Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Het sensuele protest van de slaap

12-02-2020 Persis Bekkering

Vanaf vandaag zal schrijver Persis Bekkering maandelijks een column schrijven over de kunstwerken die haar blik op de wereld doen kantelen. 

Een curator vertelde me dat ze minstens tien uur slaap per nacht nodig heeft. Mensen met slaapproblemen zouden er jaloers op zijn, maar het vereist heel wat aanpassingen aan haar leven. Ze moet duidelijke keuzes maken in wat ze wel en niet kan doen, verwachtingen van anderen temperen, soms klussen aan haar neus voorbij laten gaan. Lange tijd heeft ze geprobeerd haar slaapcyclus te disciplineren, maar het ging niet. Nu ze dat kon accepteren voelde ze zich beter.

Ik keek naar haar warrige haar, dat me plots voorkwam als out-of-bed-haar, wat ooit een trend was. Haar bekentenis beangstigde me, als mede-langslaper. Het was alsof ze het over een beperking had, alsof ze voortdurend tekort schoot. Alsof de wereld constant op de loer ligt die twee uurtjes extra op te eisen, een onverzadigbaar tijdvretend monster onder het bed dat meer meer meer wil.

Ook ik heb lange tijd mezelf geprobeerd te dresseren naar kortere nachten. Meestal sliep ik dan door de wekker heen en stond ik chagrijnig op, en als het wel lukte begon ik na de lunch boven mijn laptop te knikkebollen. Hoeveel meer boeken kan ik wel niet lezen als ik minder slaap, verzuchtte ik steeds, hoeveel meer kan ik wel niet schrijven, zien, weten? ‘Slapen doe ik wel als ik met pensioen ben’, zei een vriend van vroeger geregeld. Nog steeds voel ik een vonkje jaloezie als ik lees dat een of andere staatsman of dichter maar vijf uur slaapt. Op een of andere manier lijkt me dat de weg naar iets groots.
De curator en ik namen deel aan een leesgroep over 24/7. Late Capitalism and the End of Sleep (2013) van kunsthistoricus Jonathan Crary. Crary beschrijft in dit essay hoe de huidige 24-uurseconomie van mensen machines probeert te maken. In deze economie is slaap een probleem dat overkomen moet worden, liefst verbannen. De kern van het kapitalistisch systeem is expansie, dus de grenzen moeten steeds verder worden opgerekt om de productiviteit te verhogen. Rust is improductief, slaap is het laatste domein in een mensenleven dat nog gekoloniseerd moet worden.
Serieuze pogingen daartoe zijn al ondernomen. Het Amerikaanse leger heeft miljarden dollars uitgegeven aan een onderzoek naar migratievogels die lange tijd zonder slaap overleven, schrijft Crary. Daarmee hoopte het iets uit te vinden – een medicijn, een truc? - waarmee soldaten zeven dagen zonder slaap kunnen doorgaan.
Dit is misschien een extreem voorbeeld, maar zoals hij laat zien is het is een symptoom van de obsessie met een nieuw soort mens: de 24-uursmens, altijd bereikbaar, altijd aan het consumeren; een waardige concurrent voor de machine. Maar als het leven een gang wordt zonder pauzes en de mens non-stop kan produceren, verstrijkt er geen tijd meer. De klok tikt wel door, maar de afwisseling van licht en donker, van slaap en rust, de cycli die elk leven markeren, zijn opgeheven en gladgestreken. Dan zitten we gevangen in een eeuwig kunstmatig verlicht heden.
Slaap wordt echter vaak als iets negatiefs voorgesteld. ‘De slaap van de rede produceert monsters’, staat bij die bekende ets van Goya die een slapende kunstenaar afbeeldt. We moeten waakzaam zijn, zei Jezus, anders missen we de komst van het koninkrijk der hemelen. Slaap staat voor luiheid, voor kwetsbaarheid, voor onnadenkendheid, voor banaliteit. Maar in een 24/7-wereld zou slaap juist subversief moeten zijn, schrijft Crary: ‘The huge portion of our lives that we spend asleep, freed from a morass of simulated needs, subsists as one of the great human affronts to the voraciousness of contemporary capitalism. Sleep is an uncompromising interruption of the theft of time from us by capitalism.’

Maar als het leven een gang wordt zonder pauzes en de mens non-stop kan produceren, verstrijkt er geen tijd meer.

