Persis Bekkering

Zachte, ritselende revoluties – Lichting 2021

Essay
2 juli 2021

In opdracht van Mister Motley, de Haagse kunstruimtes 1646 en Nest kijkt Persis Bekkering naar foto’s van het afstudeerwerk van de kunstvakstudenten van dit jaar en schrijft drie essays over wat haar opvalt, over gemeenschappelijke delers, patronen, motieven en contradicties. In de eerste aflevering: werk waarin de heterotopie wordt vormgegeven, de plooien in de tijd waarin de schittering van een andere wereld naar het heden wordt gehaald.

Een mooie tuin die niets van je vraagt, je hoeft er alleen maar te zijn, tussen het breekbaar groen dat je onderarmen streelt, omringd door een laag brommen en een schel tsjirpen. De bloemen glimlachen naar je, en nee, je droomt niet. Een goed gesprek zonder tijdsdruk, langzaam ontspannen je schouders zich. De grote boom die je gewicht draagt, met zijn sterke, eeuwenoude armen, straks stijg je op met je vleugels, maar voor nu houd je even het overzicht vanaf deze tak. Een vloer vol poederige kussens, en ze zijn gemaakt van marshmallows en je mag alles opeten. Roze pluchen ruimtes, alles zacht en fluisterend, vloeiende vormen die zich voegen naar je lichaam, waaroverheen je je bevende ikje mag vouwen terwijl je heel diep uitademt. De pluizige buik van de kat die zich voor je uitrekt. Zacht. Sterk. Golvend.


 

Diego Virgen, Comfort – or the (un)necessary–yet sweet and fluffy–pleasures of marshmallow, Immediate Spaces, Sandberg Instituut

De tijd dat goede kunst moet shockeren is natuurlijk al heel lang voorbij. En toch vond ik het gedurfd, de expliciete wijze waarop in het afstudeerwerk van een aantal studenten kunst gewoon troostend mag zijn. Waarin het een veilige plek is, een fijne plek, een plek om te schuilen, waar mensen dichterbij elkaar worden gebracht, waarin objecten bewonderd mogen worden puur om hun schoonheid, puur om dat genoegen. Alleen maar goede vibes.

Anderhalf jaar lang hebben ze thuis gezeten, de studenten, tot ze scheel en kotsmisselijk werden van het beeldscherm en die eeuwige zoomlessen, webinars, videocalls, workshops en virtual studio visits. Anderhalf jaar waren andere lichamen iets om te vermijden. Scholen dicht, dan weer open, werken in bed, maar als je geluk had kon je nog altijd naar de studio, brillenglazen beslagen door dat verrekte mondkapje, weer iemand in de buurt positief getest en weer allemaal naar de teststraat. Thuis was in die vijandige wereld een veilige haven, eindeloze ruimte-tijd strekte zich uit, eindelijk dat geërfde schilderij aan de muur opgehangen, dat kastje gerepareerd; maar thuis was ook de gevangenis, de kooi, en niet iedereen had de omstandigheden voor het zeggen. Niet verwonderlijk dat kunstenaars juist nu die ‘pleasant place’ willen verbeelden.

Ooit was escapisme een negatieve term. Ontsnappen aan de wereld betekende je burgerplicht opgeven, je afkeren van de gemeenschap, van wat ons met elkaar zou moeten verbinden, de revolutie opgeven en vrijwillig kiezen voor de illusie van de lol of de droom, met open ogen de leugen in. Nu denk ik wel eens dat we zonder escapisme zullen omvallen en dat er dan nog heel weinig gemeenschappelijk te beleven valt.

ik draai een kleine revolutie af
ik draai een kleine mooie revolutie af

De woorden van Lucebert schieten me te binnen. Voor sommigen getuigt het van niet al te veel goede smaak om de gedichten van Lucebert aan te halen, omdat ze zo raadselachtig zijn dat je ze altijd wel ergens kunt citeren (‘alles van waarde is weerloos’ en zo) maar nu we toch smaakoordelen aan het herwaarderen zijn vallen de orakelspreuken van de dichter ineens op zijn plek.

ik ben niet langer van land
ik ben weer water

‘Beeld je eens een ‘retrorevolutie’ in waarin mensen zich achterwaarts ontwikkelen tot amfibie wezens’, schrijft Yo van Ede (DOGtime Extended Painting, Gerrit Rietveld Academie). Niet zo’n vreemd gedachte-experiment, want stel dat het zeeniveau tweehonderd meter stijgt, blijft er dan nog een plaats over om te leven? In ‘Lucy’, een performatieve installatie van sculpturen, schilderijen en tekeningen, nodigt Van Ede bezoekers uit om die toekomst, die eigenlijk de geschiedenis is, te verkennen. Niet letterlijk, trouwens. Ze toont wonderlijke, fantasievolle creaties, met gestapelde schelpen in takken gekruld, of een klauw met verschillende formaten scharen van schelpdieren. Maar niet om ons te deprimeren met schuldgevoelens en angstbeelden over rampen, monsters en de nietsontziende voedselketen, schrijft de kunstenaar in haar artist statement, ‘maar om de schoonheid en weerbaarheid van de natuur te benadrukken. Beeldhouwwerken, schilderijen, tekeningen, performance en interactieve installaties creëren comfort en troost, misschien zelfs een glimlach, een gevoel van gezamenlijkheid in het maken van de wereld waarin we leven.’


 

Yo van Ede (Yolanda), Lucy, DOGtime Extended Painting, Gerrit Rietveld Academie

ik draag schuimende koppen op mijn hoofd
ik draag schietende schimmen in mijn hoofd

De deze week overleden Lauren Berlant, theoreticus in de queer- en affect studies, dacht veel na over fantasie, optimisme, vreugde, en wat daar de objecten van zijn. Soms is een fantasie iets problematisch. Hen lanceerde bijvoorbeeld de term ‘cruel optimism’: de gehechtheid aan iets – een idee, een object, een persoon – die of dat eigenlijk niet bijdraagt aan je welzijn. Een wreed optimisme is een contraproductieve fantasie, zoals de fantasie over een sterke natiestaat. Maar fantasie of optimisme is evengoed een kracht voor verandering. Wat is dan het goede leven, vroeg hen zich af, welke vormen van genot en plezier en verlossing kunnen we ons inbeelden die wel bijdragen aan een betekenisvolle wereld?

Ik las een interview met hen terug in Extra Extra Magazine, door Hans Demeyer, waarin hen nadenkt over het idee van de ‘heterotopie’, een woord dat Foucault bedacht als ‘tussenvorm’ tussen de realiteit en het fantasmagorische beeld van de utopie. Een heterotopie is een tussenruimte, die de continuïteit van het dagelijkse onderbreekt, terwijl de utopie alleen als droom bestaat. ‘De heterotopist maakt van die plooien in het leven’, zegt Berlant daarover, ‘zoals een heel goed gesprek dat je met iemand hebt, of je begint met elke dag te wandelen, of je besluit om het anders aan te pakken in het klaslokaal. Al die dingen worden heterotopische mogelijkheden omdat ze een plooi creëren van een ander soort leven naast welke je al leeft.’ Hen benadrukt dat dit een fundamentele dubbelzinnigheid oplevert: ‘je stopt niet met in de wereld te zijn, maar je creëert ook andere mogelijkheden.’

op mijn rug rust een zeemeermin
op mijn rug rust de wind


 

Lou-Lou van Staaveren, Pleasant Place (Locus Amoenus) – A portrait of my favorite garden, KABK Fotografie

Lou-Lou van Staaveren (KABK Fotografie) creëerde voor mij zo’n plooi in de tijd met het werk ‘Pleasant Place (Locus Amoenus). A portrait of my favorite garden’. De beschrijving van het werk is aards en bescheiden; van Staaveren, behalve fotograaf ook hovenier, brengt een tuin in beeld waar ze graag komt, niet ver van huis – gewoon een fijne plek. We zien glimlachende zonnebloemen, weelderige bosjes, de gehandschoende handen van tuiniers. Enerzijds hebben de foto’s de kwaliteit van een droom, het paradijs, een romantische toevlucht uit de realiteit, maar de details van hooivorken, schoppen, handen in rafelige handschoenen gestoken maken het tegelijkertijd hier en nu, van déze wereld, net als de heterotopie altijd ambivalent is. ‘It presents the garden as a landscape of the mind, and as a place of refuge from the processes of time and mortality’, schrijft van Staaveren. 


 

Lou-Lou van Staaveren, Pleasant Place (Locus Amoenus) – A portrait of my favorite garden, KABK Fotografie

de wind en de zeemeermin zingen
de schuimende koppen ruisen
de schietende schimmen vallen


 

Pier van den Elsen, KABK Fotografie

‘Als een portretfotograaf positioneer ik mezelf als iemand om mee te praten, terwijl we voorzichtig van elkaar leren’, schrijft Pier van den Elsen over zijn portretreeks. ‘In nauwe samenwerking met de mannen die ik fotografeer verken ik deze positie die we normaal gesproken alleen kennen tussen hechte vrienden. Open en empathisch, onszelf toestaand om kwetsbaar te zijn als mannen op veilige plekken.’ Het gesprek als veilige ruimte: ook een plooi in de tijd, een glimp van een andere wereld. Is dit niet veel radicaler dan de schurende, botsende, stoelpoten afzagende kunst van de twintigste-eeuwse avant-garde? In plaats van dat de utopie wordt verbeeld – de onmogelijke toekomst waar altijd een beetje melancholie bij komt kijken omdat ze nog zo ver weg is, en toch maar een droom – wordt de utopie in stukken gesmeten, worden de kleine scherven gekoesterd, de scherven die we nu al bezitten, hier, nu.

ik draai een kleine mooie ritselende revolutie af
en ik val en ik ruis en ik zing

——————

Nest en 1646 werken samen aan een grote tentoonstelling in de openbare ruimte van Den Haag met werk van afstuderende kunststudenten. Afstuderende kunstenaars door heel Nederland stuurden foto’s van hun werk in. Tijdens het The Hague Contemporary Art Weekend van 8 tot 11 juli 2021 in Den Haag, hangen posters met het afstudeerwerk verspreid door Den Haag. Klik hier voor meer info. En bekijk hier het Instagram account waarop alle ingestuurde werken worden gepubliceerd.


 

Boris Dieleman Self-portrait as a bird, Heather 2021 Autonoom / Fine-Arts, Maastricht Institute of Arts

 

Dagmar Lutjenhuis Waterig haar, BA Fine Art, Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaags kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later