Put everything into your work, but don’t give all of yourself to everyone – on the practice of Bodil Ouédraogo
“Put everything into your work, but don’t give all of yourself to everyone.” These words of Bodil Ouédraogo form a manifesto for a generation forging its way through the demands of an attention economy that calls for total transparency, immediate legibility, and spectacular revelations—writes her sister Rita Ouédraogo. “Her refusal resonates with Glissant’s argument for opacity: the insistence that we must preserve aspects of identity and culture that resist reduction to Western models of transparency and understanding.” This essay was written in convergence with the exhibition Crossing Threads, previously shown in gelijk is ongelijk, a project space on the former island of Marken.
Geef alles in je werk, maar geef niet alles aan iedereen – over het werk van Bodil Ouédraogo
“Geef alles in je werk, maar geef niet alles aan iedereen.” De woorden van Bodil Ouédraogo vormen een manifest voor een generatie die zich een weg baant door de aandachtseconomie die totale transparantie, onmiddellijke leesbaarheid en spectaculaire onthullingen eist – schrijft haar zus Rita Ouédraogo. ‘Haar weigering sluit aan bij Glissants pleidooi voor ondoorzichtigheid die benadrukt dat we aspecten van identiteit en cultuur moeten behouden die zich verzetten tegen reductie tot westerse modellen van transparantie en begrip.’ Dit essay werd geschreven naar aanleiding van de tentoonstelling Crossing Threads, eerder te zien in gelijk is ongelijk, een projectruimte voor hedendaagse kunst op het voormalige eiland Marken.
Thinking through hands – a visit to the Wissa Wassef Art Centre in Cairo
Mirthe Berentsen visited the Wissa Wassef Art Centre in Cairo, which was founded in 1951 by architect and educator Ramses Wissa Wassef and his wife Sophie Habib Georgi. At this exceptional place, carpets are woven, among other things. Wassef rejected prevailing ideas about education and art: hierarchy, comparison, and assessment. He wanted to prove that anyone can create art, regardless of age, background, or knowledge. Mirthe spoke with Yoanna Wissa Wassef and her daughter Taya Doss, two generations who now carry the responsibility for the centre. This interview is part of Mirthe’s Land zonder Grenzen series, about the art world, care, and parenthood.
Denken door de handen – een bezoek aan het Wissa Wassef Art Centre in Caïro
Mirthe Berentsen bezocht het Wissa Wassef Art Centre in Caïro dat in 1951 werd opgericht door architect en pedagoog Ramses Wissa Wassef en zijn vrouw Sophie Habib Georgi. Op deze uitzonderlijke plek worden onder andere tapijten geweven. Wassef verwierp heersende opvattingen over onderwijs en kunst: hiërarchie, vergelijking en beoordeling. Hij wilde bewijzen dat iedereen kunst kan maken; ongeacht leeftijd, achtergrond of kennis. Mirthe sprak met Yoanna Wissa Wassef en haar dochter Taya Doss, twee generatie die nu de verantwoordelijkheid voor het centrum dragen. Dit interview behoort tot Mirthe’s Land zonder Grenzen-reeks, over de kunstwereld, zorg en ouderschap.
Met de zon schrijven
‘Onder de oppervlakte roert zich iets. Het kolkt, suist en heeft een uitweg gevonden.’ Dat is Sound of Falling. Laure van den Hout zag de film en schreef een essay over de associatieve wijze waarop motieven samenkomen: palingen, graan, ‘warm’, stenen, vliegen, handen, de rivier. Het brengt het werk Still Water (The River Thames for Example) van Roni Horn in gedachten, waar voetnoten in het beeld een stream-of-conciousness van over elkaar buitelende gedachten oproepen.
Hoe een grote berg snoepjes gestalte gaf aan een onzichtbare ziekte
Maurits de Bruijn las de roman Nova Scotia House waarin de vroege jaren van de hiv/aids-crisis gestalte krijgen én hij een onvergetelijke verwijzing ontdekte naar “Untitled” (Portrait of Ross in L.A.) van Félix González-Torres. ‘Dit werk is niet onbegrijpelijk of hermetisch, maar vlamt, is activistisch, was broodnodig in een tijd waarin mensen die hiv-positief waren niet de zorg of aandacht kregen die ze verdienden. Zeker niet in de VS. Die slinkende berg was een wanhoopskreet. De snoepjes schreeuwden: we sterven, we verdwijnen, als niemand voor ons zorgt.’
Hekserij in tijden van opkomend fascisme
De maatschappelijke hang naar hekserij is terug van (nooit) weggeweest. Vanaf de middeleeuwen werden (voornamelijk) vrouwen beschuldigd van tovenarij, seksuele losbandigheid en duivelsaanbidding. Deze angst leidde tot tienduizenden martelingen en executies in Europa en Noord-Amerika. Dit doet Ivana Kalas de vraag stellen: als vrouwen die van hekserij beschuldigd waren zo’n vreselijk lot wachtte, waarom durven we onszelf nu dan de identiteit van heks aan te meten?
Vervolg, pijn en moeders
‘Ten eerste: sorry dat het allemaal zo lang duurt. Ik had het stuk al veel eerder beloofd. Maar ik ben in-en-uit-het ziekenhuis met veel pijn en complicaties.’ In een mail aan Motley-redacteur Maurits de Bruijn schrijft Mirthe Berentsen over haar moeder, hoe ook zij ervaring had met de wijze waarop de kunstwereld sommige lichamen buitensluit, en over het voortzetten van haar nalatenschap. Dit stuk is Mirthes nieuwste toevoeging aan haar reeks voor Land zonder grenzen.
