Ik zie bijna nooit iemand die ik later zou kunnen zijn – hoe word je als queer man op een leuke manier oud?
De ingedutte oude vrouw, de liefdevolle grootouder die leeft voor zijn kleinkinderen, het gelukkig maar seksloze ANWB-koppel. Als het op oudere rolmodellen en archetypes aankomt, dan mist Jan Hoek een rijk, sexy, queer aanbod. In deze serie gaat hij op zoek naar de mensen die hij later zou kunnen worden. Hij doet dat in een reeks visuele essays, waarin hij tekent, zoekt en hardop twijfelt.
Kunst onttrekt zich tot in het diepst van haar kern aan ontleding, uitleg en analyse
Kunst leren doorgronden lukt nooit helemaal, weet kunstjournalist en schrijver Lucette ter Borg. ‘Kunst evolueert onder je blik. Objectiviteit in de kunst en de kunstkritiek bestaat dus ook niet. Elke kritiek is een subjectieve uiting. Sommige critici slagen er beter in dan anderen om hun persoonlijk oordeel te onderbouwen – maar daar blijft het bij.’ In dit essay, dat een vervolg is op haar onderzoek naar ouderdom in de kunst, legt ze de ontwikkeling van kunstkritiek onder de loep. Zowel haar smaak als de wijze waarop kunstjournalistiek wordt bedreven, zijn grondig herzien.
Kunst doen (in de Flixbus) – een nomadische verbeelding
Aan de hand van een aantal Flixbusreizen en de daarmee gepaarde verveling en ongemak, betoogt Pum van de Koppel dat kunst niet een ding maar een werkwoord is. Het is iets wat we doen. Hij reist naar Londen, Berlijn en Wenen voor een tentoonstelling, een luistersessie en de vriendschap. Middels dit reisverslag probeert hij kunst te herformuleren als iets dat beweeglijk is, een doorgeefspel dat ontsnapt aan de vaste vorm van het kunstobject en een andere verbeelding van het dagelijks leven verschaft. Het oeuvre van Yoko Ono fungeert als leidraad en toetssteen in Pums zoektocht.
Wat zegt het veenmos? Een speculatief essay over De Onlanden, ter ere van Into Nature
Dit jaar vindt de buitententoonstelling Into Nature plaats in het moerasgebied De Onlanden, op de grens van Groningen en Drenthe. Deze editie, getiteld Haunted by Waters, vertrekt vanuit de vraag hoe we ons vanuit het begrip wederkerigheid opnieuw tot het moeras kunnen verhouden, juist met het oog op een toekomst waarin steeds meer land aan het water zal worden ‘teruggegeven’. Deze vraag vormt het vertrekpunt voor dit speculatieve essay, waarin een veenmos uit De Onlanden de verteller is.
Dag kantoor, dag werkplek, hallo vakantie – over Out of Office (Still Here) in Nest
Het is zomer. Dat betekent: ‘dag kantoor, dag werkplek, hallo vakantie.’ Eindelijk lekker naar het buitenland! Toch? Dat geldt niet voor iedereen. Met de groepstentoonstelling Out of Office (Still Here) richt kunstruimte Nest in Den Haag zich op de thuisblijvers en toont het belang van spelen in de kunst.
Kalksteen met tunnel: hoe Belgische beeldhouwers vormen en betekenissen uit hun materiaal bevrijden
Hedendaagse Belgische beeldhouwkunst draagt zowel de sporen mee van het surrealisme als het industriële verleden. Maarten Buser gaat op reis naar (Franstalig) België en behandelt vijf kunstenaars die materialen centraal stellen in hun praktijk. Wat bevrijden zij uit materialen als porselein, schildersdoek en ontdooiende inkt?
