Mister Motley heeft een boek gemaakt. Koop hier 'Dit is een vertaling'.

Image

Immer geradeaus de angst tegemoet - Gregor Schneider in West

09-10-2020 Maartje Wortel

Schrijver Maartje Wortel bezocht de tentoonstelling 'Tote Räume' van Gregor Schneider in West Den Haag. Boven een krantenrecensie las ze Voor wie durft. 'Zulke woorden passen boven de tent van een handlezer, bij een enge attractie, of wanneer je uitgezonden wordt naar een oorlogsgebied. Nog nooit zag ik deze “aanprijzing” boven een stuk over kunst. Wat in godsnaam kan daar gebeuren? Er zijn genoeg kunstenaars te vinden die hun eigen leven op het spel zetten voor hun werk, maar bij Schneider lijkt het eerder andersom: alsof er de kans bestaat dat je niet levend uit het museum komt.'

 

1.

Al wekenlang droom ik over verschillende gangenstelsels, kamers en liften waar ik niet uitkom. Ik voel met mijn handen aan de muur en denk aan J. die zei dat de structuur van een muur haar houvast gaf. Ze sprak tegen me door de telefoon. Haar stem klonk heel zacht, alsof ze eigenlijk niet durfde te bestaan. Ze zei: Ik aai graag muren. Ze zei: Ik wil voelen dat ik iets heb om tegenaan te leunen. Het mooiste zijn de muren in een volledig donkere kamer, dat er niets is dan tast, je vingertoppen die langs materiaal glijden. En dan de uitgang vinden.
De woorden van J. troffen me. Omdat er zoveel vertrouwen uit spreekt. Wanneer je eerst houvast vindt (al is het een muur), maar toch op zoek bent/durft naar de uitgang. Je laat los wat je kent en dan sta je daar, in het open veld. Alsof de wereld tussen muren nooit bestaan heeft, tot je weer muren vindt (of nodig hebt), een nieuw helder kader waaruit je wil ontsnappen. In mijn dromen van de laatste weken is geen ontsnapping mogelijk. Ik zit vast. Er is één iemand die me uit de betonnen kolossen kan verlossen. Ze staat in een lift en wacht op me. Maar als ik daar ben sluit ze de deur en ontsnapt ze alleen, zonder mij, weg van mij. Als ik achter haar aan ren door talloze gangen en trappenstelsels gooit ze deuren in mijn gezicht. De uitgang is nergens te vinden. Ik ben bang en op zoek. Ik blijf opgesloten, alleen. Er komt geen hulp. Natuurlijk zou ik Freud erop na kunnen slaan. In plaats daarvan vertelde ik over mijn dromen aan een vriendin. Obvious, zei ze. Waarna ze meteen doorging op iets anders.
Heel vaak als mensen mij zeggen dat de betekenis van het meegemaakte (al is het een droom) er nogal dik bovenop ligt, voelt het alsof ik iets gemist heb. En dat klopt. Alles wat zich duidelijk aan mij presenteert gaat in eerste instantie langs mij heen. Daarin ben ik niet de enige. Je moet ook iets willen zien. Of misschien kan ik beter zeggen: iets in willen zien. Om mezelf te verlossen, zal ik de uitgang in mijn eentje moeten zoeken, ik zal (waar is de romantiek) mijn eigen verlosser moeten zijn.

’S ochtends vroeg, met de slaap nog in mijn ogen zit ik op de rand van mijn bed en blader door één van mijn eigen boeken omdat ik me plotseling herinner dat ik jaren geleden al eens iets over een uitgang schreef. (Wanneer wil je ergens in? En wanneer wil je ergens uit? En betekenen die twee soms hetzelfde?) In het verhaal de Schrijver II, uit de bundel Er moet iets gebeuren, lees ik dit:

Als je verliefd wordt, kun je niet meer helder nadenken, zeggen ze. Maar mij heeft het de ogen geopend. Daar kom ik later nog op terug. Ik denk zelfs dat dit verhaal daar uiteindelijk over gaat, het is zoals wanneer je een uitweg zoekt uit een donkere kamer en je plotseling in een fel en helder licht staat, wanneer je eindelijk na tasten, zoeken, verkeerd grijpen, de uitgang hebt gevonden. Soms vermoed ik dat ieder mens zijn hele leven lang alleen maar op zoek is naar een uitgang. Je bent nog niet weg, of je zoekt alweer naar de volgende uitgang. Zo moet je schrijven. Zo moet je leven. Ik zocht iemand om de uitgang mee te vinden. En nu ben ik terug bij af.” (2015)

Het verschil met 2015 is: ik ben niet terug bij af. Het is nog niet eens begonnen. Ik wacht tot iemand anders de uitgang voor mij zal vinden. Maar ik moet opstaan. Het is tijd om te gaan. En ik denk aan de opdracht die de schrijver Chuck Palahniuk tijdens Lowlands 2011 in zijn boek Damned (met als ondertitel: Life is short, death is forever) aan mij schreef: “Find out what scares you & go there on holiday next year.

