Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Er is geen landschap, hoe ver ik ook kijk

21 Jan 2019 Femke Herregraven

“A continent splits in two
A new ocean is born
A spontaneous natural laboratory brings Mars to Earth
A stack of astro-biologists sinking deeper into the extraterrestrial scenery of life

Mining sediment and sentiment,
a splitting continent offshores its own future
Prediction and deep time as allegoric props of the present
Blinding heat.

When a landscape gets dubbed as the hottest and cruelest place on Earth
our lazy air-conditioned desire for new frontiers is instantly fulfilled
extreme heat,
extreme soil,
extreme life,
distilled into .jpgs of manageable risks.

A cube satellite frames a splash of geothermal energy ahead of time. Timestamp.
But the rains failed anyway.”

– Fragment uit ‘Sprawling Swamps’ (2016–2019), zone 10 Hellhole of (re)creation.

Depressie, Januari 2017
Danakil Depressie, Januari 2017

Landschap als catastrofe

December 2016. Receptoren in mijn reukorgaan zijn getuige van de geboorte van een nieuwe oceaan die ontstaat doordat het Afrikaanse continent in tweeën splitst. Deze geologische transformatie duurt nog minimaal twee miljoen jaar maar is begonnen en onomkeerbaar. De breuklijn ligt in een crypto-depressie genaamd de ‘Danakil’ in Noord-Ethiopië. Het is een plek waar onze mythe van continenten[1] in duizenden stukken opbreekt. Hier in een van de meest warme plekken op aarde lossen sulfur, waterstofsulfide en andere moleculen uit het binnenste van de opensplijtende aardkorst op in het slijm van mijn neusholte. Zintuigen worden geprikkeld en activeren ‘rotte eieren’ in mijn geheugen. Intense kleuren, texturen en geologische formaties zijn overweldigend in de Danakil, maar gassen en hitte domineren de zintuigen. Misselijkmakend en duizelingwekkend.            

         Van lucht en zuurstof word je pas bewust als het verdwijnt. Zuurstof staat op de lijst van dingen die aan het verdwijnen zijn op aarde.[1] Dat gebeurt al 800.000 jaar, zo laten bevroren zuurstof bubbels in Groenlands ijs zien. De ‘zuurstof catastrofe’—de eerste zuurstof die zo’n 2.4 miljard jaar geleden door cyano-bacteriën geproduceerd werd—vaagde bijna al het leven op aarde weg. Zuurstof was uiterst giftig voor de meeste levensvormen die de aarde toen bewoonden. Inmiddels is de situatie omgekeerd; veel leven zal uitsterven nu zuurstof langzaam verdwijnt wat ervoor zorgt dat  levensvormen die geen zuurstof nodig hebben weer zullen domineren. In de Danakil Depressie leven dit soort mircro-organisme, die NASA momenteel onderzoekt om inzicht te krijgen in mogelijk leven op Mars. We noemen ze extremofielen; een naam die eigenlijk meer over onszelf zegt. De Danakil is extreem voor mensen en word volgens lokale gidsen ‘De Poort naar de Hel’ genoemd. Deze hel vol extremofielen, giftige dampen, gekleurde gassen, extreme hitte, en kolkende lava, ziet er indrukwekkend mooi en stabiel uit op satellietbeelden, drone videos, en foto’s gemaakt met mijn smartphone, maar is in werkelijkheid een langzaam ontvouwende catastrofe.

'Sprawling Swamps' (2016–heden), Hellhole of (re)creation
Screencapture 'Sprawling Swamps' (2016–heden), Hellhole of (re)creation

                  
De Danakil Depressie is
één van de zones in mijn werk ‘Sprawling Swamps’ (2016–heden), waarin speculatieve scenario’s afspelen in een virtuele wereld van geologisch en klimatologisch onstabiele zones. Temidden van moerassen, veranderende kustlijnen, smeltend ijs, actieve vulkanen, crypto-depressies, zinkende eilanden staat het dynamische karakter van het terrein en haar materie centraal. De binaire geografische verdeling van land en water telt hier niet. Gebieden die smelten, eroderen, verdrinken, of zichzelf opblazen, destabiliseren onze definities van landschappen en territorium. Hoe claim je soevereiniteit over ijs wat ontdooit en zee wordt, maar een aantal jaren later weer bevriest en begaanbaar is als land? Landschappen met geheugenverlies zijn moeilijk te meten en afbakenen voor soevereinen, wetenschap en industrieën. Geomorfologie verzet zich tegen controle en beheersing van de mens. In de Danakil Depressie mislukte sinds 1908 alle pogingen van buitenlandse mijnbedrijven om industrieel kalium te winnen. Het gebied is te onstuimig, recalcitrant, onbetrouwbaar en risicovol voor investeerders.

