Susan Kooi

Susan Kooi in gesprek met buurvrouw Jeltje de Jong

Interview
26 oktober 2021

Susan Kooi interviewt haar buurvrouw over een decennialange kunstenaarspraktijk, werken op een weefgetouw en het achterlaten van chaos

Kunstenaar Jeltje de Jong en ik wonen in hetzelfde gebouw. Ik leerde haar kennen tijdens het uitlaten van mijn kat Houtskool, die graag bij haar binnen komt kijken en snuffelt aan alle spannende objecten in haar huis. Tijdens de lockdown deed ik weleens boodschappen voor haar, zij behoorde met haar 83-jarige leeftijd tot de risicogroep. En zo raakten we aan de praat.

We bleken beiden geboren in Friesland en nu in het centrum van Amsterdam beland. Ook delen we een sterke hang naar kunst en de liefde voor het maken. Toen ik vroeg of ze een interview wilde doen was ze gelijk enthousiast. Haar huis staat en hangt vol met kunstwerken, van haarzelf en van vrienden en familie. Nu heeft ze extra veel uitgestald om het over te hebben. De tafel ligt vol mappen, onze drankjes passen er bijna niet meer bij. Naast onze voeten staat een reeks ingelijste tekeningen.

Jeltje

Hier zijn een paar van de zonnen die ik gemaakt heb. Dat de zon nog zo om het hoekje heen schijnt. Gewoon in de stad hoor. Ik heb heel veel ideeën uit de lucht. De zon, de wolken, dat is een terugkerend thema. En dit is ook een serie. Deze zijn allemaal tijdens slapeloze nachten in het donker gemaakt. Na al die stille dingen in de lucht ben ik heel erg gaan krassen. Vanuit mijn bed kan ik in de verte de lichtjes van Mondriaan zien. Als het donker is zie je aan het einde van de raamgracht allemaal puntjes. Er is een vast ritme wat steeds terugkomt. Als ik weer niet kon slapen dan ging ik kijken en zag datzelfde patroontje. Daar is heel veel werk uit voorgekomen. Nog heel veel meer dan wat hier ligt.

Jeltje de Jong’s kunstenaarspraktijk begon zoals velen met tekenen, op de lagere school in Friesland en na de scheiding van haar ouders in Amersfoort. Ze had altijd al interesse in kunst. Ook was ze goed in talen, vooral Frans, eind jaren ‘50 ging ze werken in een kasteel in Frankrijk. Op vrije dagen ging ze naar Parijs om tentoonstellingen te kijken, naar de impressionisten en de expressionisten. Daarna verhuisde ze naar Amsterdam en werd textiel haar medium. En dat bleef het decennialang, tot ze moest stoppen omdat het fysiek te zwaar werd. Sindsdien focust ze zich weer volledig op het tekenen. Een praktijk van meer dan 60 jaar: ‘Ik ga altijd wel gewoon door met tekenen en dingen maken. Ik heb nooit gedacht ik ga wat anders doen. Ik vind het enig’.

Beeld: Susan Kooi

Susan

Hoe ben jij eigenlijk in de kunst beland?

Jeltje

Nou dat is een mooi verhaal, ongelooflijk wat een gelukskind. Ik heb de kweekschool gedaan, om les te geven, waar ik niks mee heb gedaan. Maar toen kon ik wel een keer een middag naar een lezing over Duits expressionisme. Ik stond daar als jongeling tussen allemaal grijze koppen. In de pauze nodigde de docent me uit om thee te komen drinken in Amsterdam. Het was geen gevaarlijke man hoor. Vanaf dat moment liftte ik regelmatig naar Amsterdam naar meneer Wentink, hij was journalist en kunstkenner. Daar hoorde ik voor het eerst Edith Piaf en at ik voor het eerst van mijn leven spaghetti. Thuis aten we altijd aardappels en groente, we hadden het goed voor elkaar hoor, ik miste niks, maar we hadden weinig geld en het was simpel. Edith Piaf en spaghetti was wel een nieuw hoofdstuk.

Wentink zag dat ik interesse had in kunst, en hij kende mensen bij weverij de Uil in Amsterdam. Toen ik terugkwam uit Frankrijk kon ik daar een maand op proef. Het is wel een soort droom. Ik had altijd al interesse in kunst en textiel kwam zo op mijn pad. Ik vond het geweldig. We werkten met ons vijven aan een groot weefgetouw. Het waren machines van vijf meter breed en drie meter hoog. We voerden opdrachten uit van kunstenaars die een ontwerp aanleverden. Een klein tekeningetje kregen we, en dat werd dan een groot gobelin, we hadden daar veel vrijheid in

Susan

Er is nu in de kunstwereld meer aandacht voor de lange geschiedenis van textiel en vrouwelijke kunstenaars. Ik las bijvoorbeeld over de Bauhaus beweging, dat er beperkingen golden voor de vrouwen binnen de beweging, dat ze alleen met textiel mochten werken, en er op het medium werd neergekeken. Heb jij zoiets ervaren?

Jeltje

Het was vooral een strijd met de BKR (Beeldende Kunstenaars Regeling), als je lid van de BKR was kreeg je een kunstuitkering. Het duurde echt een jaar om er bij te mogen horen, steeds weer contact. Maar dat is uiteindelijk gelukt. En ik was zo gek op mijn vak, ik had er zo veel plezier in, in het weven. Alleen aan het werk, heerlijk.

Beeld: Susan Kooi
Beeld: Susan Kooi

Vanuit het werken in opdracht ontwikkelde ze zich tot autonoom beeldend kunstenaar. Ze trouwde met beeldhouwer Gooitzen de Jong, hij had net de Prix de Rome gewonnen en werd gevraagd als stadsbeeldhouwer van Enschede en ze verhuisde mee van Amsterdam naar Enschede.

