Lena van Tijen

Wat ons overleeft – over het behoud van hardware en software

Essay
22 april 2024

De tentoonstelling REBOOT in het Nieuwe Instituut toont sleutelwerken uit de digitale kunst (periode 1960-2000) en nieuw werk van hedendaagse makers. Lena van Tijen schreef er een essay over dat inzoomt op de vraagstukken rondom het conserveren van digitale kunst zoals: Wat is een digitaal kunstwerk? En wat moeten we er eigenlijk van bewaren om haar essentie in stand te houden?

Mijn vader en ik hebben een afspraak. Een keer per maand ga ik bij hem opruimen. Eigenlijk is er van opruimen weinig sprake. Wat we doen valt beter te omschrijven als migreren: het verplaatsen van boeken van de ene kant van de kamer naar de andere. Een boek, of ieder ander willekeurig object, mag pas worden afgeschreven als het uit elkaar valt. En zelfs dan is er flink wat overredingskracht nodig – van mijn kant – voor iets daadwerkelijk in de prullenbak belandt. 

 

In 2022 schreef ik voor de Prijs voor de Jonge Kunstkritiek een essay over mijn vader, een archivaris en kunstenaar. De tekst kwam voort uit mijn zorgen over zijn steeds verder uitdijende archief. Ik kreeg veel reactie op Mag het weg?, met name van mensen die mij vroegen wat ze met hun eigen verzameling aanmoesten. Ik schreef iedere persoon terug. Ik raadde hen gemeentearchieven, instituten en musea aan waar ze hun geesteskindjes wellicht konden onderbrengen. Tegelijk dacht ik: waarom vragen jullie dit aan mij? Door de wijze waarop ik ben opgegroeid, zoek ik namelijk liever naar een reden om iets weg te doen dan om het te houden.

Overzicht tentoonstelling REBOOT, Nieuwe Instituut. REBOOT is een samenwerking tussen Nieuwe Instituut en LI-MA. Foto: Pieter Kers.
Overzicht tentoonstelling REBOOT, Nieuwe Instituut. REBOOT is een samenwerking tussen Nieuwe Instituut en LI-MA. Foto: Pieter Kers.

Op eerste paasdag bezoek ik mijn vader. Het is weer tijd om te kuisen. Ik heb twintig verhuisdozen meegenomen en mijn doel is ze vol te krijgen. Al snel merk ik dat dit niet gaat lukken. Telkens als ik vraag of iets weg kan, is zijn antwoord nee. Hij verweert zich door te zeggen dat het boek onderdeel is van collectie X of Y.
Ik blijf slapen. Ik lig op een matras op zolder waar er die middag flink is geschoven. Als ik het lampje aandoe, ziet de lucht wit van het stof. Ik krijg het benauwd, ga met mijn rug tegen de muur zitten en moet uiteindelijk naar beneden om een glaasje cola te drinken. Het enige dat tegen dit soort benauwdheid helpt.
De volgende ochtend ben ik moe en prikkelbaar. Ik heb absoluut geen zin om nog een dag getuige te zijn van mijn vader die boeken uit de kast trekt, ze liefdevol openslaat en weer teruglegt. Ik stel voor om ons in plaats daarvan te richten op een kast met oude elektronica. Hij gaat akkoord op één voorwaarde: alle apparaten moeten, voor ze de doos voor het grofvuil ingaan, worden gefotografeerd.  

Fotograferen. Het klinkt simpeler dan het is. Mijn vader heeft van zijn atelier een professionele camerastudio gemaakt die er als volgt uitziet: een grote witte tafel van ongeveer één bij anderhalve meter met daarboven een lange ijzeren staaf met een spiegelreflexcamera eraan. Zowel de staaf als de camera kunnen worden bewogen en zijn in hoogte verstelbaar. Rond de tafel staan vier grote ledlampen, twee aan weerszijden, en een bureau met daarop een computer die rechtstreeks in verbinding staat met de camera. Mijn vader gebruikt deze reproductietafel om voorwerpen – boeken, affiches, (bouw)tekeningen, dia’s etcetera. – uit zijn archief en dat van anderen vast te leggen.  