                   Instabiele landschappen worden historisch als onbetrouwbaar gezien en passen niet in het lineaire Westerse narratief[2] van vooruitgang. Hun hybride en immateriële karakter tart de taal van beschrijven en drijven spot met de wetenschap.

Het proces van geomorfologie als conditie voor het werk.

Het is precies vanwege dit recalcitrante karakter dat ik geïnteresseerd ben in de verbeelding van dit soort landschappen, niet doormiddel van binaire tegenstellingen maar vanuit verbondenheid en constante verandering. Het is non-lineair, het groeit en krimpt door de tijd, materiaal wordt toegevoegd en weggehaald, woorden herschreven en data overschreven. Het proces van geomorfologie als conditie voor het werk.

Computer rendering van magma volumes onder de Danakil Depressie
Computer rendering van magma volumes onder de Danakil Depressie

Energie als catastrofe

De geomorfologie vindt in de Danakil Depressie in hoog tempo plaats met veel geisers en actieve vulkanen. Eén daarvan is een actieve schild-vulkaan met een lavameer, één van de drie permanente lavameren op aarde. Om drie uur ’s nachts, op vijf meter van de rand, verbrandt je gezicht en smelten de rubberen zolen van je schoenen. Een week later barst de vulkaan uit. Het lava is als een ‘catbond’—kort voor ‘catastrophe bond’—die schommelt in de financiële markten. Catbonds zijn obligaties waarmee verzekeringsmaatschappijen dekking zoeken voor toekomstige catastrofes en worden verhandeld op financiële markten. Een aardbeving is een aardbeving, maar een aardbeving met financieel verlies is een catastrofe. George Bataille schrijft in The Accursed Share dat het probleem van economische theorieën is dat de economie als vacuüm wordt gezien, los van de wereld. Volgens hem is de economie puur de distributie van energie, en slechts een klein onderdeel van alle energie distributie op de planeet.[3] Zo zouden we de economie, volgens hem, dan ook moeten benaderen. Economie en ecologie gaan natuurlijk beiden over ‘ons huis’. Ons huis begint al in de ruimte en atmosfeer. De zon stuurt energie naar de aarde zonder daar iets voor terug te krijgen. Via fotosynthese en agricultuur wordt dit overschot gedistribueerd door samenlevingen, maar organismen, mensen en gemeenschappen kunnen fysiek niet oneindig doorgroeien. Wanneer er geen groei meer mogelijk is zou, volgens Bataille, deze surplus energie gespendeerd moeten worden aan dingen waar geen winst of groei uit behaald kan worden: kunst, spektakels, seks zonder voortplanting. We noemen dit luxe. Gebeurt dit niet, dan is dit vervloekte deel voorbestemd voor buitensporige en catastrofale uitgave aan oorlog of andere vormen van destructie offers. Een overschot energie creëert destructie tenzij we het consumeren, zegt Bataille.

Natuurrampen zijn in feite ook energie-overschotten die leiden tot destructie (en reconstructie)

         Natuurrampen zijn in feite ook energie-overschotten die leiden tot destructie (en reconstructie). In uren, dagen, jaren, eeuwen, en millennia bouwt er druk op in de atmosfeer, tektonische platen, en binnenste van de aarde. Wat ontstaat over lange tijd doet zich voor als plotseling ‘event’. De financiële wereld, die zelf een aaneenschakeling van catastrofes is, refereert niet voor niets aan haar beurscrashes als natuurrampen. ‘Financial shocks, floods, storms, earthquakes, tsunamis’ of zelfs ‘the financial act of God’, verwijzen naar de onvoorspelbaarheid van de financiële markten. Hoewel financiële markten man-made zijn, werken deze—net als binnen de geologie—volgens zelforganiserende systemen zonder centrale aansturing waarin constant energie verplaatst wordt. Door de financialisering van de catastrofe, kan de energie vanuit het geologische systeem direct naar financiële energie (winst) vertaald worden.