Naoorlogse hoop in het gezicht op een kinderpostzegel
In 1947 was de Hongaars-Nederlandse fotografe Eva Besnyö verantwoordelijk voor het maken van de kinderpostzegels. In het resultaat kon het Nederlandse publiek zijn eigen familie terugzien, de nieuwe generatie die de oorlog niet had meegemaakt en zou opgroeien om het land op te bouwen. ‘Er schuilt een stille hoop in deze portretten, een fragiel uitzicht dat zich in de eerste plaats wil bekommeren om de zorg voor deze kinderen – de rest komt misschien later wel.’ Nina Lissone duidt deze intieme portretten en plaatst ze in het oeuvre van een Joodse fotografe die zich in het begin van haar loopbaan juist had verbonden aan de Nieuwe Zakelijkheid, waarin de mensfiguur slechts als schaduw of een object fungeerde.
Oefeningen in tijdelijkheid – over kraken en kunstenaarschap
Jam van der Aa ging in gesprek met Mirka Farabegoli over haar kunstenaarschap en de tentoonstelling Claiming the City – A Squatters’ Allegory die momenteel te zien is bij POST Nijmegen. Het levert een inzichtelijk essay op waarin Jam reflecteert op tijdelijkheid, noties van eigendom, kraken, kunstenaarschap en het collectief. ‘Toegegeven, je oefenen in tijdelijkheid, is een stuk gemakkelijker, als je erop kunt vertrouwen dat je de nieuwe mogelijkheden al binnen handbereik hebt. Spaargeld, vermogen. Speelgoed voor de rest van je leven. Maar wat heeft een kind in hemelsnaam aan een berg zorgvuldig bewaard en bewaakt speelgoed, als het niemand heeft om mee te spelen? Of wanneer je steeds bang bent, dat iemand een speeltje van je pikt? Kun jij met al je knikkers tegelijkertijd knikkeren? Heb ik de ruimte tussen mijn plafond en de vloer van mijn werkkamer zelf nodig?
Ik weet niet zo goed waar ik heen ga; wil gaan. Behalve ja, misschien, terug in de tijd. Claiming the City – A Squatters’ Allegory is voor mij een artistieke ode aan een wereld die langzaam aan het verdwijnen is, misschien al wel verdwenen is. Misschien toont deze expositie tevens het belang van een gezonde kunstwereld, met veel experimentele plekken, waar alles wat echt betekenisvol is, bijna net zo kwetsbaar is als de kraakbeweging.’
Dwaalspoor, rookgordijn, witches’ brew: hoe persoonlijk is een figuratief schilderij?
Kunstenaar en schrijver Dineke Blom bezocht in het Bonnefanten de tentoonstelling Bitches Brew en schreef een bevlogen essay waarin ze zich afvraagt welke rol persoonlijke figuratie speelt en hoe transparant het een kunstenaar maakt. ‘Keetje Mans, Tanja Ritterbex en Aline Thomassen geven in Bitches Brew een onverwachte draai aan persoonlijke figuratie. Een leven zoals geleid door een vrouw neem ik, bij elk van de drie tentoonstellingen, als vertrekpunt. De drie kunstenaars delen vrij veel van hun eigen leven, in gesprekken met elkaar en ook via figuratieve elementen in hun werk. Dat open en persoonlijke aspect gaf mij verrassenderwijs juist de overtuiging dat Thomassen, Ritterbex en Mans meesters zijn in de kunst van het verhullen. Dwaalspoor, rookgordijn, witches’ brew – eigenlijk zit het al in dat intrigerende groepsportret bij de tentoonstelling.’
Eén met de wildernis – in Melvin Moti’s werk belichamen kikkers ziekte en soevereiniteit
‘”Now, I think”, “Now, I crash”, “I’m still”, “Now, I call”. “Now, I cope”. Ons waterdier doet een poging op te staan, vindt de kracht niet, maar blijft proberen. “Now, I fear”, horen we opnieuw. Het is evident dat de kikker met iets onmogelijks bezig is. Ze vervult een taak, tegen de klippen op.’ In haar zevende bijdrage voor de reeks Land zonder grenzen verkent Mira Thompson aan de hand van de kikkers in de animatiefilm On a Clear Day van Melvin Moti de onderwerpen ziekte en soevereiniteit.
