Steun hier het nieuwe seizoen van de radiopodcast Kunst is Lang.

Image

Hier is nog geen McDonalds

20-03-2014 Klaas Burger

In Moengo zijn de omstandigheden fascinerend. Er zijn hier bijvoorbeeld mensen die niet weten wat in ‘het rijke Westen’ bedoeld wordt met een schilderij. En toch is beeldend kunstenaar Marcel Pinas al sinds 2008 bezig om middels eigen werk en dat van anderen het verhaal van Moengo, het district Marowijne en de Marrons, de nakomelingen van gevluchte slaven, te vertellen. Ik spreek hem over de belangen achter zijn werk.

‘Hoe ben je opgegroeid?’
‘Ik woonde met mijn ouders in een hut met bladerdak in Pelgrim Kondre, even buiten Moengo. Het leven was heerlijk: zwemmen, jagen, wilde bessen zoeken. Die vrijheid van het bos is nog altijd belangrijk voor me. In het dorp waren we één grote familie. We deelden alles met elkaar, bijvoorbeeld als een jager een buffel schoot; zo’n beest is veel te groot om te tillen, dus snijdt de jager een oor af en komt daarmee naar het dorp. Al is het donker, alle mannen gaan met hem mee het bos in. Daar vlechten ze manden van bladeren en vullen die met vlees; twee man dragen de buffelkop aan een stok. Dan komen ze terug in het dorp; het dorp loopt uit. Voor elk huis zetten de vrouwen potten op het vuur en koken al het vlees. Dan is het een feest.’

‘Wat is de eerste tekening die je maakte en je herinnert?’
‘Een tekening over de staatsgreep in 1980, ik was 9 jaar. Ik zag de militaire motoren in kolonne, de militaire boot die helemaal hier op Moengo langskwam. Wij moesten naar het stadion komen om de president te begroeten. Ik tekende de militairen met stiften: groene militairen met rode baretten.’

Oorlog, bloemen en vogels
In 1985 trekt Pinas met zijn moeder naar Paramaribo om verder te leren. Een jaar later breekt de binnenlandse oorlog (1986 – 1992) uit in het gebied rond Moengo: Ronnie Brunswijk, net als Marcel een Marron, komt in opstand tegen het regime en eist democratie, respect voor de belangen van de Marrons en tussen de regels door meer controle over drugshandel. Marcel verliest voor enige tijd het contact met vader en andere familieleden.
Ondertussen meldt hij zich in zijn vrije tijd bij het Nola Hatterman Instituut. Daar ontdekt hij dat kunstenaar een beroep is. Marcel besluit het te worden. ‘Ik maakte tekeningen en dat sloeg aan bij toeristen of bij iemand die een origineel cadeau zocht. Het leverde geld op voor een auto en een eigen stuk grond. Maar het bevredigde niet. Ergens wist ik dat ik meer kon dan bloemen en vogels tekenen.’

Jamaica
De eerste helft van de jaren ’90 is een tegenstrijdige tijd in Suriname voor Marcel. ‘Kunst was hip. De ambassadeur van de VS kwam langs op een tentoonstelling. Maar tegelijkertijd waren we een militaire dictatuur, afgesloten van de buitenwereld en er waren geen kunsttijdschriften.’ Na lobbywerk van James Ramlal, de toenmalige directeur van het directoraat Cultuur, bij president Wijdenbosch mag Pinas doorstuderen op Jamaica.

‘Op Jamaica vroegen ze me: “Waarover wil jij het zelf hebben?” Ik wist het direct: over ons, de Marrons, over de binnenlandse oorlog, onze identiteitscrisis. Ik maakte in die periode een nieuw emailadres aan met mijn bijnaam uit het dorp: Boipili – gevoelige jongen. Ik koos bewust voor mijn cultuur. Vroeger was ik stiekem blij als mensen dachten: Jij bent een stadsneger. Nu vroegen de mensen: “Ben jij Marron?” Ja, ik ben Marron! Ik ging werk maken over Marrons, ik ging de Marronsymbolen expliciet gebruiken.’

‘Kun je die identiteitscrisis van de Marrons uitleggen?’
‘Door westerse invloeden en de introductie van technologie is de wereld van vroeger verdwenen. Een groot deel van de gemeenschap gaat nu naar de kerk. Daar wordt verkondigd dat onze traditie afgoderij is. Als onze traditie niet had bestaan was ik helemaal niet wie ik nu ben. De buitenstaander die zegt dat iets niet goed is, is niet belangrijk. 
Als je nagaat wat er allemaal is gebeurd vanaf de slavernij tot nu, alle ellende die we hebben meegemaakt, dan klopt er iets niet. We zijn meegenomen uit Afrika; we hebben vanaf het begin gevochten voor onze vrijheid. En toch zitten we nog in een achtergestelde positie, met minder toegang tot van alles. En dan zeggen ze ook nog: “Je bent zo dom als een Marron.” 
Brunswijk heeft gevochten voor democratie. Nu Brunswijks partij in de regering zit, tellen we voor het eerst mee. Hij heeft laten zien dat het anders kan. Natuurlijk, die man heeft slechte dingen gedaan, maar voor het eerst wordt er daadwerkelijk rekening gehouden met de Marrons. Dat heeft hij voor elkaar gekregen.’