Catastrofe als data-landschap

Op een mogelijke Europese storm in het jaar 2025 kan ik nu al speculeren. Vindt er een Europese storm plaats in de tijd, locatie en voorwaarden beschreven in de catbond (catastrofe obligatie), dan verlies ik als investeerder mijn geld. Vindt er geen storm plaats onder de juiste voorwaarden dan verdien ik elk jaar geld. Aan een mogelijke orkaan in de toekomst kan ik nu al geld verdienen. Een orkaan als sci-fi kapitaal. Met mijn werk ‘Corrupted Air’ (2018) onderzocht en indexeerde ik alle catbonds die ooit zijn uitgegeven. Naast veel aannemelijke natuurrampen zoals orkanen in Florida en aardbevingen in Japan, zien we ook meteorietinslagen, het winnen van loterijen, extreme mortaliteit, en ‘alle-risico’s-wereldwijd’. Van ruim vijfhonderd catbonds zijn er slechts enkele die ook daadwerkelijk door een echte catastrofe zijn geactiveerd—de condities en effecten van natuurramp moeten namelijk matchen met die in de catbond zijn omschreven—andere catastrofes circuleren enkel als ficties op financiële markten. De catbond is een conceptuele omkering van een natuurramp. Energie (schade) wordt gedistribueerd naar de portfolio’s van investeerders zodat deze minder voelbaar is op een enkele geografische plek. Toekomstig risico wordt door tijd en ruimte verspreid en investeerders maken daar vervolgens in het heden winst op. Maar hoe bereken je een toekomstige catastrofe?

         Het bedenken, berekenen, modelleren van de schade die een toekomstige catastrofe kan aanrichten gebeurt door middel van complexe computermodellen, op basis van wetenschappelijke data en historische verzekeringspatronen. Deze catbond modellen raadplegen ook na de ‘impact’ realtime wetenschappelijke metingen om te zien of de obligatie ook daadwerkelijk geactiveerd kan worden. Was de orkaan wel snel genoeg, was de aardbeving wel dichtbij genoeg, is het de juiste schade, zijn het de juiste aantallen gewonden en doden op de juiste plek? Net als in elk verzekeringsmodel, is de prijs van een dode al berekend en vastgelegd in tabellen. Op de financiële markten is niet ieder leven evenveel waard. Van alle catbonds ooit uitgegeven worden er nooit catastrofes in Zuid-Oost Azie, Afrika, het Midden-Oosten, en Zuid-Amerika gedekt. ‘The price of anything is the amount of life you exchange for it’, schreef Henry David Thoreau ooit eens.

Net als in elk verzekeringsmodel, is de prijs van een dode al berekend en vastgelegd in tabellen

Waarde van een mensenleven (in US dollars). Getallen van andere landen zijn onbekend
Waarde van een mensenleven (in US dollars). Getallen van andere landen zijn onbekend

        
Wanneer een aardbeving plaatsvindt, wordt niet alleen het fysieke landschap opgeschud maar ook het onderliggende financiële datamodel met haar kapitaalrelaties door tijd en ruimte heen. In dit geval zijn het niet de financiële markten die de wereld met haar lijnen en curves mee naar boven of beneden trekken, maar is het de geologische of atmosferische distributie van energie die de lijnen en curves van de financiële markten tekent. Breuken in financiële grafiekslijnen zijn zo direct verbonden met breuklijnen in sedimentaire gesteentelagen. Op de tijdslijnen liggen deze twee echter ver uit elkaar. Een aardbeving of vulkaanuitbarsting kan zich opbouwen in duizenden jaren tijd, een beurscrash kan plaatsvinden in milliseconden. Wat ze gemeen hebben is dat beide tijdschalen moeilijk toegankelijk en te overzien zijn voor de mens. Hoe kunnen we geologische en financiële catastrofes bevatten die door tijd en ruimtes verspreid zijn? De catastrofe vindt niet plaats op één moment en ook niet in één plek, representaties en onze verbeelding zouden dat ook niet moeten doen.

Deze ‘beelden’ van geologische, klimatologische, financiële en andere catastrofes zorgen daarmee ook voor het ineenstorten van het menselijke perspectief.

         Van ‘esthetische landschap representatiesschilderij, fotografie, cinema—bewegen we naar scenario’s van algoritmes in faseruimte’[5]: de ruimte in thermodynamica waarin alle mogelijke staten van een system vertegenwoordigd zijn. In faseruimte kunnen wij zelf niet zien, maar renderen algoritmes voor ons momentopnames als beeld. Deze ‘ansichtkaarten’ zijn contradicties, vervreemdend en soms totaal onherkenbaar. Een milliseconde van een orkaan gerenderd als driedimensionaal model; het magma onder de Danakil gerenderd als solide geometrische vorm. Cube satellieten monitoren de schaduwrand in oliereservoirs en algoritmische analyse bepaalt of deze—en daarmee de olievoorraad—door de weken heen toe -of afneemt. Ook al hebben deze ‘beelden’ opgebouwd uit data een ‘beeldende’ kwaliteit, de kracht van het beeld ligt ergens anders; het gaat niet langer over wat we zien maar over de waarde van de ingebedde data die we niet zien. Een beeld als een dataset, perceptie maakt plaats voor waarde-indexering. De lens is voor mensen, data voor algoritmes. Deze ‘beelden’ van geologische, klimatologische, financiële en andere catastrofes zorgen daarmee ook voor het ineenstorten van het menselijke perspectief.