We moeten af van het idee dat ouderdom ons nooit zal overkomen – over het poreuze weefsel van herinneringen en tijd
We kijken naar ouderdom alsof het onszelf nooit zal overkomen. Van dat idee moeten we af, stelt Lucette ter Borg. In haar essay meandert ze langs Nummer 8 – Everything is going to be alright van Guido van der Werve, Progress vs Regress van melanie bonajo en haar Turkse zwerfhond Vera die dertien jaar oud is. ‘Ouder worden kun je alleen maar stopzetten door vroeg dood te gaan. En als je niet sterft, dan ben je het ineens.’
Symbool van zorg en reinheid, mogelijk gemaakt door kolonialiteit – over de prominentie van linnen in hedendaagse kunstpraktijken
Linnen is overal, lijkt het. De productie ervan was ooit prominent aanwezig in ons land, maar is verdwenen. Textielkunst werd lange tijd in de marges gedwongen en als vrouwenwerk weggezet én vormde een belangrijk onderdeel van onze koloniale geschiedenis. En nu is het materiaal dus helemaal terug, signaleert Romy Day Winkel aan de hand van het werk van Dagmar Bosma, Liza Prins en Marie Ilse Bourlanges. ‘Een goed gevulde linnenkast in de ontvangstkamer liet aan bezoekers zien dat je het je kon veroorloven om een groot huishouden te voeren. De vouwen in het tafelkleed, het bewijs dat het net uit de pers kwam, werden op zichzelf een teken van reinheid en orde.’
Restjes lipstick op glanzende oppervlakken – over Baby Reni’s tentoonstelling BEUTE
‘Het toeval wil dat Irene Ha en ik allebei een oma hebben die in een naaiatelier heeft gewerkt. Er zijn een paar vaardigheden, die aanvoelen alsof ik ze altijd al heb gehad, die ik eigenlijk alleen maar via mijn moeder van mijn oma kan hebben gekregen. Ik kan bijvoorbeeld voelen van wat voor stof een kledingstuk is gemaakt en weet waar ik naar moet kijken om te zien of het stevig en goed in elkaar gezet is. Ik kan zien welke stoffen snel zullen slijten of na een paar wasbeurten slecht zullen vallen.’ Linde van Wingerden spreekt in aanloop van haar tentoonstelling BEUTE bij Das Leben am Haverkamp met Irene Ha, de kunstenaar achter Baby Reni. Een persoonlijk gesprek over de dubbele kant van mode, schoonheidsidealen, ambacht en gevoel voor gemeenschap.
De bal is rond – als voetbal en kunst elkaar ontmoeten
Voetballers brengen mensen tezamen met hun spel. Kunstenaars doen dat met hun kunst. Maar wat gebeurt er als deze twee werelden elkaar ontmoeten op een Gronings sportpark, net buiten de ring van de stad? Onbegrip? Competitie? Verbazing? Of juist een omarmen van elkaars tekortkomingen? Lachend? Lallend? Liefhebbend? Arthur van den Boogaard schreef een tekst voor Het resort dat Elen Braga, William Ludwig Lutgens en Karina Beumer uitnodigde om een werk te maken bij Voetbal Vereniging Korreweg (V.V.K.) in Groningen.
Een luide Nee! die de chique bezoekers dwingt de blik binnenwaarts te wenden – over The Fortress van Dries Verhoeven en Rieke Vos
In de Venetiaanse Giardini draalden eerder deze maand talloze mensen rond met zo ongeveer alle privileges denkbaar. Ze laafden zich aan kunstwerken van over de hele wereld – en dat laatste is ook nog eens een bizar voorrecht. Die vijf-, zes- of zevenvinkers kregen in het Nederlandse paviljoen het werk van Dries Verhoeven en curator Rieke Vos voorgeschoteld. Een fort dat de donkerte die de wereld overspoelt onontkoombaar maakt. ‘Voor even verdwenen de plooien van Issey Miyake, de designertassen, verdween ons decorum, onze ankers, de smalltalk die alles altijd weet terug te dwingen naar een vorm van normaliteit. Zelfs een genocide.’














