Een enorme roze kop en schotel, draaiend om zijn eigen as. Het is bijna alsof je het decor van Alice in Wonderland binnenstapt wanneer je het Van Abbemuseum momenteel betreedt. Dankzij de strakke gestileerde muren van een museum lijken kunstwerken soms zo goed te kloppen dat je haast zou denken dat het werk op de plek waar je het ziet is ontstaan. Alsof Paul McCarthy dertig jaar geleden langs kwam en heeft bedacht om deze kop en schotel voor deze plek te maken. 

Het grote roze kunstwerk, Colonial Tea Cup en meer dan 100 andere kunstwerken uit de collectie van de 23 verschillende FRAC’s (Fonds Régionaux d‘Art Contemporain) zijn deze zomer in het Van Abbemuseum tentoongesteld. De werken zijn vanaf 1982 aankocht door de Franse overheid en te zien in de verschillende regionale kunstinstellingen. Tijdens de Tour de France -die deze zomer in Nederland van start gaat- is dankzij de tentoonstelling Een republiek der kunsten, Franse regionale collecties van hedendaagse kunst, van juni tot en met oktober te zien hoe kunstenaars in de afgelopen 30 jaar refelcteren op de gebeurtenissen in Frankrijk en de wereld. De werken hebben elk een reis achter de rug van Frankrijk naar Nederland. Hoe krijg je een kunstwerk van een andere instelling in je museum? Welke reis heeft de roze theekop hiervoor afgelegd? En wie en wat komt er allemaal kijken bij het regelen van een bruikleen?

Conservators Diana Franssen en Annie Fletcher selecteerden voor de tentoonstelling Een republiek der kunsten ruim 100 werken uit de bijzondere Franse hedendaagse collectie. Enkele weken voor de aankomst van het werk Colonial Tea Cup spreek ik Franssen in het Van Abbemuseum. Op een plattegrond waar de tentoonstelling op is uitgewerkt laat ze zien welke werken er naast de theekop te zien zullen zijn, waaronder kunstwerken van Hans Haacke, Gerhard Richter, Daniel Buren en Cindy Sherman.
Franssen: “Colonial Tea Cup vonden we een geschikte eyecatcher voor de tentoonstelling, maar we hebben lange tijd getwijfeld, omdat het transport zeer prijzig is. Op een gegeven moment hebben we subsidie van het VSBfonds gekregen om dit te kunnen doen. Het was te belangrijk dat het werk er zou komen.’’ 

Afbeelding uit de Exhibition Guide waarop de afkomst van de werken te zien is, Van Abbemuseum.
Afbeelding uit de Exhibition Guide waarop de afkomst van de werken te zien is, Van Abbemuseum.

In het begin verzamelden de FRAC’s vooral Westerse, en Amerikaanse werken. De tentoonstelling is chronologisch opgebouwd naar de tijd waarin het werk is aangekocht door de FRAC’s, hierdoor is in de eerste zalen vooral werk van Westerse, en Amerikaanse kunstenaars te zien en in de twee laatste zalen ook werk afkomstig uit Azië en Afrika. Het werk van de Amerikaanse Paul McCarthy is een parodie op het koloniale verleden van Engeland, en legt een link naar de theetoevoer uit India. McCarthy reflecteert op de postkoloniale tijd, zijn werk geeft hierdoor een bruggetje naar het nieuwere verzamelbeleid waarin ook niet-westerse kunst wordt aangekocht. De FRAC’s hebben het ideaal om hun werken flexibel uit te lenen, maar bij dit werk is het lastig om dit na te streven, omdat het kunstwerk zo verre van flexibel is. Toch gaven Franssen en Fletcher de hoop niet op. Fletcher bezocht het werk bij FRAC Poitou-Charentes in Angoulême, een plaatsje ten noorden van Bordeaux. De directeur van deze FRAC instelling, Alexandre Bohn was enthousiast over het bruikleen, mede omdat werk nog niet veel heeft gereisd heeft en lange tijd niet zichtbaar voor publiek was.