Mijn vader staat in een kast vol snoeren en apparaten. Eens in de zoveel tijd word ik gevraagd iets aan te pakken. Op de grond rond mijn voeten liggen onder meer een kapotte zaklamp, toetsenborden, oude huistelefoons, modems en verkalkte aquariumpompen.
We maken meerdere foto-opstellingen één krijgt de titel telecommunicatie, de ander de vroege dagen van het internet en tot slot varia. Voor het eerste shot draperen we de snoeren van de telefoons bedachtzaam, onbedachtzaam over elkaar. We discussiëren of we ze moeten afstoffen of dat we dan aan authenticiteit inleveren. We besluiten het niet te doen. De apparaten zijn oud. Op de telefoons zitten zelfs nog stickers met daarop 06-11, het vroegere noodnummer van Nederland. ‘Shit!’, roept mijn vader plots. De toestellen zijn ergens in de afgelopen decennia gaan smelten. Het witte tafelblad zit onder de bruine vegen.

Jan Robert Leegte – Scrollbar Composition, Windows 98 (2000).
Jan Robert Leegte – Scrollbar Composition, Mac Snow Leopard (2010).
Jan Robert Leegte – Scrollbar Composition, Mac Yosemite (2015).
Jan Robert Leegte – Scrollbar Composition (2000). Foto: Pieter Kers.

Ik wil niet de indruk wekken dat ik mijn vader als een soort gimmick opvoer. De reden dat ik in deze tekst aan hem refereer, is omdat hij me deze paasdagen op belangrijke vragen heeft gewezen, namelijk: Wat bewaren we als we een apparaat bewaren? Hoe gaan we om met achterhaalde technologie?In discussies over het conserveren van digitale kunst komt deze vraag vaak naar voren. Hierbij wordt meestal een scheiding geïmpliceerd tussen hardware – het stoffelijke omhulsel van technologie – en software, de nulletjes en eentjes die ergens in de ether zweven. Deze nulletjes en eentjes zijn, natuurlijk, net zo stoffelijk. Denk alleen al aan  de hoeveelheid fysieke servers die nodig zijn om netart te maken en draaiende te houden. Toch rest de vraag: Wat is een digitaal kunstwerk? En wat willen we ervan bewaren: alleen haar ongrijpbare ziel of ook haar langzaam desintegrerende lichaam? 

Ik koester niet de illusie dat ik deze kwestie in mijn eentje kan oplossen. Menig wetenschapper – zoals de Nederlandse onderzoeker Annet Dekker (gespecialiseerd in het behoud van internetkunst) en de Canadese Wendy Hui Kyong Chun (gespecialiseerd in nieuwe en digitale media) – hebben al de theorie rond dit vraagstuk behandeld. Daarom wil ik kijken hoe het er in de praktijk aan toegaat. Hiervoor bezoek ik het Nieuwe Instituut in Rotterdam waar van 7 oktober 2023 tot 12 mei 2024 de tentoonstelling REBOOT te zien is. De opzet van deze tentoonstelling, bedacht door Sanneke Huisman en Klaas Kuitenbrouwer, is om digitaal cultureel erfgoed, gemaakt tussen 1960 en 2000 in Nederland, te tonen naast hedendaagse reacties op dit werk.
In de late twintigste eeuw werd Nederland beschouwd als een pionier op het gebied van digitale cultuur. De manier waarop makers in die tijd nieuwe technologie en het opkomende internet ingezet hebben, heeft volgens Huisman en Kuitenbrouwer de (culturele)koers van vandaag bepaald. Desondanks moet je als jonge kunstenaar of ontwerper kritisch zijn en je blijven afvragen: ‘Wat neem jij mee naar de wereld van morgen, en wat gooi je overboord?’, aldus de tentoonstellingsmakers.
Dit is ook de vraag die ik beantwoord wil zien. Terwijl ik over de tweede verdieping van het Nieuwe Instituut loop dient het antwoord zich kraakhelder aan. Keer op keer zie ik hoe hardware verdrinkt en software beklijft – hoe een digitale geest een nieuw lichaam toegewezen krijgt.
Om een voorbeeld te noemen: Scrollbar Composition (2000) van Jan Robert Leegte. In het werk toont de kunstenaar drie computers: een desktop computer met een CRT-monitor, een Power Mac G5 met een LED-monitor en een Mac mini, ook met een LED-monitor. Al deze apparaten staan bekend om hun eigen besturingssysteem en de bijbehorende webbrowser, respectievelijk zijn dat: Windows 98 (Internet Explorer), Mac OS X Snow Leopard (Safari) en Mac OS X Yosemite (eveneens Safari). Op de drie schermen zijn scrollbalksculpturen te zien: een wirwar aan lege blauwe vensters, in verschillende formaten, waarvan de navigatiebalkjes uit zichzelf heen en weer bewegen. De esthetiek van de balkjes komt per scherm overeen met het desbetreffende besturingssysteem.
Je zou kunnen stellen dat Leegte hardware en software in Scrollbar Composition samen in stand houdt. Dit is echter maar schijn. Het werk is namelijk een online sculptuur, een website (www.scrollbarcomposition.com) die op iedere computer kan worden bezocht. De geest heeft meerdere dragers, de lichamen zijn tijdelijk.