Terug naar het bos
De terugkeer van Jamaica naar Paramaribo was een koude douche. ‘Ik was achteruit gegaan, ik maakte geen kunst, vonden ze. Ik deed mee aan een competitie voor een tentoonstelling in Parijs, maar mijn werk werd door de selectiecommissie verwijderd.’ Pinas trekt zijn conclusies. Hij maakt – om geld te verdienen – nog enkele jaren ‘Surinaamse schilderijen’ van bloemen en vogels. Daarnaast produceert hij eigen werk, dat hij buiten Suriname toont. Een tentoonstelling op Trinidad resulteert in een lovend artikel in Caribbean Beat. ‘Ineens had ik naam in het Caribisch gebied.’ 
Met die status kwam geld om van te leven, maar Boipili was niet tevreden. ‘De Marrons bezochten mijn tentoonstellingen niet. Dus ging ik objecten maken voor openbare plekken, in de gebieden waar de Marrons leven, want ik wil dat mijn werk iets voor hen betekent.’

Moiwana
Het eerste werk dat Pinas maakte in het gebied rond Moengo was – betaald uit eigen middelen – het monument van Moiwana in 2004. Op 29 november 1986 richtte het Surinaamse leger in Moiwana een bloedbad aan tijdens de vergeefse zoektocht naar leden van het Jungle Commando van Ronnie Brunswijk. ‘Tijdens de oplevering van dit beeld kwamen de nabestaanden voor het eerst in contact met de overheid. Opeens snapten de mensen het: “Die kunstenaar is niet alleen met zichzelf bezig, die neemt het voor ons, Marrons op.” Vervolgens mocht ik ook het officiële monument maken, toen de overheid in 2005 daartoe werd verplicht door het Inter-Amerikaans hof voor de Mensenrechten.
Doordat ik in het gebied werkte, ontstonden meer ideeën. Tijdens een werkperiode op de Rijksacademie in Amsterdam groeide het plan een kunstschool te ontwikkelen in Moengo, waar jongeren terecht kunnen om creatief bezig te zijn.’ In 2009 is Tembe Art Studio opgericht. Voor het vierde jaar draait er een residencyprogramma, onder andere in samenwerking met het Mondriaanfonds en de Nederlandse Ambassade in Suriname.

‘Wat zie je gebeuren in het gebied rond Moengo?’
‘Na de binnenlandse oorlog is er voor de Marrons geen enkele vorm van counceling geweest. In het gebied leven heel veel getraumatiseerde mensen. Er zijn weinig normen en waarden. Je ziet het in het voetbalstadion hier in Moengo. Elke keer als Brunswijk het niet met de beslissing van de arbiter eens is, rent hij met een schop achter de scheidsrechter aan, met als gevolg dat de mensen op de tribune geen enkel respect hebben voor de scheidsrechter. Verder is er veel werkloosheid, er is weinig geld om door te leren; er is criminaliteit. Vind je het gek dat de gevangenissen hier voor meer dan de helft gevuld zijn met mensen uit het binnenland? Het zijn de neven en nichten van mijn kinderen.
Door zelf in de gemeenschap actief te zijn, rond de kunstwerken met de mensen te praten, activiteiten aan te bieden, het te zeggen als ik vind dat iets niet kan, gebruik ik kunst om iets anders te laten zien. Bezoekende kunstenaars dragen ieder op eigen wijze bij aan een positieve impuls in het gebied. Zo heeft kunst een toegevoegde waarde en zelfs meneer Brunswijk snapt dat.
Door al deze prikkels komt dit gebied op de kaart te staan en daardoor komen hier toeristen: 3000, 4000... Die gaan met de boot naar de verschillende dorpen, willen eten en daardoor verdient de mevrouw met haar restaurantje geld en kan haar kind naar school gaan. Overal in de wereld is bijna alle traditionele cultuur weggevaagd, maar hier is nog geen McDonalds. Hier is nog een originele levende cultuur en dat moet gekoesterd worden! Wanneer mensen dat snappen, dan zal ook de hopeloosheid die er nu nog is verdwijnen.’

Marcel Pinas bij het Moiwana-monument
Marcel Pinas bij het Moiwana-monument

moiwana-monument
moiwana-monument

moiwana-monument
moiwana-monument

Op uitnodiging van Marcel Pinas en het Mondriaanfonds werkt beeldend kunstenaar Klaas Burger (1977) in Moengo (Suriname) aan een ingreep in de publieke ruimte. In zijn artistieke praktijk ligt de focus op context- en locatiegebonden ingrepen. Het hele spectrum van beeldvorming, zowel in artistieke als in sociaal-maatschappelijke zin, heeft daarbij zijn aandacht. Lees ook zijn artikel Welkom in de Toekomst

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl