De grens tussen moeder en maker is flinterdun – over slaapliedjes als dragers van duisternis

‘Sleep, you […] sleep, you.’ Tijdens haar periode in Kunsthuis SYB onderzocht kunstenaar Sanne Kabalt met haar vijf maanden oude dochter de werking van slaapliedjes, die niet zelden een duistere of bezwerende ondertoon kennen. Ze schreef er een poëtisch essay over. ‘Wie moeder wordt kan nauwelijks om een zekere verwevenheid heen, tussen het dagelijkse, het zorgende, en het makerschap. In het onderzoek naar lullabies vervaagt de – toch al flinterdunne – grens tussen moeder en maker die ik in eerste instantie nog poogde te bewaken. Ik weet nu echt niet meer wanneer ik het één ben en wanneer het ander.’

De deugd van het struikelen – over de Stolpersteine van Gunter Demnig

Op een regenachtige dinsdagochtend worden in Amsterdam-Oost de Stolpersteine gelegd voor de oudtante van Ko van ’t Hek, en die voor haar broer en haar ouders. De messing steentjes van tien bij tien centimeter zijn een project van kunstenaar Gunter Demnig, die vond dat het herdenken een steeds meer officiële, voorspelbare plechtigheid was geworden waar de betekenis uit dreigde te verdwijnen. ‘Er ligt een belangrijke vraag,’ schrijft Ko. ‘Hoe vertellen we het verhaal van de Holocaust? Hoe vertellen we het aan volgende generaties? Hoe vertellen we het zo dat zowel de kennis als het gevoel van verschrikking doorgegeven wordt?’

De fantasieloze kunstenaar – hoe maken makers die geen verbeeldingskracht bezitten?

‘Het is altijd donker in mijn hoofd geweest’, zegt schrijver Ivana Kalaš. De duisternis is een reden voor vage gevoelens van herinnering, maar beschermt haar tegelijkertijd ook tegen traumatiserende gebeurtenissen uit haar verleden. Als je er niet visueel mee wordt geconfronteerd, is het soms veel gemakkelijker om ermee te leren leven. Maar het leidt ook tot een verwarrende vraag, namelijk: hoe produceert iemand zonder visuele verbeeldingskracht kunst? In haar essay onderzoekt Kalaš haar eigen afantasie en die van bekende schrijvers zoals Aldous Huxley en Isaac Asimov.

Ze zeggen dat de wereld kleurlozer is geworden

De wereld is steeds kleurlozer geworden. In de massaproductie van auto’s, meubels en kleding (zelfs baby- en kinderkleding) is een overmaat aan grijs te zien, maar dat is niet de oorzaak van een minder kleurrijke ervaring van de wereld. Het is de industrialisatie van de kleuren die onze kleurbeleving degradeert, schrijft Barbara Collé.

Verbeelding kent geen tijd

Vol zenuwen en anticipatie toog Laure van den Hout naar Amsterdam-West om getuige te zijn van Can’t face another sad salad! van Simon Wald-Lasowski. Boven een pand aan de Hasebroekstraat zijn twee luiken turquoise geverfd, op gezette tijden wijken ze om een kalkoen de gelegenheid te geven naar buiten te komen, als een koekoeksklok. Een werk dat – letterlijk – om aandacht schreeuwt, een roep tegen de Disneyficatie van de hoofdstad.

Waar is iedereen? – de zoektocht van een jonge schrijver

Wat vind je als je jezelf hebt gevonden? Juliana Könning schreef een vlammend essay over haar verlangen deel uit te maken van een groep: collectief schrijverschap en meerstemmigheid. ‘Het ‘vinden van jezelf’ is niet mijn queeste. Ik hou van taal, ik hou van schrijven. Toch ben ik niet op zoek naar mezelf, maar naar de ander. Passen, binnen een systeem of groep, was, en is, mijn grote wens.’

Ruimtereiziger met een bandrecorder – over het geluidswerk van Henri Chopin

Wanneer Linde Keja naar de poésie sonore van Henri Chopin (1922-2008) luistert, walgt ze af en toe. Maar Chopins elektronische verkenningen worden haar vertrouwd, want het zijn de geluiden van een lichaam, van mijn eigen lichaam of van een ander nabij menselijk of dierlijk lichaam. ‘Het raakt een verlangen, naar tast en warmte, adem op huid, geborgen zijn, slaap, seks.’ In dit essay beschrijft Keja hoe Chopins klankgedichten uiteindelijk haar blik, of gehoor, doen kantelen. ‘Ik vind zijn werk zo waardevol, omdat het me leert te luisteren naar mijn eigen lichaam zonder het meteen te hoeven begrijpen en zonder er bang voor te hoeven zijn.’

De grens tussen activisme en performance art: waarom musea en klimaatprotest geen tegenpolen zijn

Linda Selena Boos verbaast zich over de manier waarop musea reageren op de acties van klimaatactivisten die zich onder andere vastlijmen aan schilderijen van oude meesters. Hoe kan het dat musea, die in hun programmering zo de verbinding met de actualiteit pogen op te zoeken,  enkel uit onbegrip reageren als deze actualiteit zich binnen hun muren manifesteert?

De schrijver als lichaam en het lichaam als schrijver – Hoe opnieuw te leren leven en schrijven met ziekte?

Ziekte is geen pose die je je kunt aanmeten, noch iets waar je afstand van kunt doen: dat is wat ziekte voor Moosje M Goosen definieert. Ziekte vraagt dan ook niet alleen om emancipatie in praktische opzicht maar ook om structurele veranderingen, zoals andere manieren van schrijven. Zo probeert Goosen schrijfvormen te introduceren die het gewicht van het lichaam mee laten wegen.

Warhols Monroe – de hele wereld verlangde naar een Marilyn die niet bestond

‘The things I want to show are mechanical. Machines have less problems. I’d like to be a machine, wouldn’t you?’ zei Andy Warhol. In dit essay duidt Hille Engelsma Marilyn Monroe’s verhouding tot roem en haar sexy imago aan de hand van Slavoj Žižeks filosofie over verlangen en Warhols zeefdrukkenseries waarin hij (delen van) Marilyn Monroe reproduceert en herhaalt.

Elf jaar gaat langzaam en snel – over het heropende Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Tijdens haar studie kunstgeschiedenis bezocht Helena Julian regelmatig het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. ‘Je viel van de ene verbazing in de andere, maar er werd verwacht dat je het waarom van deze verbazing zelf wist te plaatsen.’ Nu keert ze terug om te zien wat er overblijft van die ervaring en of de ontwikkelingen die het afgelopen decennium in de (kunst)wereld hebben plaatsgevonden, een plek krijgen in het gerenoveerde museum.

Het ziekenhuis als museum van het leven – over verhalen en kunstwerken uit de wachtkamer

‘Ziek zijn betekent vooral veel en vaak in wachtkamers zitten,’ schrijft Mirthe Berentsen. ‘In ruimtes met folders over aanpassingen van levensstijlen en weekbladen met doorzonlevens. Ondanks de frisse en bemoedigende kleuren van de muren zijn het geladen en beladen ruimtes, waaruit je niet kunt ontsnappen.’ Maar gelukkig zijn veel ziekenhuizen de trotse eigenaars van uitzonderlijke kunstcollecties. 

Sachertortes in een achtbaan

De art experience: menig kunstliefhebber haalt er de neus voor op, uiteraard zonder er ooit een voet binnen gezet te hebben. Daar brengt Ko van ’t Hek verandering in. Op een druilerige dinsdagochtend bezoekt hij Fabrique des Lumières. ‘De werken van Klimt (en tijdgenoten) schieten in achtbaantempo voorbij. Het gaat zo snel dat er geen tijd is om stil te staan bij wat je ziet. De werken verschijnen, niet zoals ze ooit op het doek verschenen, maar in vloeiende bewegingen en met andere powerpointesque effecten.’ 

Advertenties

Ook adverteren op mistermotley.nl? Stuur dan een mail naar advertenties@mistermotley.nl

Nieuwe artikelen laden...

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

* verplicht