Het boek deed me denken aan een werk van kunstenaar Danilo Correale, een video-essay van bijna vier uur lang (3:55:10 om precies te zijn) genaamd No More Sleep No More. Het bestaat uit een montage van acht interviews met specialisten – een medisch specialist, een historicus, een antropoloog, enzovoorts - die vanuit hun eigen vakgebied over slaap vertellen, en wat we daar tot nu toe over weten (wat niet veel is). Bij de audio maakte Correale hypnotiserende beelden, een soort wolkende inkt in vloeistof, waarmee hij de visuele ervaring van het in slaap vallen wil oproepen. Beeld en geluid botsen op een ongemakkelijke manier: terwijl de wetenschappers een coherent verhaal vertellen viel ik een beetje in slaap bij de hallucinante beelden. Uiteindelijk gaf ik daar maar aan toe, ik besloot dat kunst een plek mag zijn waarin je mag dommelen, zeker met zo’n titel.
De video geeft ook een idee hoe doezelig Correale zelf zich gevoeld moet hebben. Na een tijd van intensief heen en weer reizen tussen de VS en Europa begon hij last te krijgen van slapeloosheid en extreme vermoeidheid. Zijn lichaam wilde maar niet wennen aan een nieuwe tijdzone, en daarom begon hij te leven in de tijd waarin hij zich het prettigst voelde: hij werkte ’s nachts en sliep overdag. Maar de sociale vervreemding die daar het gevolg van was brak hem uiteindelijk op. Het was de start van een lang onderzoek naar ‘de politiek van slaap’, zoals hij het noemt. Ik kocht jaren geleden de publicatie bij het werk, en nu ik hem weer opensla valt me het motto op van een anonieme Italiaanse anarchist: ‘Sleep is undoubtedly the most sensual form of protest.’ Ik zal de spreuk inlijsten voor de curator met het out-of-bed-haar.

Slogans for the 21st Century, Douglas Coupland, 2011-2019
 

Slaap is een daad van verzet, maar alleen voor de geprivilegieerden, blijkt uit een recenter werk van Correale, The Unsleep: I See That I See What You Don’t See. Het lijkt op een grote led-verlichte tv, die bestaat uit platen die je afzonderlijk uit het frame kunt halen. De platen tonen foto’s die Correale maakte in India en de Filipijnen van nachtarbeiders in hun werkomgeving. De arbeiders werken voor grote bedrijven in het Westen, die een deel van de arbeid outsourcen naar lagelonenlanden. Deze bedrijven dwingen hun medewerkers (in die twee landen samen al twintig miljoen) aan de andere kant van de wereld zich aan te passen aan hun lokale tijd. Correale noemt dit ‘chrono-imperialisme’. De nieuwe gekoloniseerden moeten in de ruimte-tijd van het Westen leven, vervreemd van hun sociale omgeving, een vorm van lijden die de kunstenaar zelf bekend voorkomt.
The Unsleep maakt me ineens ongemakkelijk over dat slaap-als-protest idee. Noem het een wakker schudden. Kunnen we nog wel slapen, als we weten dat er ’s nachts door ongetwijfeld laagbetaalden wordt doorgehaald om de productieketens van de globale economie draaiende te houden? Wie draait er op voor mijn negen onverstoorbare uren onproductiviteit waarmee ik de tijd terugsteel?

Slaap staat symbool voor iets groters, schrijft Crary, het gaat over de houdbaarheid van de samenleving. Aan de hand van het werk van Hannah Arendt laat hij zien dat het publieke domein alleen kan bestaan als er tegelijkertijd ook een privaat domein is: als er een grens bestaat tussen binnen en buiten. Dat trekt hij door naar slaap versus waken. Als we zelfs niet meer met rust worden gelaten in onze slaap, verdwijnt de grens tussen wat privé is en wat publiek – waardoor we niet alleen de zeggenschap verliezen over wat we in ons eigen bed doen, maar ook wat we samen in de publieke ruimte doen, hoe we de samenleving willen inrichten. Daarom is er een ‘politiek van slaap’ nodig. Slapen is de meest eenzame, meest privé activiteit (of non-activiteit), maar het voortbestaan is een publieke zaak.

PS: Geheel toevallig is er nog t/m 20 februari in Somerset House in Londen een tentoonstelling te zien gebaseerd op Crary’s boek: 24/7. A Wake-Up Call For Our Non-Stop World. De tentoonstelling toont 50 werken van o.a. Douglas Coupland, Mat Collishaw, Harun Farocki en Pierre Huyghe. 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl