijd meerdere lagen te geven, wat in mijn beleving meer en meer de betekenis van kunst is geworden,’ schrijft Kate Zambreno in de roman Drang. Ze vervolgt: ‘Als iemand ooit die foto zou bekijken, zou diegene vooral stilstaan bij het immense onbekende van de dag rondom dat moment dat die foto is genomen. Het enige wat we kunnen doen is stilstaan bij het denkbeeldige alleen-zijn van anderen, bij de vraag wat anderen doen als ze alleen zijn, hoe ze omgaan met de enormiteit van de dag, wat geloof ik voor mij in toenemende mate de betekenis en het probleem van kunst is.’
Peter Hujar’s Day is de weergave van zo’n gewone dag, waar wordt stilgestaan bij welke kleding gepast is voor een bezoek aan the lower east side – ‘I’d look much more snazzier in my red ski jacket’ – hoe de planten water krijgen voordat hij de deur uitgaat, er eten afgehaald wordt en wat dat precies kostte, negatieven ontwikkeld, telefoontjes gepleegd, mensen afgewimpeld. De mate van zorg die hij voor al die details droeg, legt bloot hoe Hujar dacht, en hoe hij tot zijn kunst kwam.
—
Ira Sachs’ Peter Hujar’s Day draait vanaf 27 augustus in de Nederlandse bioscopen.