‘Ik was toen al zwanger dus dat leek wel handig en hij was een betrouwbaar iemand dus heb ik maar laten gebeuren. We gingen samen op de scooter door Twente op zoek naar een weefgetouw voor mij om op te werken, hij ondersteunde me heel erg daarin. Daar waren wat van die oude textielfabrieken en toen kon ik een oud weefgetouw kopen. En zo begon mijn eigen praktijk. Ik deed nog steeds ook opdrachten maar vooral veel vrij werk.’

Ze deden samen exposities, hij maakte beelden en zij kleden. Ze laat me een recensie van een van de tentoonstellingen zien “Jeltje de Jong schildert met wol”. Maar zowel in hun werk als in hun relatie botsten hun manier van zijn.

‘Ik werk erg intuïtief, hij dacht veel meer na. Dat is ook het gevaar van samen een gezin hebben, ik deed alles op intuïtie. Ik ben daar blij mee hoor. Maar in de omgang is het lastig. Met mensen die anders zijn, doe je het nooit goed. Ik maakte al mijn textiel werk zonder schetsen of uitgedacht plan. Ik heb het allemaal zonder ontwerp gedaan. Geen tekening of iets. Die zigzag en die diertjes, ik begon er gewoon mee, zonder echt over na te denken. Ik ben er blij mee, ik zie het niet als minder, in vergelijking.’

Intuïtie klinkt alsof het allemaal maar komt, maar je voedt dat ook, door te verzamelen. De Jong heeft een collectie aan plakboeken vol dingen die haar aantrekken. Ik herken een foto van kunstenaar Melanie Bonajo op een van haar boeken. ‘Ja, ik vind haar ook leuk, met die blauwe lippenstift. Ze mocht op de voorkant. Ja, mooie dingen’. Er staat een foto van een kat in, Rozijntje heet hij. ‘Die lijkt op Houtskool. Het is mijn lievelingskat, van de Rijksbouwmeester. Die poes van jou is ook heel leuk hoor. Ik ben gek op zwarte katten’. In een ander boek zitten foto’s van haar eigen werk. ‘Wat is dit eigenlijk, iets met rode stippen. Verkocht! Dit is het laatste kleed wat ik heb gemaakt. Ja verkocht dus. Ik wist toen nog niet dat dat de laatste zou zijn” zegt ze zonder weemoed.

Dat was in 1990, toen kreeg ze te veel last van haar nek. Sindsdien is ze weer volop aan het tekenen. Ik vraag haar of ze het wel eens mist, het werken met textiel. ‘Nou nu ik ze zo weer tevoorschijn zie komen, denk ik ook wel – alles met de hand, iedere dag weer, en elke dag heen en weer fietsen, pff’.

Beeld: Susan Kooi

Susan

Heb je iets wat je graag zou willen maken?

Jeltje

Met een groepje van vijf vrouwen gaan we elke week naar de Hortus of de Hoftuin om te tekenen. Dat kijken, dat houdt niet op. Ik ben bezig met een reiger die daar op een dak zit. Ik weet niet echt wat er komt of wat ik nog wil maken, dat gaat ook weer intuïtief. De anderen kunnen nooit beginnen. Ik duik er altijd maar in. Je mag fouten maken, het hoeft niet accuraat. Ik plons erin. En als het niet goed is begin ik opnieuw. En als ik het wel probeer, dat precieze, kan ik er de donder op zeggen dat het niks wordt.

Susan

Ik ga ook wel eens naar de Hortus om te schilderen met mijn vriendin Afra Eisma. En dan daarna naar het Waterlooplein. Daar hadden we een mooi pak gevonden, maar we hadden niet genoeg cash, toen hebben we onze tekeningen op de markt verkocht en konden we dat pak kopen.

Jeltje

Zo dat is ook een mooi verhaal! Dat is het echte leven he, voor ons.

Susan

De Hortus is een goede plek. En gezellig met een groepje kan me voorstellen.

Jeltje

Ja je moet nog oppassen dat het niet te gezellig wordt. Er zijn er twee die wel de hele dag kunnen doorbabbelen. Ik kan me heel goed afsluiten, ik teken gewoon door. Of ik ga ergens anders zitten.

Susan

En waar ben je nu mee bezig?

Jeltje

Ik ben vooral veel aan het opruimen nu. Het is zo veel. In de achterkamer ligt ook nog van alles, mijn bed is nu in de woonkamer. Het moeilijkste is, hoe zou je het presenteren, niet dat het per se gepresenteerd wordt, maar, wat doe je ermee? Wikken en wegen, bewaren of weggooien. Ik vind het lastig om dingen weg te gooien. Maar het moet opgeruimd. En dat is voor mij dan ook meteen afscheid. Ik ben nu vooral bezig met series bij elkaar doen en een paar mooi inlijsten. De boel organiseren. Mijn kinderen worden er stapel van later. Nee, met deze chaos kan ik ze niet achterlaten. Die tafels moeten een keer leeg, voordat ik ga. Nou ik wil die tafels ook graag leeg voor mezelf, dat lijkt me heerlijk.

Ik heb deze werken nu voor jou weer uit de kast gehaald. Kijk, dit heb ook gemaakt. Niet van textiel maar van plastic, dat heb ik verzameld en geweven. Een kleintje. Ik vond die schittering in het water zo mooi hier.

Ze lacht en laat me het werk zien, en inderdaad, het schittert als water. Houtskool is tijdens het interview binnengekomen en zit voor het raam naar buiten te kijken. Met z’n drieën kijken we naar de Raamgracht.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaags kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later