Drijfwoud
Op zaterdag 14 februari opent The sound of night falling in the other room, de solotentoonstelling van Bart Lunenburg in Galerie Caroline O’Breen in Amsterdam. Voor zijn beeldende projecten doet Bart regelmatig onderzoek. ‘Als kunstenaar wonend in deze stad, en met hout als belangrijkste materiaal in mijn praktijk en met een grote liefde voor architectuurhistorie, ben ik nieuwsgierig naar de verdwenen houten huizen van Amsterdam. Naar de verborgen houtconstructies die schuilgaan achter gestucte plafonds en witte muren, verborgen achter monumentale gevels en de klinkers van de straten. In mijn onderzoek ben ik verschillende verborgen bouwlagen tegengekomen die ons dagelijks dragen en omhullen, zonder dat we het doorhebben. Dit onderzoek naar historische verhalen en stedenbouwkundige processen, bekeken vanuit het perspectief van houtbouwtradities, vormt de basis voor nieuwe installaties, sculpturen en foto’s.’ Vandaag publiceren we Barts essay dat voortgekomen is uit dit onderzoek.
Zal ik je morgen weer zien?
‘Wanneer de zon ondergaat, neemt hij het licht met zich mee. Op ons, op dat deel van de aarde waar wij staan, valt minder en minder licht. We zien nog wel kleuren, maar vooral aan de hemel, want voor de tinten om ons heen moeten we meer moeite doen. We moeten dichterbij komen. Doordat het licht zich terugtrekt, hellen wij naar voren, komen we nader. En dat hellen is een lichamelijk, open gebaar. Beschijn me, ik kijk naar je, ik geef me. Je hebt me.’ Barbara Collé bezocht de tentoonstelling Sun don’t rush to be red, Son don’t rush to be read in TENT, raakte ontroerd en zelfs een beetje verliefd.
Hoe iets tot stand komt – over No Longer Not Yet van Katja Mater in FOMU
Laure van den Hout werd geraakt door No Longer Not Yet in het FOMU. Voor deze tentoonstelling heeft kunstenaar Katja Mater een selectie gemaakt uit de collectie van het museum, die gecombineerd met nieuw eigen werk leidt tot meer dan vijftig ‘ingrepen’. ‘De aandacht die de maker besteed heeft aan het vastleggen van een moment, wordt door Mater als het ware verlengd, soms door ‘m te verleggen: met zorg ontwerpt ze een ruimte waarin de beelden overdrachtelijk gemaakt worden.’
Passing the Fire – hoe kunst zich verplaatst tussen lichamen en generaties
Kunstgeschiedenis is niet statisch of lineair, maar wordt steeds opnieuw wordt gevormd, doordat er kruisbestuivingen plaatsvinden tussen kunstenaars van verschillende generaties. Via dialogen, ontmoetingen en zijn Prelude-avonden probeert Titus Nouwens opnieuw te kijken naar wat eerdere kunstpraktijken ons vandaag kunnen leren, in de nabijheid van degenen die ze vormgaven. Voor Mister Motley schrijft Titus over deze oneindige verwevenheid. Daarbij scheert hij langs het werk van en de intergenerationele ontmoetingen tussen Louwrien Wijers, Publik Universal Frxnd, Philipp Gufler, Rory Pilgrim, Lydia Schouten, Astrit Ismaili, Sands Murray-Wassink en Billy Morgan.
Passing the Fire – how art moves between bodies and generations
Art history is not static or linear; it is continuously reshaped through cross-pollinations between artists of different generations. Through dialogues, encounters, and his Prelude evenings, Titus Nouwens seeks to look at what earlier artistic practices can teach us today, in close proximity to those who shaped them. For Mister Motley, Titus writes about this infinite interweaving. In doing so, he moves alongside the work of—and the intergenerational encounters between—Louwrien Wijers, Publik Universal Frxnd, Philipp Gufler, Rory Pilgrim, Lydia Schouten, Astrit Ismaili, Sands Murray-Wassink, and Billy Morgan.
Waarom Maria Magdalena een queer icon is geworden
Eerder schreef Patrick Verhoeven voor Mister Motley over hoe de kunstcanon verrijkt kan worden met een queer blik op de kunstgeschiedenis, en hoe je queerness in kunst kan herkennen. Maar hoe zit dat met christelijke kunst of kunst geïnspireerd door christelijke thema’s? In een nieuw essay zoomt Patrick in op manieren om queerness in christelijke kunst te lezen. Dat doet hij aan de hand van Maria Magdalena, die vandaag de dag wordt gezien als inspiratiebron voor vrouwenemancipatie en een boegbeeld is voor het feminisme.
Een niet vol te houden mix van artistieke chaos, kansen grijpen en vrijwilligersenthousiasme – het jaar van Mounir Eddib
Voor Mounir Eddib was 2025 een jaar van grote successen. Hij sleepte vele prijzen in de wacht, bemachtigde een atelier, kreeg een grote solotentoonstelling en werd opgepikt door Galerie Ron Mandos in Amsterdam. Mister Motley vroeg Mounir in zijn eigen woorden terug te blikken op deze achtbaan. ‘Omdat ik afkomstig ben uit een arbeidersgezin en opgroeide in een mijnwerkerscité in het als achtergesteld beschouwde Belgisch-Limburg, is de commerciële kunstwereld nieuw terrein.’