Janilda Bartolomeu – _when_scrolling_becomes_scrying (2023). Foto: Pieter Kers.

Nergens in de tentoonstelling komt het idee dat de geest het lichaam overleeft zo duidelijk naar voren als in de film _when_scrolling_becomes_scrying (2023) van Janilda Bartolomeu. Wat dit werk van de anderen onderscheidt is dat de filmmaker kritisch op dit gegeven reflecteert.
Na de plotselinge dood van haar vader voelt Bartolomeu ongemak bij haar eigen digitale bestaan. Het huidige internet, zo stelt zij, wordt bevolkt door geesten: online sporen van een eerdere ‘ik’, nog net zo levendig als toen ze geplaatst werden, en profielen van een overleden geliefde die, in tegenstelling tot de realiteit, nog altijd live zijn.
In de korte film deelt Bartolomeu haar scherm met de kijker. Op haar desktop opent ze screenshots van haar Instagram-profiel. Op iedere foto is zij te zien, telkens weer met een ander voorkomen. De schermafbeeldingen zijn restanten van vorige identiteiten. We nemen allemaal weleens een ander uiterlijk aan, lijkt de filmmaker met deze stapeling te suggereren, maar willen we hier blijvend aan herinnerd worden?Even later opent Bartolomeu een tekstbestand. ‘Our corpses dissolve into the soil. Compost. Our digital traces are preserved. Archived. typt ze met gele letters op een zwarte achtergrond. Ze opent een browser, gaat naar de webpagina van Zora Zine, een online platform dat zich richt op internetcultuur, en opent de tekst The Internet is a Graveyard, geschreven door Oliver Misraje. Ze scrollt naar beneden en markeert de zin: ‘On Facebook alone there are over 30 million dead people, with 3 million additional users dying each year.’ Rondom het geopende venster zijn verschillende screenshots te zien van chatberichten en een gemiste oproep die Bartolomeu ontving van haar vader.
when_scrolling_becomes_scrying is een reactie op the_living (1997-1998), het digitale persona van kunstenaar Debra Solomon. Eind jaren negentig droomde Solomon ervan hoe het zou zijn om constant in contact te staan met anderen. Haar persona trad op in een reeks online performances, uitgezonden via een videoverbinding. De kunstenaar filmde zichzelf hierbij in een ijsgrot, op de bodem van een zwembad en op een boot in de Amsterdamse grachten. Ze had altijd een laptop bij zich waarop ze via een chat in gesprek ging met haar publiek. Met dit project, een livestream avant la lettre, vierde Solomon de mogelijkheden van het opkomende internet. Met haar reactie wijst Bartolomeu juist op hedendaagse blinde vlekken.

