Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

'Digitaal fotograferen, dat is niets voor mij' - een interview met Bertien van Manen

05-06-2020 Fenne Saedt

Het idee dat experiment en vernieuwing enkel bij de jonge kunstenaar te vinden is, lijkt in onze hersenen geprogrammeerd. Om die reden duik ik de in de praktijk van kunstenaars die juist zo interessant zijn omdat ze meer levenservaring hebben. Kunstenaars die meer zijn dan enkel oud, en nog iedere dag kunst maken, gevoed door al die ontwikkelingen die ze door de jaren ervaren hebben. Makers die door hun levenservaring scherp de huidige tijdsgeest in perspectief kunnen zetten door deze af te zetten tegen andere tijden. Zoals de onovertroffen documentaire fotograaf Bertien van Manen (1942) die ik vanwege COVID-19 telefonisch sprak.

Bertien van Manen
Bertien van Manen , Tao in her dormitory - van de serie East Wind West Wind

Fenne Saedt (FS): Wat doet een fotograaf die voornamelijk het dagelijks leven portretteert, bij mensen binnen infiltreert en hiervoor de hele wereld afreist vastgebonden aan huis?
Bertien van Manen (BvM): ‘’Ik gebruik de tijd om me op andere manieren te ontwikkelen, daarom lees en schrijf ik veel. Momenteel lees ik een boek, Moussa of de dood van een Arabier van Kamel Daoud. Een Algerijnse schrijver die een stem wist te geven aan ‘de Arabier’ uit de Franse klassieker De vreemdeling van Albert Camus. Maar dan vanuit zijn gezichtpunt, over de woestijn, over hoe het is om daar te leven. Het is niet zo zeer een verhaal, maar een droom. Het boeit me enorm terwijl er eigenlijk helemaal niet zo veel gebeurt. Het is een boek waar ik helemaal in opgezogen word, net als de fotografie dat kan doen. 

De hele dag binnen zitten, dat trek ik niet. Iedere dag maak ik een ommetje maar nooit loop ik dezelfde route. Dan kom ik grappige situaties tegen, zoals een man in zijn eentje buiten op het Amstelveld, best een mooi beeld van de crisis, maar een karikatuur dat ik niet vast wil leggen. De handeling van het fotograferen mis ik wel. Op mijn dakterras kijk ik door de lens van mijn camera naar bloemen en het mooie licht dat er op schijnt. Je ziet andere dingen als je aan huis gebonden bent, maar ik kan niet zeggen dat ik die foto’s van de bloemen in mijn tuin maak met het idee: die zou ik in een museum tentoon willen stellen.’’ 

FS: Kun je een omschrijving geven van je studio? Welke boeken liggen er op tafel? Wat hangt er aan de muren? Waar drink je je koffie uit?
BvM: ‘’Mijn studio bevindt zich in een grote kamer in het pand waar ik tevens woon, twee grote ramen geven me uitzicht op de Keizersgracht. Alle wanden van mijn studio zijn wit, maar er zijn zoveel boeken dat er maar weinig muur te zien is. Rechts staan twee hele grote boekenkasten. Die staan vol met fotoboeken van fotografen die ik goed vind en bewonder. Zoals de 11 ‘friends’ waar ik momenteel mee exposeer in het Stedelijk Museum: Stephen Gill, Robert Frank, Josef Koudelka en veel meer. Het zijn fotografen waar ik feeling mee heb, herkenning bij voel. Een grote zwarte tafel staat in het midden van mijn studio, daar werk ik, ontvang ik mijn bezoek en drinken we thee. 

Als je binnenkomt was er vroeger links in de hoek een donkere kamer. Die heb ik inmiddels verbouwd tot opslagplaats waar ik mijn foto’s in kan lijsten. Aan een muur hangt een groot fel met mijn foto’s, maar dan op de kop. Het zijn geprinte bladzijdes die laten zien hoe een fotoboek gaat worden, van die pagina’s die nog gesneden en gevouwen moeten worden, weet je wel?’’

FS: Voor grote projecten reisde je eerder naar China, de voormalig Sovjet-Unie en de Appalachian Mountains in Amerika. Als we straks weer de deur uit mogen, waar reis je dan direct naar toe voor een nieuwe fotoserie?
BvM: ‘’Daar denk ik maar niet over. Want hoe lang dit nog duurt, dat weet niemand. Rusland heeft altijd mijn hart en aandacht gehad, maar concretiseren doe ik nog maar niet. Het idee dat het reizen ons wellicht niet meer mogelijk wordt gemaakt, vind ik maar eng. 