Wat de boel bij elkaar houdt
‘Een huis is een interessant personage. We kennen haar als een naaste. We weten waar het als eerste begint te druppen als het te lang aanhoudend regent. Waar het tocht. Waar je de meeste leefgeluiden hoort van de buren. We kunnen omgaan met een klemmende deur door hem een beetje op te tillen, zoals we hebben geleerd mee te bewegen met de buien van onze geliefden.’ Laure van den Hout onderzoekt in dit essay hoe architectonische ruimte zich verhoudt tot ons innerlijk leven. Dat doet ze aan de hand van Joachim Trier’s nieuwste film Sentimental Value en het werk van Vilhelm Hammershøi, Lois Dodd en Gordon Matta-Clark.
Mijn tong op het RVS – over We Live Here Too in buitenplaats Kasteel Wijlre
Op 1 april 2024 telde de Limburgse pluimveehouderij 13.623.274 kippen. Dat zijn ongeveer twaalf keer zo veel kippen als Limburgers. Die meer dan 13 miljoen kippen zijn inmiddels allemaal geslacht. In heel Nederland wonen aanzienlijk meer kippen dan mensen. Toch zien we ze vrijwel nooit als ze nog leven. Over de plek die dieren in (mogen) nemen in onze samenleving gaat de tentoonstelling We Live Here Too in buitenplaats Kasteel Wijlre. Curator Lieneke Hulshof gaat in dit essay dieper in op de werken uit de tentoonstelling en op de relatie tussen mens en dier.
Land zonder grenzen: Wie niet kan bijdragen aan het kapitalistische systeem wordt als overbodig gezien, over liefde, validisme en Alice Wong
De pandemie maakte zichtbaar dat overheden in naam van politieke stabiliteit toestaan dat bepaalde bevolkingsgroepen (vooral mensen van kleur, chronisch zieken, gehandicapten en ouderen) als “surplus” gezien worden. Dat zien we nog steeds in de onachtzaamheid voor het nemen van maatregelen om nieuwe infecties te voorkomen, ook in de culturele sector, betoogt Mira Thompson in haar nieuwste bijdrage aan onze serie Land zonder Grenzen. ‘Deze medische marginalisatie resulteert in sociale uitsluiting en verwaarlozing van een groot deel van de bevolking, een deel waar elk mens op een zeker moment in het leven onderdeel van kan worden gemaakt. Hoe onzichtbaar deze groep mensen wordt gemaakt werd nogmaals pijnlijk duidelijk op het PAIS Malieveld protest op 30 november.’
Residenties zijn gericht op een kunstenaar die vrij is
Residenties functioneren als kwaliteitsstempels in de kunstwereld en zijn daarmee essentiële ketens in de kettingreactie van succes. Maar ze zijn niet voor iedereen toegankelijk. In haar nieuwste essay binnen de reeks Land zonder grenzen reflecteert Mirthe Berentsen op de wijze waarop kunstenaars met kinderen structureel worden buitengesloten van deelname aan felbegeerde residenties. ‘Residenties veronderstellen een kunstenaar die vrij is – vrij van zorg, vrij van afhankelijkheden, vrij om weken- of maandenlang fysiek aanwezig te zijn op een specifieke plek. Daarmee is de infrastructuur van de kunstwereld structureel ongeschikt voor wie zorg draagt.’
The belly as a transformative space – on The Belly of Momo in Buro Stedelijk
‘The Belly of Momo unfolds in Buro Stedelijk’s Central Space, a location that has itself become a kind of belly. A generative hollow where experimental practices and communal gathering have taken root.’ Curator Rita Ouédraogo reflects on the installation of Kevin Osepa, which is also the final project she has curated in Buro Stedelijk. The space hums with Afro-spiritual resonances: altars, symbols, and gestures that speak to lineages of knowing often rendered invisible within institutional walls.
De buik als plek van transformatie – over The Belly of Momo in Buro Stedelijk
Met The Belly of Momo neemt curator Rita Ouédraogo afscheid van Buro Stedelijk, de plek voor experiment in het Stedelijk Museum Amsterdam. In dit essay reflecteert ze op de installatie van Kevin Osepa. ‘Voor Kevin Osepa is the Belly of Momo zowel onderwerp als strategie. Een poreuze filosofie die een spiegel vormt van Buro Stedelijk zelf. Beide zijn interieurs in wording: plekken om samen te komen, om te experimenteren, waar chaos gekoesterd mag worden. De (onder)buik kan tegengestelde krachten dragen zonder oplossingen te behoeven: rouw en vreugde bestaan naast elkaar en dragen beiden de resonantie van onze voorouders.’
Het landschap leren lezen
In de tiendelige serie Grond voor kunst zoomt Anika van de Wijngaard in op de interactie tussen hedendaagse beeldende kunst, het Groningse landschap en de cultuurhistorie. Vandaag publiceren we het tweede essay in deze reeks.
Land zonder grenzen: Cicaden zingen in hun eigen taal[1]
Jam van der Aa reflecteert op haar reeks artikelen die ze voor Land zonder grenzen schreef: ‘Wat als ik na alle gesprekken die ik met mensen heb gevoerd, alle dingen die ik erover heb gelezen het afgelopen jaar kan concluderen dat het vastleggen en overbrengen van verhalen in wezen een neurodivergente methode is?’ Cidaden zingen hun eigen taal is Jam’s slotessay in haar serie teksten over neurodivergentie en de kunstwereld. Ze verbindt onze notie van normatieve taal aan de mate van inleven. ‘Als ik heel erg eerlijk ben, verlang ik naar een gezamenlijke taal die voor ons allemaal even nieuw is.’













