Eén met de wildernis – in Melvin Moti’s werk belichamen kikkers ziekte en soevereiniteit
‘”Now, I think”, “Now, I crash”, “I’m still”, “Now, I call”. “Now, I cope”. Ons waterdier doet een poging op te staan, vindt de kracht niet, maar blijft proberen. “Now, I fear”, horen we opnieuw. Het is evident dat de kikker met iets onmogelijks bezig is. Ze vervult een taak, tegen de klippen op.’ In haar zevende bijdrage voor de reeks Land zonder grenzen verkent Mira Thompson aan de hand van de kikkers in de animatiefilm On a Clear Day van Melvin Moti de onderwerpen ziekte en soevereiniteit.
We moeten af van het idee dat ouderdom ons nooit zal overkomen – over het poreuze weefsel van herinneringen en tijd
We kijken naar ouderdom alsof het onszelf nooit zal overkomen. Van dat idee moeten we af, stelt Lucette ter Borg. In haar essay meandert ze langs Nummer 8 – Everything is going to be alright van Guido van der Werve, Progress vs Regress van melanie bonajo en haar Turkse zwerfhond Vera die dertien jaar oud is. ‘Ouder worden kun je alleen maar stopzetten door vroeg dood te gaan. En als je niet sterft, dan ben je het ineens.’
Symbool van zorg en reinheid, mogelijk gemaakt door kolonialiteit – over de prominentie van linnen in hedendaagse kunstpraktijken
Linnen is overal, lijkt het. De productie ervan was ooit prominent aanwezig in ons land, maar is verdwenen. Textielkunst werd lange tijd in de marges gedwongen en als vrouwenwerk weggezet én vormde een belangrijk onderdeel van onze koloniale geschiedenis. En nu is het materiaal dus helemaal terug, signaleert Romy Day Winkel aan de hand van het werk van Dagmar Bosma, Liza Prins en Marie Ilse Bourlanges. ‘Een goed gevulde linnenkast in de ontvangstkamer liet aan bezoekers zien dat je het je kon veroorloven om een groot huishouden te voeren. De vouwen in het tafelkleed, het bewijs dat het net uit de pers kwam, werden op zichzelf een teken van reinheid en orde.’
Restjes lipstick op glanzende oppervlakken – over Baby Reni’s tentoonstelling BEUTE
‘Het toeval wil dat Irene Ha en ik allebei een oma hebben die in een naaiatelier heeft gewerkt. Er zijn een paar vaardigheden, die aanvoelen alsof ik ze altijd al heb gehad, die ik eigenlijk alleen maar via mijn moeder van mijn oma kan hebben gekregen. Ik kan bijvoorbeeld voelen van wat voor stof een kledingstuk is gemaakt en weet waar ik naar moet kijken om te zien of het stevig en goed in elkaar gezet is. Ik kan zien welke stoffen snel zullen slijten of na een paar wasbeurten slecht zullen vallen.’ Linde van Wingerden spreekt in aanloop van haar tentoonstelling BEUTE bij Das Leben am Haverkamp met Irene Ha, de kunstenaar achter Baby Reni. Een persoonlijk gesprek over de dubbele kant van mode, schoonheidsidealen, ambacht en gevoel voor gemeenschap.
De bal is rond – als voetbal en kunst elkaar ontmoeten
Voetballers brengen mensen tezamen met hun spel. Kunstenaars doen dat met hun kunst. Maar wat gebeurt er als deze twee werelden elkaar ontmoeten op een Gronings sportpark, net buiten de ring van de stad? Onbegrip? Competitie? Verbazing? Of juist een omarmen van elkaars tekortkomingen? Lachend? Lallend? Liefhebbend? Arthur van den Boogaard schreef een tekst voor Het resort dat Elen Braga, William Ludwig Lutgens en Karina Beumer uitnodigde om een werk te maken bij Voetbal Vereniging Korreweg (V.V.K.) in Groningen.
Een luide Nee! die de chique bezoekers dwingt de blik binnenwaarts te wenden – over The Fortress van Dries Verhoeven en Rieke Vos
In de Venetiaanse Giardini draalden eerder deze maand talloze mensen rond met zo ongeveer alle privileges denkbaar. Ze laafden zich aan kunstwerken van over de hele wereld – en dat laatste is ook nog eens een bizar voorrecht. Die vijf-, zes- of zevenvinkers kregen in het Nederlandse paviljoen het werk van Dries Verhoeven en curator Rieke Vos voorgeschoteld. Een fort dat de donkerte die de wereld overspoelt onontkoombaar maakt. ‘Voor even verdwenen de plooien van Issey Miyake, de designertassen, verdween ons decorum, onze ankers, de smalltalk die alles altijd weet terug te dwingen naar een vorm van normaliteit. Zelfs een genocide.’
Subject in gebouw – over roofkunst, restitutie en de grote terugreis
‘Het voelt alsof ik door de antiekwinkel loop van iemands schimmige achterneef die alles heeft ingedeeld in categorieën als meisjesobjecten en jongensobjecten, kanoverzamelingen en totempalen.’ Er is een golf van tentoonstellingen die roofkunst en restitutie als onderwerp nemen. ‘Maar niet alle etnografische musea, waaronder die in Nederland, nemen deel aan dat gesprek,’ schrijft Pelumi Adejumo. In haar essay rijgt ze het werk van Miles Greenberg aan de mythe van de moddervis, de tentoonstelling Back to Benin in Museum de Fundatie en Tijd voor Papoea in het Wereldmuseum in Leiden.
Wat blijft er over van een leven, en hoe lees je dat terug in dingen? – over archeologie, kunst en rouw
Lange tijd vormde kunst een toevluchtsoord voor Susan Kooi, tot het zich van haar meest kille kant liet zien. Doordat plannen stukliepen en aanvragen werden afgewezen, merkte ze hoe kwetsbaar de positie van kunstenaars is. Kooi maakte een grootse omwenteling door te kiezen voor een master archeologie én trof een ondergrondse ruimte onder haar woning aan die ze omdoopte tot tentoonstellingsruimte. ‘In archeologie verdwijnen individuen naar de achtergrond. In de lange tijdspannen waar het vak zich mee bezighoudt, vervagen namen en personen en gaat het meer om cultuur als geheel.’
De staat ziet alles, maar geeft niets terug – over States of Violence in POST Nijmegen
Josephine Broekhuizen bezocht States of Violence in POST Nijmegen, een tentoonstelling die laat zien hoe de systemen die geweld zouden moeten begrenzen – democratie, rechtspraak, media, archieven, politie – zelf beginnen te rafelen. ‘Ik vraag me direct af: als juist deze structuren kwetsbaar worden, hoe weet ik dan nog wat waar is? En wanneer word ik ongemerkt onderdeel van dat geweld?’
Een orgasme in de vorm van een spook – over queerness en gentrificatie
In het oude centrum van Amsterdam zijn vanwege de Warmoes Biënnale nog tot 3 mei op onverwachte plekken kunstwerken te vinden. Zo heeft Joakim Derlow de FEBO op de Oudezijds Voorburgwal tot zijn domein gemaakt en heeft daar een aantal personages doen opgaan in de architectuur van de snackbar. Buhlebezwe Siwani legt in Museum Ons’ Lieve Heer op Solder verbindingen tussen sekswerk en het katholicisme. Maurits de Bruijn werd door SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam) gevraagd te reflecteren op het werk dat Agatha Zwierzynska maakte in HOT or NOT bar. Een sportbar waar voorheen een inclusieve queer bar huisde. ‘Seks vormt een geloof, het is niet onecht of oneigenlijk, maar laten we zeggen dat de echte, de eigenlijke eigenschappen er niet zozeer toe doen. Het gaat om wat eraan is voorafgegaan, precies zoals ook een spook de verdamping van een daadwerkelijk persoon is, zijn zowel spook als seks het residu van een eerdere gebeurtenis.’
Lichamen met pijn en andere gebreken doen iets met de ruimte
Een lichaam met pijn kan de westerse scheiding van lichaam en geest niet langer in stand houden, schrijft Mira Thompson. Iemand met pijn wordt genoodzaakt het lichaam en de geest te doen samensmelten, wat handicaps-activisten ertoe aanzette de dichterlijke samenvoeging “bodymind” te munten. De aanwezigheid van pijn oefent een kracht uit op hoe kunst wordt vormgegeven en waargenomen. Een subtiele kracht die de kunstbeleving richting geeft. Dit is Mira’s nieuwste bijdrage aan haar reeks Land zonder grenzen, waarin ze onderzoekt hoe handicaps en kunst verbinding met elkaar kunnen krijgen.
Put everything into your work, but don’t give all of yourself to everyone – on the practice of Bodil Ouédraogo
“Put everything into your work, but don’t give all of yourself to everyone.” These words of Bodil Ouédraogo form a manifesto for a generation forging its way through the demands of an attention economy that calls for total transparency, immediate legibility, and spectacular revelations—writes her sister Rita Ouédraogo. “Her refusal resonates with Glissant’s argument for opacity: the insistence that we must preserve aspects of identity and culture that resist reduction to Western models of transparency and understanding.” This essay was written in convergence with the exhibition Crossing Threads, previously shown in gelijk is ongelijk, a project space on the former island of Marken.
Geef alles in je werk, maar geef niet alles aan iedereen – over het werk van Bodil Ouédraogo
“Geef alles in je werk, maar geef niet alles aan iedereen.” De woorden van Bodil Ouédraogo vormen een manifest voor een generatie die zich een weg baant door de aandachtseconomie die totale transparantie, onmiddellijke leesbaarheid en spectaculaire onthullingen eist – schrijft haar zus Rita Ouédraogo. ‘Haar weigering sluit aan bij Glissants pleidooi voor ondoorzichtigheid die benadrukt dat we aspecten van identiteit en cultuur moeten behouden die zich verzetten tegen reductie tot westerse modellen van transparantie en begrip.’ Dit essay werd geschreven naar aanleiding van de tentoonstelling Crossing Threads, eerder te zien in gelijk is ongelijk, een projectruimte voor hedendaagse kunst op het voormalige eiland Marken.
Een glorieus soort krimpen van Miriam Reeders
Eind 2023 kreeg Miriam Reeders de diagnose longkanker. In haar werk onderzoekt ze hoe je een betekenisvol leven kunt leiden als je ongeneeslijk ziek bent. Miriam maakt tekeningen waarin het grote het kleine ontmoet en het existentiële gevaarlijk dichtbij het alledaagse komt. Haar werk is nu gebundeld in het boek Een glorieus soort krimpen, voorzien van een tekst van Eva Meijer. Een voorpublicatie.
De dingen zelf – over de objecten van Mik Bakker
‘Natuurlijk ben ik ook geïnteresseerd in de geschiedenis en de culturele context van dat materiaal. Als ik iets zie wat bruikbaar is, ga ik het bestuderen. Dan wil ik er alles van weten. Hoe oud iets is, waar en hoe het gemaakt is, welke spijkers er nog in het hout zitten, het vakmanschap van de metaalbewerker, de geschiedenis van een fabriek, dat soort zaken. Maar die verhalen zijn voor mij uiteindelijk niet leidend. Het gaat mij erom: kijk naar dat ding!’ Gerrit Willems ging op atelierbezoek bij Mik Bakker en schreef een essay over deze categorie beeldende kunst: ‘De betekenis ligt in het zichtbare, niet in het onzichtbare, in het zintuiglijke, niet in het verstandelijke. Het doet je iets.’