Een digitale plek om te rouwen, een game met helende krachten – over Plum Road Tea Dream van Samuel Baidoo
In Plum Road Tea Dream komen gaming en trauma op wonderlijke wijze samen. Samuel Baidoo creëerde een game én voorstelling. Een zogenaamde walking simulator, waarbij gaat het niet om schieten en vechten maar om ontginnen en ontdekken. Wie gaming associeert met escapisme en afzondering, stuit dankzij deze voorstelling op onverwachte lagen, waarin discriminatie en queerness een onvergetelijke vorm van troost vinden. Plum Road Tea Dream is te zien tijdens het Beyond the Black Box-festival in de Brakke Grond.
KUNST IS LANG: Jonathan Hielkema
Deze week is Jonathan Hielkema te gast bij Kunst is Lang. Hij maakt films, installaties en boekjes. De thema’s die zich aandienen zijn onderwerpen die hem zorgen baren: de uitdagingen van het kunstenaarsleven, de vraag of hij op een toxische manier mannelijk is, of de polarisatie in Amerika die door de media wordt gevoed en uitvergroot.
Zal ik je morgen weer zien?
‘Wanneer de zon ondergaat, neemt hij het licht met zich mee. Op ons, op dat deel van de aarde waar wij staan, valt minder en minder licht. We zien nog wel kleuren, maar vooral aan de hemel, want voor de tinten om ons heen moeten we meer moeite doen. We moeten dichterbij komen. Doordat het licht zich terugtrekt, hellen wij naar voren, komen we nader. En dat hellen is een lichamelijk, open gebaar. Beschijn me, ik kijk naar je, ik geef me. Je hebt me.’ Barbara Collé bezocht de tentoonstelling Sun don’t rush to be red, Son don’t rush to be read in TENT, raakte ontroerd en zelfs een beetje verliefd.
Passing the Fire – hoe kunst zich verplaatst tussen lichamen en generaties
Kunstgeschiedenis is niet statisch of lineair, maar wordt steeds opnieuw wordt gevormd, doordat er kruisbestuivingen plaatsvinden tussen kunstenaars van verschillende generaties. Via dialogen, ontmoetingen en zijn Prelude-avonden probeert Titus Nouwens opnieuw te kijken naar wat eerdere kunstpraktijken ons vandaag kunnen leren, in de nabijheid van degenen die ze vormgaven. Voor Mister Motley schrijft Titus over deze oneindige verwevenheid. Daarbij scheert hij langs het werk van en de intergenerationele ontmoetingen tussen Louwrien Wijers, Publik Universal Frxnd, Philipp Gufler, Rory Pilgrim, Lydia Schouten, Astrit Ismaili, Sands Murray-Wassink en Billy Morgan.
Passing the Fire – how art moves between bodies and generations
Art history is not static or linear; it is continuously reshaped through cross-pollinations between artists of different generations. Through dialogues, encounters, and his Prelude evenings, Titus Nouwens seeks to look at what earlier artistic practices can teach us today, in close proximity to those who shaped them. For Mister Motley, Titus writes about this infinite interweaving. In doing so, he moves alongside the work of—and the intergenerational encounters between—Louwrien Wijers, Publik Universal Frxnd, Philipp Gufler, Rory Pilgrim, Lydia Schouten, Astrit Ismaili, Sands Murray-Wassink, and Billy Morgan.
Wat verliezen we wanneer we Michelangelo tot queer bestempelen? – over De mannen van Michelangelo
De mannen van Michelangelo in Teylers Museum onderwerpt een van de grootste kunstenaars uit de geschiedenis aan een queer lens. Maurits de Bruijn bezocht de tentoonstelling en vraagt zich wat af wat we verliezen wanneer we een ruimschoots gecanoniseerde kunstenaar als Michelangelo met een anachronistische blik bekijken en hem een identiteit aanmeten waar geen sprake van was toen de goede man nog leefde. ‘Het lastige daaraan is dat de heteronormatieve blik op dit werk alsnog geldt als uitgangspunt, en dat de vermoede homoseksualiteit van Michelangelo het karakter van een ontmaskering krijgt. Een verdenking waar bewijslast voor moet worden gevonden in de brieven die hij schreef, de motieven in zijn werk en de wijze waarop hij jongelingen op het papier gestalte gaf.’
Residenties zijn gericht op een kunstenaar die vrij is
Residenties functioneren als kwaliteitsstempels in de kunstwereld en zijn daarmee essentiële ketens in de kettingreactie van succes. Maar ze zijn niet voor iedereen toegankelijk. In haar nieuwste essay binnen de reeks Land zonder grenzen reflecteert Mirthe Berentsen op de wijze waarop kunstenaars met kinderen structureel worden buitengesloten van deelname aan felbegeerde residenties. ‘Residenties veronderstellen een kunstenaar die vrij is – vrij van zorg, vrij van afhankelijkheden, vrij om weken- of maandenlang fysiek aanwezig te zijn op een specifieke plek. Daarmee is de infrastructuur van de kunstwereld structureel ongeschikt voor wie zorg draagt.’