2. Er gaat hoe dan ook iemand dood

De naam Gregor Schneider spreekt tot de verbeelding. Je hebt weinig informatie nodig om een personage, passend bij deze naam in te vullen. In de krant lees ik een artikel over de expositie Tote Räume, in West in Den Haag. Er staat een foto bij van een kamer, precies zo één uit mijn dromen. De kop boven het artikel luidt: voor wie durft. Zulke woorden passen boven de tent van een handlezer, bij een enge attractie, of wanneer je uitgezonden wordt naar een oorlogsgebied. Nog nooit zag ik deze “aanprijzing” boven een stuk over kunst. Wat in godsnaam kan daar gebeuren? Er zijn genoeg kunstenaars te vinden die hun eigen leven op het spel zetten voor hun werk, maar bij Schneider lijkt het eerder andersom: alsof er de kans bestaat dat je niet levend uit het museum komt.
Diezelfde week zie ik op Instagram dat een vriend de expositie vijf sterren geeft. Horror, staat er bij zijn fotoserie. Of tenminste: zo heb ik het onthouden. Pure horror. Angst.
“Find out what scares you and go there.” (gemakshalve redigeer ik de holiday van Palahniuk even weg, al is het alleen vanwege het feit dat een holiday an sich mij al bang maakt. Er bestaat geen geliefde in mijn leven met wie ik geen ruzie heb gemaakt vanwege vakanties die ik uitstelde of afzegde.)
Ik weet, met andere woorden, dat ik naar Den Haag moet om van mijn dromen af te komen. Zoals je in een bad vol met spinnen moet gaan zitten wanneer je bang bent voor spinnen, of een vliegreis moet maken om van vliegangst af te komen.
Je zou er tegenin kunnen brengen dat angst een functie heeft en je weg moet blijven van je angsten, toch verkies ik op dit moment de functie van kunst boven de angst. Niet omdat ik het wil, niet omdat ik er zin in heb, maar omdat ik mezelf op één of andere manier moet zien te bevrijden. 
Ik belde de vriendin die alles obvious vindt en nergens bang voor is (dat krijg je als je alles obvious vindt). Of ze met me mee wilde. Samen reden we in haar nieuwe auto naar Den Haag.
Je bent bang zeker? vroeg ze.
Ik knikte. Ik dacht: Of ik ga vandaag dood, of ik word medeplichtig aan de dood van een ander. Al bedenk ik me nu dat deze zin überhaupt wel een samenvatting van het leven kan zijn. Los van welke kunst dan ook. Er gaat hoe dan ook iemand dood.
Voor we het gebouw binnen mochten moesten we een contract ondertekenen.
We konden de expositie bezoeken als we onze eigen verantwoordelijkheid namen. West noch Gregor Schneider was verantwoordelijk voor wat zich binnenin het gebouw zou afspelen.
Het meisje achter de kassa vertelde er noodzakelijk bij dat we niet terug mochten lopen. Er was één route door het museum en die route was immer geradeaus. Wat er ook stond te gebeuren: we moesten er doorheen. Er was geen weg terug. Wat mij in de oren klonk als: no way out. Wat mij in de oren klonk als: paniek.

Dus die vriendin en ik liepen samen door het gebouw en trokken allerhande deuren open. Omdat ik precies van deze ruimtes gedroomd had kon mij in ieder geval één ding niet meer gebeuren: hier onverwacht voor lange tijd door achtervolgd worden in mijn dromen. Deur na deur trok ik open. Er waren akelige dingen te zien, ongemakkelijke dingen, doodenge dingen. Er waren geuren waarvan ik bijna moest huilen. Kamers waar ik het benauwd van kreeg. Maar ik wachtte op iets ergers. Steeds haastiger trok ik een nieuwe deur open: op zoek naar.... ja, naar wat eigenlijk? Naar de ergste waarheid, denk ik. Nog verdrietiger en eenzamer dan in mijn dromen. Met mijn vingers streek ik langs de muren van geluidsdichte kamers en van de koelcel waar ik zo lang in bleef vertoeven dat mijn vingers blauw werden. Ik dacht aan de woorden van J. en werd rustig. Dit was maar een expositie. Dit waren de perfect uitgedachte ideeën van een hooguit perverse kunstenaar. Dit was niet het echte leven. Op een gegeven moment sta je buiten. Er komt een einde aan. En ineens wist ik niet zeker wat erger was. In welke wereld je het best opgesloten kunt zitten. Er is altijd een uitgang. Daar sta je, frisse lucht in te ademen op een laad- en losplaats (de term!) zogenaamd bevrijd van alles wat er kan gebeuren. Maar zolang je in de wereld bent, met of zonder muren, kan werkelijk alles gebeuren. Alles kan altijd gebeuren. Misschien moet ik toch maar eens op vakantie. Het wordt tijd.

Tote Räume is nog tot 6 december te zien in West, Den Haag.

Maartje Wortel (1982) werd geboren in Eemnes. Ze werd van de School voor Journalistiek gestuurd omdat ze te veel verzon. Inmiddels is ze als schrijver uitgegroeid tot het meest kenmerkende gezicht van haar generatie. Voor haar debuut Dit is jouw huis ontving ze de Anton Wachterprijs en haar laatste roman, IJstijd, won de BNG Literatuurprijs. Voor meer: https://maartjewortel.nl/

 

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar maurits@mistermotley.nl