Bartolomeu stelt de vraag: wat gebeurt er met wat we achterlaten? Mijn vader heeft een antwoord. Als hij na mijn vertrek, met pijn in zijn hart, een paar dozen met boeken heeft gevuld, belt hij een bevriende boekhandelaar. De handelaar neemt de dozen mee, vist er een paar pareltjes uit en geeft de rest aan marktverkopers op het Waterlooplein. De verkopers doen niet bijzonder hun best om de boeken te slijten. En, wat er aan het eind van de dag nog over is, wordt onverbiddelijk in een container gegooid. Mijn vader loopt vaak over de markt, meestal aan het begin van de avond. Hij kijkt altijd even in de container. Als hij boeken ziet liggen, neemt hij ze mee – ook als deze boeken oorspronkelijk van hem afkomstig zijn.
Mijn vader is trots op deze kringloop. Hij noemt zichzelf ook wel een ‘intellectuele doodgraver’. De titel sluit aan op zijn overtuiging dat boeken ons zullen overleven en niet wij hen. Deze redenering is ook toepasbaar op het digitale domein. Wat het behoud van hardware betreft, is het goed dat er mensen zoals mijn vader bestaan. Grafdelvers die weten waar de lichamen zijn voor het geval dat er ooit weer een geest in moet huizen. Software is daarentegen onaantastbaar. Zoals Bartolomeu laat zien beschouwen wij onze online personas vaak als een digitale aanwezigheid die de fysieke complimenteert. Zelden staan wij echter stil bij het feit dat dit ‘bijproduct’ op verschillende dragers kan voortbestaan. En dat het ons waarschijnlijk zal overleven.

REBOOT. Baanbrekende digitale kunst is nog tot en met 12 mei 2024 te ervaren in het Nieuwe Instituut in Rotterdam. REBOOT is een samenwerking tussen LI-MA en het Nieuwe Instituut.

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl ? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

#mc_embed_signup{ font:14px Riposte, sans-serif; font-weight: 200; } #mc_embed_signup h2 { font-size: 3.6rem; font-weight: 500 } #mc_embed_signup .button { border-radius: 15px; background: #000;} #mc_embed_signup /* Add your own Mailchimp form style overrides in your site stylesheet or in this style block. We recommend moving this block and the preceding CSS link to the HEAD of your HTML file. */

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht
Email formaat
(function($) {window.fnames = new Array(); window.ftypes = new Array();fnames[0]='EMAIL';ftypes[0]='email';fnames[1]='FNAME';ftypes[1]='text';fnames[2]='LNAME';ftypes[2]='text'; /* * Translated default messages for the $ validation plugin. * Locale: NL */ $.extend($.validator.messages, { required: "Dit is een verplicht veld.", remote: "Controleer dit veld.", email: "Vul hier een geldig e-mailadres in.", url: "Vul hier een geldige URL in.", date: "Vul hier een geldige datum in.", dateISO: "Vul hier een geldige datum in (ISO-formaat).", number: "Vul hier een geldig getal in.", digits: "Vul hier alleen getallen in.", creditcard: "Vul hier een geldig creditcardnummer in.", equalTo: "Vul hier dezelfde waarde in.", accept: "Vul hier een waarde in met een geldige extensie.", maxlength: $.validator.format("Vul hier maximaal {0} tekens in."), minlength: $.validator.format("Vul hier minimaal {0} tekens in."), rangelength: $.validator.format("Vul hier een waarde in van minimaal {0} en maximaal {1} tekens."), range: $.validator.format("Vul hier een waarde in van minimaal {0} en maximaal {1}."), max: $.validator.format("Vul hier een waarde in kleiner dan of gelijk aan {0}."), min: $.validator.format("Vul hier een waarde in groter dan of gelijk aan {0}.") });}(jQuery));var $mcj = jQuery.noConflict(true);

Meer Mister Motley?

Draag bij aan onze toekomstige verhalen en laat ons hedendaagse kunst van haar sokkel stoten

Nu niet, maar wellicht later