Spiegelbeelden, weefgetouwen en Plato’s allegorie van de grot
Lieke Smits onderzoekt in dit essay verschillende draden: spiegelingen, schaduwen, weefwerk, de mogelijkheid om je eigen verhaal te schrijven. Aan de hand van een gedicht van Alfred Tennyson getiteld The Lady of Shalott verkent Lieke wat gezien kan worden als de werkelijkheid en wie verantwoordelijkheid draagt voor hoe we deze zien. ‘Naast middeleeuwse verhalen over ridders en liefdesverdriet, klinken er ook klassieke tradities door in Tennysons gedicht. De opgesloten jonkvrouw die enkel schaduwen van de wereld ziet doet direct denken aan Plato’s allegorie van de grot, waarmee Socrates in De staat uitlegt dat de zintuiglijke wereld slechts een onvolmaakte kopie is van de eeuwige Ideeënwereld’, maar, vervolgt ze ‘De Lady of Shalott is echter meer dan een passieve toeschouwer van schaduwen. Met haar weefgetouw creëert ze ook beelden.’
Prehistorische grotschilderingen laten ontsnappen, tijdreizen en voortleven
Na een legendarische ontdekking werd de grot van Lascaux in de Dordogne, met schilderingen van tussen de 10.000 en 20.000 jaar oud, in 1948 opengesteld voor publiek. In de vijftien jaar die daarop volgden hebben zo’n miljoen mensen de schilderingen van stieren, bizons, herten en andere dieren kunnen zien. Omdat de vele bezoeken bacteriën en schimmels met zich meebrachten die de schilderingen bedreigden, moest Lascaux in 1963 sluiten voor het grote publiek. Daarmee brak de tijd van replica’s aan. Lieke Smits trapt onze nieuwe serie ‘De kaart en het gebied’ af met een essay over prehistorische kunst en reproducties, wat het betekent om te speculeren over een tijd waarop we van alles kunnen projecteren.