Colonial Tea Cup, 1983, voorbereidende schets, houtskool, Collectie FRAC Poitou-Charentes
Colonial Tea Cup, 1983, voorbereidende schets, houtskool, Collectie FRAC Poitou-Charentes

Na het bedenken van het concept en het financieel haalbaar maken van het plan voor de bruikleen moest er bekeken worden waar het werk in het museum zou kunnen komen te staan.
Franssen: “Colonial Tea Cup stond lange tijd buiten, eerst in de tuin van een hotel en later ook voor de ingang van FRAC. Nadat het werk gerestaureerd is mocht het werk alleen nog binnen worden getoond.”

Het kunstwerk past door zijn breedte niet door de ingang van het museum, maar hoe komt het werk dán het museum binnen? Kan de vloer van het museum het gewicht van het enorme werk wel tillen? 
Dit en andere technische knelpunten zocht Theo Wajon uit, hij is hoofd technische dienst bij het Van Abbemuseum. 
Wajon: “Allereerst heb ik uit moeten zoeken waar het werk zou kunnen komen te staan in het museum, het werk kon sowieso niet in de zalen komen te staan door de breedte van de schotel, de enige geschikte plek waar het werk qua breedte paste is de entreeruimte. Op papier heb ik met collega’s van het team uitgezocht hoe dit technisch zou kunnen. De vloer van het museum kan niet alles hebben, maar het werk komt strategisch te staan, verspreid over een oppervlak met betonnen balken.”

De route in het museum loopt vanaf de weg naar een achteringang die uitkomt op de ondergrondse hal. Na de hal gaat het werk door de lift aan de voorkant van het museum en wordt het in de entreeruimte geplaatst. Enkele dagen voor de komst van het werk worden de ondergrondse gangen van het museum vrij gemaakt en worden stellingen afgebroken om bochten weg te halen. Om het werk binnen het museum te vervoeren prepareert Wajon een kraan waaraan de kop en schotel los van elkaar opgehesen kunnen worden. Met een balk die de doorsnee van de schotel illustreert is de ondergrondse route getest, om te zien of het in alle bochten de breedte van bijna 4 meter wel haalt. 
Heeft u al eerder gewerkt met zo’n groot werk? Wajon: “Ja, dat kennen we wel, de gekke grote objecten vormen eerder een leuke uitdaging. We hebben een aparte kraan gehuurd, die de schotel uit de kist van 4 bij 4 meter tilt.” 

Franssen: “Alle mogelijke problemen rondom het transport moesten van te voren goed gekeurd worden. Theo Wajon heeft op het technische deel ‘ja’ gezegd voor het bruikleen, daarnaast keurde Antoine Derksen, hoofdproductie het budget en de organisatie van het bruikleen goed.” Het plan kon doorgaan en het vervoer werd geregeld. Geerte Broersma is registrar bij het Van Abbemuseum, zij regelt en plant het vervoer en de procedures die komen kijken bij het bruikleen. Met een man of tien overlegden de medewerkers van het museum over de komst van de theekop. 

Een Nederlandse chauffeur haalt het werk op, verpakt in twee grote houten kisten. De tocht vanuit Frankrijk kan niet over de snelweg, omdat de vracht daar te groot voor is, de rit van Angoulême naar Eindhoven duurt hierdoor anderhalve dag. De chauffeur vindt het een bizar gezicht hoe de technische mensen van het museum met het werk omgaan, voor hem waren het gewoon twee grote houten kisten die hij van de ene plek naar de andere plek vervoert. Wanneer we bekijken hoe het werk van de vrachtwagen af wordt getild met een kraan wijst de chauffeur naar een nieuwe Tesla aan de overkant van de weg: “Voor mij is dat pas echt kunst, maar het idee wat kunst is verschild misschien per persoon.”

Foto uit film van installatie van Colonial Tea Cup, door Ron Eijkman, Van Abbemuseum.

EEN REPUBLIEK DER KUNSTEN

franse regionale collecties van hedendaagse kunst
Te bezoeken tot 04/10/2015