Screencapture 'Corrupted Air (2018-heden). Driedimensionaal model van momentopname orkaan Katrina, 2005.
Screencapture 'Corrupted Air (2018-heden). Driedimensionaal model van momentopname orkaan Katrina, 2005.


Catastrofe van het perspectief
Met de aardbeving in Lissabon in 1755 werd het woord ‘catastrofe’ voor het eerst verbonden aan een natuurramp. Het komt oorspronkelijk uit het Grieks theater en betekende daar zoiets als ‘een omkering van wat er verwacht wordt’. Het is een verhaallijn waarbij een onverwachte ontknoping plaatsvindt. Klimaatverandering is in de zin van het Griekse theater dan ook een echte catastrofe. Van eigenbelang, individualisme, nationalisme, Antropocentrisme naar verstrikking en verbondenheid,[4] een diepbedreigende omwenteling.

         Onder ‘landschap’ verstaan we vaak solide materie, geologische formaties, texturen, en kleuren. Hetgeen wat we kunnen zien in het landschap zelf, op een foto, scherm, in een herinnering. Middels dit kader plaatsen we onszelf op afstand. Ik hier, natuur daar; als twee continenten met een grote oceaan ertussen. Elk landschap bezit echter immateriële en onzichtbare fenomenen die net zo cruciaal zijn als de elementen die we kunnen zien. Temperatuur, luchtvochtigheid, geluid, akoestiek, wind, lucht, reflectie, atmosfeer, licht en wolken ontsnappen de optische instrumenten en visuele representaties van het landschap. Zodra we lucht introduceren wordt het landschap gedestabiliseerd. In een extreme omgeving zoals de Danakil is het onmogelijk enkel toeschouwer te zijn. De zon verbrandt je huid, je lichaamstemperatuur stijgt, je ademt onbekende gassen in. Je weet niet waar je lichaam eindigt en het landschap begint; het landschap zit immers ook in jou. Overal adem je zuurstof in, vang je wind en uv-straling op, wordt je omhuld in schaduwen van wolken, draag je bij aan het geluid van je omgeving, maar zolang de effecten op je lichaam niet onaangenaam zijn, kun je deze negeren en aan de toeschouwende rol vasthouden. Wanneer omstandigheden en fenomenen extreem zijn, zoals in de Danakil, kun je de interactie tussen lichaam en omgeving echter niet langer negeren. Extremere klimaten zullen ons steeds meer bewust maken van onze verbondenheid met ‘ons huis’ en met elkaar. Tightness[5], verstrikking, claustrofobie, en intimiteit als condities van de catastrofe. Ontsnappen aan een temperatuurstijging door middel van zonnebrand, airconditioning, survival suits, veiligheidscapsules, onderzeeërs, en bunkers is net zoiets als proberen te ontsnappen aan een wereldwijde financiële crisis. Maar de geabstraheerde euro’s op jouw spaarrekening blijven uiteindelijke de gecamoufleerde financiële schuld van iemand anders. Giftige gassen, catbonds, extremofielen, computermodellen, onverzekerde natuurrampen, en rotte eieren zijn onderdeel van mij. Er is ‘zero’ landscape, hoe ver ik ook kijk.

  • [1] Air (2005), Bruno Latour.
  • [2] The Myth of Continents – A Critique of Metageography (1997), Kären Wigen en Martin W. Lewis
  • [3] The Accursed Share: An Essay on General Economy (1949), George Bataille
  • [4] Zero landscapes in the time of hyper-objects (2011), Timothy Morton
  • [5] Bunker Archeology (1967), Paul Virilio

Beeldend kunstenaar Femke Herregraven (NL), onderzoekt in haar werk welke materiële basis, geografie en waardesystemen worden uitgeslepen door financiële technologieën en infrastructuren. Relaties tussen financiële waarde, ecosystemen, zelf-organiserende systemen en geologisch instabiliteit legt zij bloot in haar multimediale werk, dat zich baseert zich op de spanning tussen het materiële en het digitale. Femke is een recente alumni van de Rijksakademie van beeldende kunsten en geeft les aan de Gerrit Rietveld Academie.

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl