“Je wordt niet als feminist geboren, je wordt tot feminist gemaakt,” schrijf ik in het dankwoord van mijn boek Dolle Mythes. Mijn voorbeeld was niet Simone de Beauvoir, wiens bekende woorden ik hier verdraai. Als kind van de Tweede Golf, geboren in 1976, volgde ik Madonna. Ik imiteerde haar voor de spiegel, met een kruis in mijn oor en mijn navel ontbloot. Ik wilde net zo zijn als zij. Toen dacht ik dat dit inhield: net zo goed kunnen dansen en net zo beroemd worden. Later wist ik dat ze me iets anders voorhield. Kracht, autonomie, vrijmoedigheid.

Madonna symboliseert mijn moeizame relatie tot de vrouwenbeweging. Natuurlijk was zij een feministisch icoon, al dachten mijn docenten vrouwenstudies aan de universiteit daar anders over. Haar gehele carrière stond ze op gespannen voet met feministen. Toen ze in 2016 werd geëerd als ‘woman of the year’ tijdens de Billboard Music Awards, verklaarde ze zichzelf tot bad feminist. In een emotionele speech hekelde ze het seksisme waarmee ze haar hele leven was geconfronteerd. Vrouwen waren vaak ronduit vijandig tegen haar. Ze had er maling aan, net als ik.

 

Centrale Cisca

Zoals veel van mijn generatiegenoten had ik aanvankelijk weinig op met de beweging. Ik genoot immers van alle verdiensten. Feminisme stond voor mij gelijk aan Cisca Dresselhuys. Ze belichaamde – letterlijk – alle clichés: vinnig vond ik haar. Ik las wel eens de Opzij, waarin ze iedere maand een bekende Nederlander langs de feministische meetlat legde. Blijkbaar had zij de autoriteit dat te doen. 

 

Cisca Dresselhuys - voormalig hoofdredacteur van het feministische maandblad Opzij
Cisca Dresselhuys - voormalig hoofdredacteur van het feministische maandblad Opzij

 

Ik was een puber in een oppervlakkige tijd vol individualisme en commercialisering, maar dat had ik toen niet door. Mijn verzet tegen het feminisme was op weinig meer gebaseerd dan dat beeld van Cisca Dresselhuys. Natuurlijk was zij helemaal niet het opperhoofd van de emancipatie. Later kwam ik er zelfs achter dat veel Opzij-lezers niet blij waren met de koers en het gezag van Dresselhuys. Zelfs haar volgelingen bleken geen volgelingen.

 

Het feminisme kent natuurlijk geen centraal gezag of arbitrage. ‘Het’ feminisme bestaat ook helemaal niet. Er is nooit sprake geweest van één beweging, of één groep met gedeelde ideeën. Er zijn golven geweest en stromingen, er zijn verschillende clubjes met mogelijk tegengestelde overtuigingen die door de tijd heen soms wel en soms niet hebben geleerd van fouten uit het verleden. Zelfs over een definitie zijn feministen het niet eens.  

 

Een heel minimale definitie zou kunnen zijn ‘de bereidheid iets te doen aan ongelijkheid tussen man en vrouw’. Die volstaat echter niet, want ook dit basale uitgangspunt geeft gedoe. Zo is er een stroming die vindt dat de binaire tegenstelling tussen man en vrouw (je bent of het één of het ander) een fabeltje is. Omdat deze queer feministen af willen van de hele categorie ‘vrouw’, zijn er andere feministen die deze smaak schadelijk vinden voor de strijd.

 

Tombola

Tot die queerfeministen reken ik mezelf. Wij hebben heel andere opvattingen dan radicaalfeministen, cultureel feministen of lesbisch feministen. Je hebt trouwens ook liberaal feministen en marxistisch feministen, niet te verwarren met de socialistische feministen. Er is zwart feminisme en moslimfeminisme. We vormen, kortom, niet één volk, maar een tombola vol culturen, verenigingen en groepen (in de woorden van De Hokjesman, specialist in het verbeelden van heterogeniteit).

 

Dat maakt voor de buitenwereld niet uit. Regelmatig zijn er anonieme en niet-zo-anonieme twitteraars die me aanspreken op iets wat een feminist ergens in de wereld heeft gezegd, of wat ze denken dat die feminist heeft gezegd– dat zijn (te) vaak twee heel verschillende dingen. Dat eindeloze aanspreken leidde ertoe dat zuster in de strijd Stella Bergsma, bekend als Einsteinbarbie, in haar twitterbio loog dat ze beslist geen feminist was, om maar van het gezeur af te zijn.

 

Misschien ben ik in de ogen van sommigen zelf wel een Cisca Dresselhuys geworden. Zo word ik soms in meervoud aangeduid op sites als GeenStijl: “Alles moet kapot en alles moet weg dankzij de nietsontziende terreur van de Linda Duitsen van deze wereld.” Was ik maar met meer, verzucht ik dan. Het slopen van het patriarchaat ging dan een heel stuk makkelijker. Het is juist de onderlinge verdeeldheid die de strijd lastig maakt. Want waar één kant je ongevraagd opwerpt als spreekbuis van een ongelijksoortige club, zien anderen je juist als afvallige.

 

Zoals met elk –isme zijn er mensen die streng in de leer zijn. Op Facebook wordt er in groepen gediscussieerd of je wel feminist kan zijn en van Charles Bukowski mag houden. Feminisme is dan een algehele levensstijl, zoals veganisme. Sociale media zijn bij uitstek geschikt om elkaar flink de maat te nemen. Wie is het meest feminist?

 

Uitsluiting

Dat gebeurde ook tijdens de Tweede Golf. Aan het eind van de periode is lesbisch-zijn de ultieme badge van feministisch-zijn: hoe lesbischer, hoe feministischer, hoe radicaler. Heteroseksualiteit werd gezien als iets dat kon worden afgeleerd en lesbisch-zijn was een politieke keuze. Als je niet bereid was die te maken, hoorde je er niet echt bij. Dat exclusieve was al eerder ingezet.

 

Oorspronkelijk waren mannen onderdeel van de vrouwenbeweging. Emancipatie was een zaak van beide seksen. Dat is duidelijk in de naam Man-Vrouw-Maatschappij, de eerste organisatie in Nederland en opgericht door zowel mannen als vrouwen. Ook het bekende Dolle Mina werd gestart door een gemengde groep. Maar gedurende de strijd bedachten vrouwen dat de mannen hen in de weg zaten. Ze wilden in mannenvrije zones nadenken over wat het betekende vrouw te zijn. En dus werden de wilwellende mannen door radicale stemmen uit de beweging gekieperd. Het clichébeeld van de mannenhatende feminist hebben we daaraan te danken. Het is achteraf zowel begrijpelijk als gênant.

 

Nog beschamender is de omgang met niet-witte vrouwen. Witte feministen gaven weinig ruimte aan vrouwen van kleur, terwijl zij er wel degelijk waren. In de loop van de jaren ’70 gingen zij zich meer en meer organiseren: Indo-Europese, Surinaamse en Antilliaanse vrouwen afkomstig uit de voormalige koloniën. Maar ook Chileense, Molukse, Papoease en Turkse vrouwen lieten van zich horen. Sommigen waren vluchteling, anderen waren als gastarbeiders naar Nederland gekomen, zoals een groep uit Joegoslavië. Pas in de jaren ’80 ging de kritiek echt los, bijvoorbeeld op de Winteruniversiteit Vrouwenstudies in 1983. Julia de Lima stapte het podium op en las een verklaring voor. Daarin de cruciale zin: “Het bestaan van zwarte vrouwen wordt ontkend, althans niet gezien en niet gehoord.”

 

De namen van zwarte feministen die belangrijk zijn geweest voor de vrouwenbeweging, zijn gemakkelijk vergeten. Dat valt mee voor de vrouwen die actief waren binnen de wetenschap, zoals Essed, Wekker en Loewenthal. Hun boeken zijn er om te lezen, veel teksten zijn zelfs online toegankelijk voor studenten. Maar er waren er zoveel meer. Het is belangrijk dit deel van de geschiedenis te blijven herinneren, zeker in een tijd als nu waarin feminisme soms wordt ingezet als een stok om moslims mee te slaan: ‘wij hebben de Eerste en Tweede Golf doorgemaakt en zijn daarmee geëmancipeerd en dus beschaafd geworden, zij niet’ is dan de redenering. Deze ‘herinnering’ is alleen mogelijk als de bijdrage van vrouwen van kleur uitgewist wordt: de ‘wij’ verwijst namelijk naar witte Nederlanders. De foto van Dolle Mina’s met ‘baas in eigen buik’ op hun mediagenieke witte lichamen passen daar uitstekend bij, maar het is een incompleet beeld.

 

Clubjes

In Dolle Mythes probeer ik lessen te trekken uit de geschiedenis van feminisme in Nederland. De conclusie heeft als ondertitel ‘Valkuilen vermijden’. Een mening over man-vrouwverschillen en oplossingen voor een eerlijkere wereld zijn immers veel meer waard als je je laat hinderen door historische kennis. Dat werd me natuurlijk niet door iedereen in dank afgenomen, en dat is niet erg. Het zorgde er evenwel voor dat ik weer ging reflecteren op hoe ik me tot feminisme verhoud.

 

Voor sommigen is het dus een levensstijl, voor anderen puur activisme. Bij beide interpretaties voel ik me niet thuis. Ik wist dit natuurlijk al voordat ik aan Dolle Mythes begon, maar niet alle feministen zijn leuk. Dat zie je in de geschiedenis van de Tweede Golf en je ziet het bij nieuwe clubjes. Het is dat idee van een club dat me tegenstaat: als alle neuzen dezelfde kant op moeten wijzen, wil ik Madonna zijn. Tegendraads.  

 

Als wetenschapper zie ik feminisme meer als een perspectief, een bril waarmee je naar de sociale werkelijkheid kunt kijken. Mijn feminisme maakt me gevoelig voor bepaalde ingesleten patronen, zoals dichotoom denken over sekse en gender, en mijn eigen witte blinde vlekken. Het helpt me dus bij nadenken. En als docent is dat mijn gospel: nadenken. Feminisme is een perspectief dat ik iedereen gun, maar dat iedereen zelf moet invullen. Onderlinge kritiek en uitwisseling van gedachten zijn daarbij cruciaal omdat we zonder niet verder komen, maar feminisme is van niemand. Maak het je eigen.

 

In samenwerking met ArtEZ Studium Generale en boekwinkel Walter in Arnhem organiseert mister Motley op dinsdag 2 oktober een gratis leesgroep met Linda Duits over haar boek Dolle Mythes. Wil je daar bij zijn? Stuur dan een mail naar lieneke@mistermotley.nl om je op te geven.