In de jaren ‘90 fotografeerde ik de weerspiegeling van een meisje in het raam van een trein: Irina. Met Irina heb ik nog steeds contact, voor de opening van ‘Beyond the Image’ in het Stedelijk kwam ze helemaal uit Moldavië met de bus. Daar heeft ze wel drie dagen over gedaan. Drie dagen! Stel dat we straks niet meer mogen vliegen dan zit je dus dagen in de bus of trein. Een dag met de bus, oké. Maar drie dagen stil zitten, dat wordt een marteling voor mij. Als het echt de enige mogelijkheid is om in de toekomst te reizen dan zou ik het wel doen, maar voor nu denk ik daar liever nog niet over na.’’

Bertien van Manen
Bertien van Manen, Irina in the train - van de serie Let's Sit Down Before We Go

FS: Kun je je een praktijk voorstellen zonder dicht bij mensen te mogen komen, te reizen en infiltreren?
BvM: ‘’Ander halve meter is voor een fotograaf niet zo vreemd. Dicht bij mensen komen is belangrijk om contact te kunnen maken, maar dat kan ook zonder letterlijk dichtbij te komen.

Zo fotografeerde ik eind jaren ‘90 een Chinese studente in haar slaapkamer. Het was een onwijs kleine kamer waar zes meiden verbleven. De enige privacy die er was, was de ruimte op haar matras wanneer ze deze met een gordijntje afsloot. Ik zat op het bed van een kamergenoot tegenover haar toen ik haar vastlegde in beeld. Op zo’n moment is het niet zo zeer de afstand maar meer de sfeer die er hangt die heel close en voelbaar is in beeld.’’

FS: Je hebt een carrière van een halve eeuw. Een periode waarin de technische mogelijkheden op het gebied van fotografie sterk zijn ontwikkeld, de opties om te reizen makkelijker zijn geworden en we niet alleen meer brieven schrijven maar in een paar seconden een email naar de andere kant van de wereld kunnen sturen. Welke veranderingen gedurende je carrière zijn voor jou van groot belang geweest?
BvM: ‘’De wereld is totaal anders geworden, alles gaat nu zo veel sneller. Toen ik begon met modefotografie moest ik bijvoorbeeld naar Maastricht afreizen voor een opdracht. Dat proces moest dan heel snel verlopen: heen en weer reizen, foto’s schieten en bij thuiskomst als een haas op mijn fiets springen om de foto’s zo snel mogelijk te ontwikkelen. Hijgend kwam je dan op plaats van bestemming aan. Vandaag de dag stuur je je digitaal vastgelegde foto’s binnen een paar seconde naar de redactie en klaar is kees. 

Toch zorgt die technische efficiëntie ook voor een gemis dat ik ervaar, een binding met de foto’s die ik maak. Dat fysieke bezig zijn met beeld, mezelf opsluiten in mijn donkere kamer met een grote trommel drop en de muziek keihard aan. Het klinkt misschien snobistisch, maar ook het reizen is anno 2020 minder magisch. Alleen zijn in Kazachstan, dat bestaat niet meer. Het reizen is makkelijker geworden en bovendien hebben mensen je ook zo gevonden als je van de radar verdwijnt. Ik gun dat reizen iedereen van harte, maar het maakt het wel minder bijzonder. 

Dat contact onderhouden met mensen over de hele wereld makkelijker is geworden, is een voorrecht. In een ver verleden onderhield ik contact met de mensen die ik tijdens mijn reizen ontmoette per post. Dat maakte dat ik Irina, het meisje uit de trein in Moldavië, plotseling ‘kwijt’ was. Ik ontving geen post meer terug. Tien jaar later rinkelde mijn telefoon. Het was Irina die me vertelde dat ze naar Duitsland was verhuisd maar op dat moment toevallig in Amsterdam was omdat ze een Nederlandse man had ontmoet. Diezelfde middag spraken we af voor een kop koffie.’’ 

Bertien van Manen
Bertien van Manen, Sasha's Attic room - van de serie A Hundred Summers A Hundred Winters

FS: Je begon je carrière als modefotograaf, je autonome fotografie praktijk vond zijn start in een meer klassieke vorm, in sober zwartwit. Later veranderde je handschrift in een meer persoonlijke, verhalende vorm van kleurenfotografie waarin meer persoonlijke relaties met je onderwerpen zichtbaar zijn. Je wilde de kleuren van Rusland laten zien. Vind je het belangrijk om als kunstenaar ‘jong’ te blijven en je te blijven ontwikkelen in nieuwe media/vormen/onderwerpen. Hoe doe jij dat?
BvM: ‘’In ontwikkeling blijven is altijd belangrijk. Daarom benut ik deze vreemde periode om de geest te ontwikkelen, door veel te lezen en schrijven. Het was een tijd de trend om in zwartwit te fotograferen, over-romantisch vond ik dat, kleur is eerlijker. Zolang de techniek zich blijft ontplooien blijf je altijd bezig met je ontwikkelen in het gebruik van verschillende camera’s, zo switchte ik van Kodac naar Polaroid, enzovoort. Digitaal fotograferen, dat is niets voor mij. Ik vind het niet alleen mooier om analoog te fotograferen, het brengt me meer dan de digitale camera. Een bewustzijn over het beeld dat je vastlegt.’’

FS: Vorm is volgens jou niet het belangrijkste, het gaat om de inhoud van de foto. Kan iedereen een goede foto maken? Of raad je jonge fotografen toch aan opleiding aan de kunstacademie/fotovakschool aan?
BvM: ‘’Om een ongedwongen sfeer te creëren binnen de gezelschappen die ik vastleg werk ik met een zeer compacte analoge camera. Die camera gaat zo nu en dan ook rond zodat dat instrument geen bedreigend voorwerp wordt. Toen ik na een reis in Rusland mijn rolletjes ging ontwikkelen zaten daar zulke bijzondere foto’s tussen. Beelden van een klein jongetje met een enorme glimlach, boven op een kast. En een jongetje die zijn broek om laag trekt en zijn blote billen laat zien. Was ik zo dronken dat ik me niet meer kon herinneren dat ik die foto’s had gemaakt? Later bleken de kinderen van het gezin waar ik te gast was mijn camera te hebben gepakt en er los mee zijn gegaan.  

Het is het verhalende, de toevalligheden en ‘mislukking’ die ik in de fotografie opzoek. Maar uiteraard is ook vorm van belang. ik heb er alleen moeite mee dat alles tegenwoordig abstract moet zijn. Als autodidact fotograaf zou ik jonge fotografen toch aanraden een opleiding te volgen, alleen al omdat je dan voorbereid wordt op het werkveld. Alhoewel ik het ook belangrijk vind dat een fotograaf zijn eigen handschrift vormt, en zich niet laat leiden tot de vele regels van een academie en haar docenten. Of tot een abstracte fotograaf wordt gevormd, alleen omdat dat nu zo ‘in’ blijkt te zijn. ‘’

FS: In de tentoonstelling Bertien van Manen & friends > Beyond the Image, in het Stedelijk Museum worden 11 projecten van eigen hand gecombineerd met het werk van 14 ‘friends’. Toonaangevende fotografen van over de hele wereld die allen verbinding hebben met jouw werk. Zijn er ook (documentaire)fotografen aan de start van hun carrière die je veelbelovend vindt? Fotografen waarvan je de onderwerpen herkent binnen je eigen praktijk?
BvM: ‘’Ik vind het heel leuk om portfolio views met jonge fotografen te doen. Wekelijks spreek ik af een student aan die lange zwarte tafel in mijn studio. Ik geniet van gesprekken met studenten die nog zoeken. Ook is het interessant om te zien wat de trends zijn, zoals je eigen moeder fotograferen. Soms zijn de projecten heel ontroerend en mooi, persoonlijk. Die gesprekken blijven eigenlijk altijd bij één ontmoeting. Als je al zo’n lange carrière hebt voel je je toch meer verwant met fotografen die net als ik grote ontwikkelingen mee hebben gemaakt.’’

FS: Welk advies/les zou je een jonge documentaire fotograaf mee willen geven?
BvM: ‘’Eindeloos naar andere fotografen kijken, veel musea bezoeken en kunst kijken, maar met name jezelf blijven.’’ 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl